Bolkestein begint aan derde leven

De zakenman die zich tot de politiek bekeerde, is de Euroscepticus die Europees Commissaris werd. Frits Bolkestein begint aan zijn derde leven – in Brussel ditmaal.

Wat aan de formatietafel vorig jaar zomer al afgesproken zou zijn, kreeg gisteren zijn officiële bevestiging: het kabinet kandideert oud VVD-leider Frits Bolkestein voor een plaats in de nieuwe Europese Commissie.

De VVD-fractie in de Tweede Kamer was het kabinet negen weken geleden al voorgegaan door haar vroegere voorzitter openlijk als kandidaat te lanceren. Of dat mocht worden beschouwd als een reminder aan de formatie-onderhandelaars van vorige zomer of als blijk van dankbaarheid met pr-waarde aan de man die de VVD in 1998 aan een record van 38 zetels in de Tweede Kamer hielp is onduidelijk gebleven.

Feit is dat de VVD `aan de beurt' was voor een post in de Europese Commissie en dat niemand zich kon voorstellen dat er binnen die partij een concurrent zou opstaan voor Bolkestein. Wat dat betreft was de discussie over zijn kandidatuur, die door sommigen in andere partijen werd gevoerd, geen moment meer dan de verplaatsing van Haagse lucht. Sterker nog: de bezwaren van de deelnemers aan die discussie, zoals de Eurolijsttrekkers Maij-Weggen (CDA), Van den Berg (PvdA) en Van der Laan (D66), zeiden eigenlijk meer over hun afstand van de werkelijke beslissers rondom premier Kok dan over de kansen van Bolkestein.

De Eurolijsttrekkers Van den Berg en Van der Laan zijn in Straatsburg nieuwelingen die hun gezag nog moeten opbouwen (Van der Laan in de liberale fractie). Door Bolkesteins officiële kandidatuur zijn zij alvast enigszins op hun politieke plaats gezet. En Maij, die als enige (oud-)minister door de aan haar verwante fractie in de steek gelaten werd in het recente Kamerdebat over de Bijlmerramp-enquête, kreeg voor haar bezwaren tegen Bolkestein geen steun van CDA-fractieleider De Hoop Scheffer.

In september houdt het Europarlement hoorzittingen met de nieuwe leden van de Europese Commissie. Het wordt dan interessant om te zien of het trio Van den Berg, Van der Laan en Maij hun Eurofracties hebben weten te beïnvloeden. Niet of nauwelijks, mag nu al worden aangenomen.

Wat niet wil zeggen dat de kandidatuur van de nu 66-jarige Bolkestein in Brussel en Straatsburg zal worden gezien als een toppunt van Nederlandse logica. Bolkestein was in de jaren negentig immers de leidende Nederlandse Euroscepticus, die aan een Brusselse `douane-unie plus' eigenlijk wel genoeg leek te hebben. Voor hem was de Unie een paar jaar geleden al ,,af'', zei hij.

Daarover is hij de afgelopen maanden wat genuanceerder gaan spreken. Zo noemde hij twee maanden geleden op een bijeenkomst van de Liberale Internationale in Berlijn de Europese integratie een van de drie belangrijkste gebeurtenissen van deze eeuw. En over de invoering van de euro, waartegen hij vorig voorjaar nog had gewaarschuwd voor zover een land als Italië er direct aan zou meedoen, sprak hij in Berlijn ook met waardering. Net op tijd bekeerd van Saulus naar Paulus? Flitst hier een fitte aow-plusser in sneltreinvaart langs, met Brussel in de plaats van Damascus? Geldt ook hier dat Bolkesteins laatste tekst altijd de belangrijkste is en dat zijn soep pas dan politieke consumptietemperatuur krijgt?

In hun zeer leesbare, eind vorige maand verschenen boek over de electorale VVD-komeet Bolkestein beloven de Vrij Nederland-journalisten Max van Weezel en Leonard Ornstein een bijdrage aan de verklaring van het het raadsel-Bolkestein. In hun `Portret van een liberale vrijbuiter' maken zij onder meer iets duidelijk dat interessant zou kunnen zijn voor een oordeel over Bolkestein als toekomstig lid van de Europese Commissie maar dat de afgelopen maanden nauwelijks aandacht heeft gehad. Namelijk dat hij als staatssecretaris van Economische Zaken (1982-1986) en als kortstondig minister van Defensie (1988-1989), als bestuurder/uitvoerder dus, niet zo sterk en zeker niet erg van harte functioneerde.

Naast zijn vaak openlijk gedemonstreerde afkeer van intellectueel minder begaafden en van recepties, manifestaties en andere bijeenkomsten waar trageren van geest voor tijdvermorsing kunnen zorgen, kan dat in de Brusselse EU-cultuur nog een probleem voor Bolkestein opleveren. Want daar wordt onder het hoofd representatie aardig wat van een commissaris verlangd.

In Brussel, in zijn derde leven, na zijn jaren bij Shell (tot 1976) en zijn jaren als succesvol Haagse polemist en solerend politicus, zal Bolkestein het over een andere boeg moeten gooien om te slagen. En misschien is het daarvoor net tijd, want Jacques Wallage (PvdA), collega-fractieleider tijdens Paars I, merkt in het boek op dat Bolkestein langzamerhand ,,door zijn Haagse repertoire heen'' was. Enige jaloezie zal aan dat oordeel niet vreemd geweest zijn. Maar als er wat van klopt, dan sluit Frits Bolkestein, een man die van heel verschillende schelven hooi leeft, met zijn vertrek naar Brussel weer eens in cirkel in zijn leven.

Zoals de vooral kunstzinnig en intellectueel geïnteresseerde student Bolkestein ooit deed met zijn keuze voor een baan bij Shell. En zoals Shell-directeur Bolkestein dat op zijn 43ste jaar deed als `vreemde vogel' met een keuze voor de politiek. En zoals Euroscepticus Bolkestein dat nu doet met een keuze voor een plaats in het dagelijks bestuur van de Europese Unie. Weer lijkt het gepast te vragen: zou hij het daar écht leuk vinden en zou hij het er vijf jaar uithouden?