Reveil

We schrijven het jaar 399 voor Christus als Stupides, de schrijver van zovele hartverscheurende tragedies op een zeepkist gaat staan. ,,Burgers van Athene'', roept hij, ,,het is koud en winderig. Wat is het waar u tegenwoordig uw tijd aan verbeuzelt? De Olympische Spelen! Volwassen mannen lopen om het hardst, proberen de zwaarste steen op te tillen of hebben er plezier in elkaar beentje te lichten. Kan het erger? Jazeker, het kan erger! Nog niet zo lang geleden is aan de overkant van onze Egeïsche Zee, ergens in een land dat Palestina schijnt te heten, een muziekwedstrijd gehouden, waarbij op lier, tamboerijn en waterorgel is gespeeld. Nou, vraag ik u!

Een huivering voer door de enkele zwerver die stond te luisteren. ,,Inderdaad'', vervolgde Stupides zijn toespraak, ,,kan het lichtzinniger? En hoe is het met onze jeugd gesteld? Wie onder de twintig weet nog iets van filosofie? Welke geslachtsrijpe man kent nog de geschriften van Plato? Of het woord van Solon? Niemand toch! Laatst hoorde ik zelfs iemand snurken toen de toneelgroep Athene het nieuwe stuk van Aischylos opvoerde.''

Zo sprak Stupides nog vele uren, maar helaas: het was voor dovemansoren. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat niet lang daarna de barbaren Athene binnentrokken en een einde maakte aan de antieke beschaving.

Wij, intussen, verplaatsen de camera naar het jaar 1348 na Christus, om precies te zijn naar het hoog in de bergen gelegen klooster der Zachareeën, waarbij kanunnik Oliebollentius juist over een rol papyrus gebogen zat. De laatste tien jaar van zijn leven had hij besteed aan het kopiëren van die rol en hij had dat in een toegewijde stilte gedaan. Maar nu moest hij het zwijgen doorbreken.

Oliebollentius sprong op de zwaar eikenhouten tafel. ,,Broeders'', sprak hij, ,,zo kan het niet langer! Steeds vaker bemerk ik dat jullie je overgeven aan allerlei vormen van oppervlakkig vermaak. Zingen, springen, wippen, dat doen jullie! En als ik even niet oplet dan lezen jullie streekromans en exotische sprookjes. Maar wie van jullie is nog geïnteresseerd in de echte filosofische problemen? Al jaren zijn jullie ermee bezig, maar nog steeds hebben jullie de vraag niet opgelost hoeveel engelen er kunnen dansen op de punt van een naald. Schamen jullie je niet?''

Ontzet gemompel ging door de rijen der kanunniken. ,,Wat moet er van ons terechtkomen?'' ging Oliebollentius verder, ,,als wij onze weerloze elite niet beschermen? Laten wij daarom een dam opwerpen tegen de verplatting en tegen de genocide van onze cultuur. Dus als de meisjes in het dorp beneden ons `oote, oote, oote, boe' toezingen dan lopen wij voorbij en steken slechts onze middelvinger op.''

Maar helaas werd er niet geluisterd naar Oliebollentius en het was dan ook geen wonder dat de cultuur gelijk Atlantis zonk en er een einde kwam aan vele eeuwen van christendom.

Wij, intussen, verplaatsen de camera naar 1921, naar de Universiteit van Leiden om precies te zijn, waar professor G.J.B. Bolland juist college aan het geven is. Reeds uit de verte horen wij hem donderen: ,,Zo gaat het niet langer! Democraten zijn ezeldrijvers die om de ezel te regeren, des ezels achterwerk vereren. Honderdduizend schapen laten tezamen nooit iets anders horen dan een overweldigend bèèè.''

Hier keek Bolland veelzeggend de collegezaal rond. Daarna ging hij verder: ,,Wie is heden ten dage nog geïnteresseerd in de zuivere rede? Wie leest er nog Hegel? Vrouwen rijden op fietsen en op een zonnige dag gaat het gemene volk naar het strand om hun tijd daar in ledigheid door te brengen. Alles is materie geworden en niets is meer IDEE!''

Helaas werd ook naar Bolland niet geluisterd, wat tot gevolg had dat er een cultuur ontstond waarin elke scheet voor een culturele oerknal werd aangezien. Wij, intussen, verplaatsen de camera naar 1999, naar een huiskamer in Amsterdam, waar de grote schrijver Herman Franke juist zijn royalty-afrekening bekijkt. Bah! Alweer geen boeken verkocht. Boos schrijft hij daarover een stuk, dat ook nog door een krant wordt geplaatst. Ach, de oorlog is afgelopen en het is weer bijna komkommertijd.