Viskoekjes uit het hoofd

Op een bepaald ogenblik hielden de mensen op elkaar de lekkerste recepten te vertellen. Ze kenden er inmiddels zoveel dat ze de boel door elkaar haalden. Voor je het wist had je een loempia met slagroom op je bord en als je even niet oplette kreeg je haring met tomatensaus in de griesmeelpap. Opschrijven was de enige manier om alles uit elkaar te houden.

Zo ontstonden de kookboeken. De ene helft van de mensen ging kookboeken schrijven en de andere helft was bezig ze te lezen. Alleen sommige moeders hadden helemaal geen kookboek nodig. Die hadden altijd alleen maar geluisterd naar wat hun eigen moeder ze vertelde. Ze hadden het nog precies zo in hun hoofd zitten. In hun kookboekhoofd.

Viskoekjes, dat is een mooi voorbeeld van zo'n kookboekhoofdrecept.

Driehonderd gram gekookte kabeljauw fijnmaken met een vork. In een kom doen en vermengen met drie goed gekookte aardappelen. Een heel ei erboven breken en ook nog twee fijn verkruimelde beschuiten erbij. Een halve ui kleinsnijden. Ook in de kom, plus nog een eetlepel fijngeknipte peterselie. Zout en peper niet vergeten. Handen wassen en alles met vingers goed doorelkaar mengen, want dat is de kunst van het viskoekjes maken. Je maakt er tien platte koekjes van, ook met je vingers. Drie seconden laten zwemmen in losgeklopt eiwit en bakken in hete boter, met wat olie erbij. Aan allebei de kanten, tot ze mooi goudbruin zijn. Viskoekje in je mond stoppen, recept in je hoofd.