Plak- en knipwerk in de sociale zekerheid

De privatisering van de sociale zekerheid komt dichterbij. Intussen neemt de twijfel over het nut van marktwerking toe. Maandag debatteert de Tweede Kamer hierover met het kabinet.

,,Het zijn tekentafelplannen'', zei hoogleraar bestuurskunde W. Derksen deze week uitdagend tot de Kamerleden. ,,Plannen die nu al scheuren en plak- en knipwerk vertonen.'' Derksen was, net als een groot aantal organisaties uit het veld van de sociale zekerheid, uitgenodigd een visie te geven op de SUWI-nota van het kabinet (Structuur Uitvoering Werk en Inkomen). Een plan om de uitvoering van de sociale zekerheid te privatiseren en de dienstverlening achter één loket onder te brengen.

Het lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wond er geen doekjes om, in tegenstelling tot voorgaande sprekers. ,,Het is niet aannemelijk dat deze operatie slaagt. Het kabinetsvoorstel is te veel gericht op financiële prikkels, alsof het allemaal alleen om geld gaat'', aldus Derksen. Paars vaart blind op marktwerking, die een doel op zichzelf is geworden. Maar uit de literatuur blijkt volgens Derksen dat privatisering van overheidstaken lang niet altijd leidt tot efficiencywinst. ,,Misschien is die wel veel simpeler bij de overheid zelf te boeken.''

Daar konden de Kamerleden het mee doen. Ondanks hun uiteenlopende standpunten dachten ze het over één ding eens te zijn, namelijk dat de sociale zekerheid aan de tucht van de markt zou moeten worden onderworpen. Maar de serieus te nemen WRR probeert nu zelfs dat fundament weg te halen. En niet alleen de WRR. Het gezelschap dat de uitvoering van wetten als de bijstand, de WW en WAO liever in handen van de overheid wil houden groeit gestaag.

Dat geldt in ieder geval voor de mensen om wie het gaat, de klanten van sociale diensten en uitkeringsinstellingen als Gak en Cadans/GUO. ,,Als wij bij de SUWI-nota betrokken waren geweest, was die marktwerking er nooit gekomen'', stelt A. Arets van Sjakuus, een overkoepelende club van uitkeringsgerechtigden. Maar de eerste belanghebbenden zijn niet bij de plannen betrokken geweest. Dat is merkwaardig, want keer op keer zegt minister De Vries (Sociale Zaken) dat het belang van de klant boven alles gaat bij de privatisering van de sociale zekerheid.

,,Het is enorm complex'', was de verdediging van De Vries van de kabinetsplannen, ,,want er zijn zoveel belangen mee gemoeid.'' Het accommoderen van belangen lijkt inmiddels het verbeteren van de uitvoering voorbij te hebben gestoken. Belangen van sociale partners, belangen van gemeenten, belangen van uitvoeringsinstellingen, belangen van arbeidsbureaus en duizend-en-een andere belangen van instellingen die hun machtspositie bedreigd zien domineren de kabinetsnota. De Tweede Kamer moet daaruit maandag, als zij voor de eerste keer met De Vries over de SUWI-nota debatteert, het algemeen belang zien te destilleren.

Nu is eigenlijk niemand tevreden, zo lijkt het. De Vries en zijn staatssecretaris Hoogervorst hebben volgens de betrokken organisaties precies die `belangen-balans' gevonden waardoor iedereen zich tekortgedaan voelt. Geen kwaad woord over de bedoelingen van De Vries en Hoogervorst: betere klantgerichtheid, reïntegratie, effectiviteit en efficiency. Maar het gaat om de manier waarop: daar deugt niet veel van.

Het belangrijkste verwijt dat de bewindslieden wordt gemaakt is dat zij elke bij de uitvoering betrokken partij een deel van de huidige taak heeft willen laten behouden en een deel heeft afgenomen om dat achter het ene loket voor de sociale zekerheid te plaatsen. Dat ene loket, het Centrum voor Werk en Inkomen, komt daardoor niet in de plaats van andere loketten, maar bovenop de bestaande van onder meer sociale dienst en uitkeringsinstanties. Daardoor zitten er talloze `knips' in de uitvoering van de uitkeringswetten en de reïntegratie van werknemers.

