Pech voor Bob

`Altijd pech, overal dichtbij, maar steeds net niet.' De acht woorden waarmee de hoofdpersoon van de roman De regels zichzelf karakteriseert, moeten ook zijn schepper uit het hart gegrepen zijn. Drie keer eerder werd Peter de Zwaan genomineerd voor de Bruna Gouden Strop (met Dietz, Rafels en Een keel van glas), maar hij won hem nooit. De 54-jarige journalist-thrillerschrijver is het scheepsrecht voorbij.

Met zijn zesde roman doet De Zwaan opnieuw een gooi naar de enige prijs voor Nederlandstalige misdaadliteratuur. De regels is het verhaal van een onaangepaste zondagsschrijver (`50 jaar en nooit oud genoeg') die zichzelf na een leven in de luwte in tal van wespennesten begeeft. De gevaarlijkste daarvan is een wraakactie tegen een filmproducent die hem onheus heeft behandeld, maar ook zijn plotseling turbulente liefdesleven draagt bij tot zijn uiteindelijke ondergang.

Roman Marcks, `Bob' voor zichzelf en zijn weinige vrienden, is een intrigerende figuur: een moeilijke en verbitterde man, die vergeefs droomt van een carrière als schrijver en in afwachting daarvan werkt in een boekwinkel. Hoe Bob zo geworden is, valt niet met zekerheid te zeggen, want aan iedereen die hij in vertrouwen neemt, vertelt hij een andere versie van zijn verleden. Maar uit de innerlijke monoloogjes die in De regels steeds terugkeren, kan de lezer opmaken dat hij een ongelukkige jeugd achter de rug heeft. Bob was het bleue jongetje dat in en buiten de klas altijd verschrikkelijk getreiterd werd en dat als `basisregels' van zijn vader meekreeg: `Zwijgen. Wachten. Glimlachen.'

De karaktertekening van Bob is het geslaagdste facet van De Regels, dat een traag voortslepende plot heeft waarin suspense ondergeschikt is aan psychologie. We leren Bob niet alleen kennen door zijn in gedachtenspinsels verpakte jeugdherinneringen, maar ook door de eigenaardige manier waarop De Zwaan de dialogen van Bob en zijn gesprekspartners inbedt. Veel zinnetjes van Bob worden voorafgegaan door niet hardop uitsproken commentaar – wat soms zeer geestig werkt. Zo luidt het antwoord op de vraag `Waar kom je vandaan?' (gesteld door een vriendin die Bob nogal op de zenuwen werkt): `Brief gepost'. De zinnen die daaraan voorafgaan – en die niet tussen aanhalingstekens staan – geven aan hoe Bob op dat moment werkelijk over deze Lin denkt: `Van de gifmengster. Ik heb poeder waardoor je duizend doden sterft, hevige krampen, stuipen, kolieken, je aderen zullen dichtschroeien als door kokend lood, het vel zal van je botten vallen, je ogen zullen als knikkers rollen over straat.'

Ondanks dit soort gespierde taal is De regels niet bijzonder spannend, en op Bob na zijn de personages nogal karikaturaal. Er is een (natuurlijk bloedmooi) lesbisch stel dat niets liever doet dan mannen opgeilen; een boekhandelaar die zijn vrouwelijke personeel 's morgens in de billen knijpt; een mannetjesputter die zonder vragen te stellen bij wijze van vriendendienst mensen in elkaar slaat; en zo nog wat tamelijk voorspelbare snoeshanen.

Wat het verder moeilijk maakt om goed in het verhaal te komen, is de opzettelijk vaag gehouden setting. De Zwaans roman speelt zich af in een omgeving die het midden houdt tussen Europa en de Verenigde Staten. De personages (die getooid zijn met namen als Muck en Prees en Coburk) rijden langs genummerde stadsparken en typisch Amerikaanse achterbuurten naar een rivier met stroomversnellingen of een `oostkust'. Tegelijkertijd is het dagelijks leven en de manier waarop de mensen met elkaar omgaan onmiskenbaar Nederlands.

De Gouden Stropjury vond dat kennelijk geen bezwaar en riep De regels uit tot een van de beste vier misdaadboeken van het jaar. Ik kan me niet aan de conclusie onttrekken dat De Zwaan een goed personage met een slappe context heeft opgezadeld. Bob was een beter boek waard geweest.

Peter de Zwaan: De regels. Het Spectrum, 248 blz. ƒ29,90