Vreemde snijbonen tussen het riet

`Lichte' literatuur, zoals de detective of de keukenmeidenroman, vertelt vaak meer over een land en een tijdvak dan de erkende meesterwerken. Wie wil weten hoe het dagelijks leven in het Zuiden van Amerika was, moet niet bij William Faulkner wezen, maar bij John Grisham. En als een 21e-eeuwse historicus iets wil weten over het Nederlandse straatrumoer in de jaren negentig, dan moet hij er niet het werk van Harry Mulisch, maar dat van Jacob Vis op naslaan.

Vis schurkt met zijn politieromans graag dicht tegen de actualiteit aan. Zijn debuut Prins Desi (1987) gaat over een complot tegen Bouterse, Het herenaccoord (1990) over de ABP-zwendel, De bidsprinkhaan (1994) over hormonenmafia en De infiltrant (1995) over ongeoorloofde opsporingsmethodes. In zijn roman Wetland, die genomineerd is voor de Gouden Strop, behandelt hij de bittere strijd tussen landbouwers en natuurbeschermers in de wetlanden van Overijssel.

Wetland is de naam voor een moerasgebied waar veel riet groeit. Riettelers proberen er zoveel mogelijk riet uit te slepen, maar de natuurbeschermers proberen de unieke flora en fauna te beschermen. Dat botst. Op een mooie ochtend in juni wordt de beheerder van wetland De Kragge gevonden met een otterspeer in zijn oogkas. De daders liggen voor de hand: het slachtoffer had ruzie met rietteler Arthur Romkes en zijn zonen, een mafiose familie die het dorp al jarenlang tiranniseert.

Vis toont moed en originaliteit door een misdaadroman over natuur en milieu te schrijven. Wie gaapt er immers niet als het woord `milieudelict' valt? Maar Vis, geboren Kampenaar en ooit zelf beheerder van een wetland, heeft de juiste kennis en vaardigheid om er een boeiend en genuanceerd verhaal van te maken waarin beide partijen een beetje gelijk krijgen.

Vis roept op poëtische wijze de stille schoonheid, de geuren, en de kleuren van het wetland op. Vooral de beschrijvingen van een ranke otter, die een elegante rol in het verhaal speelt, zijn adembenemend. Daarnaast zet hij vol humor en afgrijzen het rauwe leven van de riettelers neer, rare snijbonen die er zo hun eigen mores op nahouden. Vooral de levensgevaarlijke jongens van Romkes zorgen voor veel vertier. Ze vormen het hart van de opwindende matpartijen die het boek opluisteren. Als de officier van justitie aan Romkes vraagt hoe hij het in zijn hoofd haalde om een agente te gijzelen, antwoordt hij: `Het kwam op als poepen, juf.' En als zijn broertje zijn pitbull naar de keel van een rechercheur laat happen, is zijn verklaring: `Hij wol speulen.'

De moordzaak wordt opgelost door Vis' vaste speurder Ben van Arkel van bureau IJsselmonde. Net als in De bidsprinkhaan, vier jaar geleden genomineerd, worden de hoofdstukken over Ben van Arkel afgewisseld met hoofdstukken die door een direct betrokkene in de eerste persoon enkelvoud worden verteld. Dit keer is dat de gescheiden advocaat Weiland die het lijk vindt en die in gewetensconflict komt als hij de broertjes Romkes gaat verdedigen. De politiehoofdstukken bieden lekker veel actie en een wat koele, afstandelijke blik op de gebeurtenissen, terwijl de `ik'-hoofdstukken juist zorgen voor betrokkenheid bij het verhaal en een goed inzicht geven in de dorpsgemeenschap. Van de advocaat krijgen we ook allerlei familieproblemen voorgeschoteld, wat de betrokkenheid nog groter maakt.

In Wetland zit jammer genoeg één lelijke onwaarschijnlijkheid. Tijdens een verhoor zetten de broertjes Romkes het mes op de keel van een agente. Zij worden hierop gearresteerd, maar de rechter laat ze meteen op borgtocht vrij. Deze wending is belangrijk voor de roman omdat de broers zo nog 160 bladzijden lang het dorp op stelten kunnen zetten. De vrijlating is echter volstrekt ongeloofwaardig. Geen rechter had die broertjes laten gaan. Op borgtocht nota bene. We zitten hier niet in Amerika. Nu mag Vis natuurlijk verzinnen wat hij wil, maar van een schrijver die zo dicht tegen de werkelijkheid aanzit, mag je toch verwachten dat hij zoiets even natrekt.

Maar niet teveel gezeurd. Wetland is een originele, rijke, grappige en gruwelijke misdaadroman waarin Vis moeiteloos bloedige actie-scènes afwisselt met schilderachtige boottochtjes, treurige relatieproblemen, en hardgekookte dialogen op het politiebureau. Hij brengt het mooie wetland en zijn vreemde bewoners echt tot leven, waardoor het boek geen moment verveelt, ook niet op de momenten dat het moordplot wel erg op de achtergrond verdwijnt.

Jacob Vis: Wetland. Ellessy, 273 blz. ƒ29,95