,,Stel, u wordt ziek in het nieuwe systeem'', legde J. Barten van Sjakuus de Kamerleden uit. ,,Dan moet u naar de arbodienst. Vandaar naar het ene loket – knip. Dan naar de uitvoeringsinstelling – knip. Dan weer terug naar het loket – knip. En zo gaat het maar door.'' Waarom, zo vragen de klanten van de sociale zekerheid zich af, is er niet één persoon verantwoordelijk voor iemand die een beroep doet op sociale voorzieningen, van intake tot baan of uitkering?

Voor een belangrijk deel zou het ene loket die functie moeten vervullen. Er moeten ruim 200 Centra voor Werk en Inkomen komen die als het voorportaal van de sociale zekerheid dienen te functioneren. Wie de dienst uit moet maken in die CWI's is nog punt van discussie, want daar speelt de belangenstrijd weer op. De lokale loketten moeten door het Landelijk Instituut Werk en Inkomen centraal worden aangestuurd. Dit LIWI zou, tot tevredenheid van de sociale partners, een bestuur moeten krijgen met onafhankelijke leden en vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en gemeenten.

Door al die partijen een plek te geven dacht het kabinet van een belangenstrijd verschoond te blijven, maar de gemeenten zien liever dat CWI's onder de verantwoordelijkheid van de plaatselijke gemeentebesturen komen te vallen. Dit doet recht aan de `diversiteit' van regionale arbeidsmarkten en biedt gemeenten de vrijheid om een eigen beleid te ontwikkelen voor de bemiddeling van uitkeringsgerechtigden naar werk, zo heet het.

Strakke aansturing van bovenaf bemoeilijkt lokale experimenten met bijstandsgelden en gerichte projecten voor bijvoorbeeld arbeidsgehandicapten of langdurig werklozen, terwijl die op sommige plaatsen juist erg succesvol zijn. De gemeenten vinden bovendien dat sociale partners geen zeggenschap moeten krijgen over de uitvoering van de bijstand; dat is immers een taak van de Gemeentelijke Sociale Dienst.

Het omgekeerde geldt voor de uitvoering van de WW en de WAO. Sociale partners hebben sinds jaar en dag – als opdrachtgever – invloed op deze werknemersverzekeringen en voelen er niets voor dat deels uit handen te geven aan de gemeenten. CWI's worden, in het voorstel van De Vries, namelijk niet alleen verantwoordelijk voor de eerste opvang van mensen die een WW- of WAO-uitkering aanvragen, maar ook voor de claimbeoordeling: de beoordeling of iemand recht heeft op een uitkering.

Hoewel vooral een organisatorische kwestie, spitst vrijwel elke discussie over de marktwerkingsplannen zich toe op die claimbeoordeling. De Vries en Hoogervorst hebben ervoor gekozen om die beoordeling weliswaar fysiek te laten geschieden onder het dak van een commercieel geworden uitkeringsinstelling, zoals het Gak of misschien Aegon samen met ABN/Amro, maar de uitvoerder van die keuring is een ambtenaar, zeg maar een staatsarts.

Op die constructie bestaat de meeste kritiek, want ook daar zit een knip in de uitvoering. Voor veel critici, zoals de SER en toezichthouder CTSV, is die knip het beste bewijs dat in de SUWI-nota geen keuzes zijn gemaakt en dat geprobeerd is iedereen tevreden te houden. Waar dat toe kan leiden maakte de SER vanmorgen nog eens duidelijk: het totale uitkeringsproces wordt over meer instanties en partijen verdeeld, waardoor onduidelijk is wie welke verantwoordelijkheid en bevoegdheid heeft. Daar komen competentiegeschillen van, vreest de SER, en het staat een snelle reïntegratie in de weg.

Al met al is niemand tevreden met de belangenbalans van De Vries en Hoogervorst: de PvdA, D66 en de vakbonden hadden minder marktwerking gewild, de VVD, de werkgevers en de te privatiseren uitvoerders van de sociale verzekeringen meer. De gemeenten hadden meer invloed op het hele proces willen hebben en het CTSV had toezicht willen houden over de sociale zekerheid als geheel. Allemaal belangen die nooit te verenigen zijn, stelt hoogleraar Derksen (WRR). ,,U moet niet te veel luisteren naar al die organisaties'', hield hij de kamer voor. ,,U moet uw eigen keuze maken.''