Paars moet nieuwe uitdagingen aangaan

Financiële meevallers stellen het paarse kabinet in staat zich niet alleen te beperken tot uitvoering van het regeerakkoord.

Ad Melkert vindt dat nieuwe uitdagingen moeten worden aangegaan, die van ambitie getuigen. Alleen zo kan Nederland onbekommerd de toekomst tegemoet zien.

In het politieke mens-erger-je niet van de laatste tijd is een belangrijk bericht verloren gegaan. Dit voorjaar meldde het CBS dat de langdurige werkloosheid in vier jaar tijd is gehalveerd. Maar daarover ging het politieke debat in de afgelopen maanden niet. Er is echter alle aanleiding de draad van de structurele versterking van Nederland weer op te pakken. De jongste bijstellingen van de economische vooruitzichten door het CPB bieden daartoe ook kansen.

Het is nog niet zo lang geleden dat uit regeringsbronnen somberheid over de groei werd gedecreteerd. De minister van Financiën voorzag, aan de vooravond van de Statenverkiezingen, bezuinigingen in een orde van grootte van 4, 5 miljard gulden. De secretaris-generaal van EZ, in zijn zelfgekozen rol van Cassandra, alarmeerde in het najaar dat het slecht-weer-scenario (1,5 procent BBP groei per jaar) uit de kast moest. De feiten roepen de vraag op hoe serieus deze inzichten zijn geweest en welke andere motieven een rol hebben gespeeld. Het fundament van de economische groei blijkt stevig genoeg voor een veerkrachtige opvang van de gevolgen van internationale onzekerheden. De naar verhouding redelijk presterende Europese economie en de volgehouden dijkbewaking in de polder (met een gematigde en gedifferentieerde loonontwikkeling voorop) geven aanleiding tot een hogere inschatting van de groei. Mondjesmaat nog maar in de ogen van het CPB, maar dat past in een te vaak wederkerend patroon. Een patroon van onderschatting van de groei van de economie, werkgelegenheid en lonen. En ook van een weinig accurate raming van de inflatie. De schijnbare bezuinigingsnoodzaak van dit voorjaar vloeide voort uit een onrealistische voorspelling (1 procent inflatie) en ondoordachte kabinetsafspraken over de systematiek van aanpassing van begrotingscijfers aan de prijsontwikkeling. Dat zal voortaan anders moeten.

Belangrijker dan het al of niet kloppen van voorspellingen is het ontmoedigende effect van ongefundeerde somberheid op de ambitie om belangrijke maatschappelijke problemen aan te pakken, zeker als daarvoor meer geld nodig is.

Er is meer geld nodig voor vitale maatschappelijke versterkingen, met name in onderwijs en kenniseconomie, in de zorgbehoefte van ouderen en in de veiligheid op straat. Er is een breed draagvlak voor de keuze dat met de herwonnen kracht van de economie ook meer moet worden geïnvesteerd in de sociale kracht van onze samenleving. Daarmee kunnen verschillen in kansen worden verminderd en zullen de voorwaarden voor productiviteit en werkgelegenheid worden versterkt. Nogal wat mensen begrepen de laatste tijd niet hoe het kon dat welvaart bleef toenemen, maar ondertussen twijfel werd gezaaid over de ruimte om werkelijk wat te doen aan het achterstallig onderhoud in voor iedereen belangrijke gemeenschapsvoorzieningen.

Daar kwam nog bij dat zich sinds de start van het kabinet een aantal uiteenlopende kwesties heeft aangediend waarbij de urgentie om orde op zaken te stellen in de verhouding tussen politiek bestuur en ambtelijke uitvoering vooropstond. Schiphol, de nasleep van de Bijlmerramp, en veel, eindeloos veel koeien, kippen en varkens staan inmiddels symbool voor de noodzaak bestuurlijke verhoudingen en verantwoording aanzienlijk te verbeteren. Omdat dat laatste hier en daar al te simpel werd gereduceerd tot de vraag of er bewindspersonen moesten vertrekken, kon snel de indruk ontstaan dat met hun aanblijven alle eisen tot verandering zijn komen te vervallen. Het tegendeel is het geval. De betrokken bewindspersonen en hun ministeries weten zich aangemoedigd of zo men wil gewaarschuwd dat lessen moeten worden getrokken en dat hierover verantwoording zal worden geëist. Het is nog maar de vraag of het volgen van de als altijd nobele motieven van de oppositie tot een zelfde resultaat zou hebben geleid.

In deze keten van gebeurtenissen ontbrak nog de schakel van de ongewenste en onnodige kabinetscrisis van 19 mei. Maar in het vooruitzicht van het uiteenvallen van de paarse samenwerking kwam ook vast te staan hoeveel opbrengst verloren zou kunnen van het economisch herstel en van de werkgelegenheids`boom' ten tijde van het eerste kabinet-Kok. Dat was niet alleen een besef dat de partijen aan het Binnenhof bijtijds tot inkeer bracht, maar ook een reëel ervaren gevoel bij veel bestuurders, ondernemers en aspirant-kiezers. Het is daarom goed dat het is gelukt een nieuwe start te maken. Maar het zal niet meer zo worden zoals het was. De routine van het beheer zal meer plaats moeten maken voor het initatief in beleid, voor het aanvoelen ook van de maatschappelijke drift. En het treft dat de economische ontwikkeling hiervoor meer ruimte biedt: ruimte voor ambitie.

Daartoe moeten we ons niet tevreden stellen met slechts de uitvoering van het regeerakkoord, hoe gecompliceerd en uitdagend ook. Want de terugkeer van het economisch optimisme biedt ons de kans de structuur van Nederland drastisch te versterken. Daarin voorziet het regeerakkoord in beperkte mate, toegeschreven als het is op uitermate behoedzame verwachtingen. Nu echter sprake lijkt te zijn van repeterende meevallers komen nieuwe doelen binnen bereik. Ten eerste het verheugende vooruitzicht nog in deze periode het langjarige spook van het financieringstekort te verjagen. En ten tweede de dringende wens meer te investeren in economische innovatie, ecologische duurzaamheid en sociale (dat is: door allen beleefde) welvaart.

De sluitende rekening ligt binnen bereik nu voor volgend jaar nog slechts een tekort van 0,75 procent BBP wordt geraamd bij een onwaarschijnlijk lage groei van twee procent. Volgens de afspraken zullen optredende meevallers dan voor de helft worden ingezet voor lastenverlichting. Het ligt voor de hand hiermee de werkgelegenheid te ondersteunen en de sociale cohesie te versterken. Evenzeer is van belang wat er gebeurt wanneer een nultekort wordt bereikt. Zoals bekend geeft het regeerakkoord hierover geen uitsluitsel. Dat biedt de kans om de kwaliteit van de publieke sector beter aan te sluiten op de voorwaarden die nodig zijn voor een gezonde groei van de economie. Ik pleit voor een beleidsverkenning van de extra inspanningen die geboden zijn om de toegang van jong tot oud tot de kenniseconomie drastisch te vergroten, de arbeidsomstandigheden verder te verbeteren, verlof voor zorg en opleiding aanzienlijk uit te breiden en de inburgering van nieuwe Nederlanders en hun toeleiding naar de arbeidsmarkt met meer resultaatsverplichting ter hand te nemen. Het zijn voorbeelden van het scheppen van voorwaarden voor het vasthouden van (een hoger) tempo van economische groei. Want we redden het niet als de toegang tot kennis voor te velen geblokkeerd blijft en de organisatie van onze samenleving veel talent van vrouwen en nieuwkomers onbenut laat. We mogen niet nalaten tijdig financiële ruimte te scheppen, zo nodig ook uit publieke middelen, om deze investeringsslag tot stand te brengen. Dat is de hoofdopgave nu na 25 jaar het moment van het sein `tekort meester' nadert.

Wat Nederland bedreigt is het gevoel dat als alles op orde is, het ook wel op orde blijft. We moeten ons echter verandering ten doel blijven stellen. Dat kunnen we doen door de winst te incasseren van de consensus over de financiële discipline: de toename van de ruimte om vindingrijk in te spelen op de vereisten van een maatschappij die mobiliteit, innovatie en solidariteit verbindt. Voor het vervullen van die ambitie bestaat nu nieuwe ruimte.

Ad Melkert is lid van de Tweede Kamer en is voorzitter van de PvdA-fractie.