Op de divan bij de cybertherapeut

Wie labiel is en niet naar een RIAGG wil, kan ook terecht bij de internet-psycholoog. Cybertherapie is snel en goedkoop, maar niet altijd wetenschappelijk verantwoord.

Het is een uur of vier in de middag. `Snoopy' vertelt René Diekstra over haar angst voor winkelcentra. Als ze er komt wordt ze duizelig, trillerig en heeft ze het gevoel dat ze flauwvalt. Dat is erger geworden sinds haar hartoperatie. Gerda en Sigrid luisteren toe. Dan komt Frits binnen.

,,Hallo Frits', zeggen Sigrid en Gerda.

,,Hallo, allemaal!!' antwoordt Frits.

René Diekstra: ,,Snoopy, uit wat je vertelt, trek ik, maar dat is onder voorbehoud, de volgende conclusie. Waarschijnlijk heb je, laten we maar zeggen van nature, een zekere neiging om met angst op spanningssituaties te reageren. Als je een moeilijke situatie ontmoet (overlijden, ziekte) stijgt die angst tot een vorm die af en toe paniek wordt.'

Bovenstaand gesprek is een fragment uit een `Diekstra.com Live Chat Event', een vragenuurtje op Internet waar men zijn psychische problemen kan voorleggen aan klinisch psycholoog René Diekstra. Anderen kunnen meekijken. De website werd in 1996 opgezet als actievoerderssite van Leidse studenten die Diekstra steunden in de plagiaataffaire. Inmiddels biedt hij er weer zelf hulp bij psychische problemen.

`Cybertherapie' – psychologische hulpverlening via internet – is in de Verenigde Staten al jaren booming business. Ook in Nederland begeven zich steeds meer psychotherapeuten op het world wide web. Hun hulpverlening varieert van informatie over wat te doen bij welke klachten, zoals op de site van RIAGG Drenthe, tot Interapy, een volledige therapie van de Universiteit van Amsterdam. De meestvoorkomende vorm is het persoonlijke consult via e-mail, volgens Internetpsycholoog Job Bugel erg geschikt voor `problemen die met wat voorlichting al verholpen kunnen worden'. Wie vaak ruzie heeft met zijn partner adviseert hij bijvoorbeeld geen rode wijn te drinken bij moeilijke gesprekken.

Zoals de meeste Internet-therapeuten vraagt Bugel geen geld voor zijn adviezen. Wel verwijst hij mensen soms door naar zijn eigen praktijk. Internetpsycholoog Hans West vraagt 25 gulden voor een kort en 45 gulden voor een lang antwoord. West krijgt veel vragen over seks. Via zijn homepage kun je ook leren maskertjes, tuigjes en dansbroekjes bestellen.

Over het algemeen is hulpverlening via Internet goedkoop, snel (geen wachtlijsten), en geschikt voor mensen die niet zo snel naar een `echte' therapeut zouden gaan. Een risico is dat de therapeut niet kan zien hoe ernstig iemand eraan toe is. De RIAGG Drenthe biedt daarom geen e-mail-consulten aan, maar alleen informatie en adressen. ,,Als iemand zegt: `Ik ga er een eind aan maken', dan kan dat een losse opmerking zijn, maar het kan ook betekenen dat iemand zwaar suïcidaal is', aldus Han Pijs van RIAGG Drenthe. ,,Aan de hand van de stem, de toonzetting, de houding van die persoon kan een ervaren therapeut dat bij normaal contact redelijk inschatten. Maar via het Internet is dat onmogelijk.'

Het Nederlands Instituut van Psychologen wijst vooralsnog alle individuele hulpverlening via Internet af. ,,Maar ik denk wel dat we er nog eens opnieuw naar moeten kijken', zegt Joke Bravenboer, beleidsmedewerker beroepsethiek. Aanleiding daarvoor is onder meer Interapy, een gestructureerde Internet-therapie ter behandeling van post-traumatische stress-stoornis (PTSS), ontwikkeld onder leiding van professor Alfred Lange van de afdeling klinische psychologie van de Universiteit van Amsterdam. Hierbij is een vorm van therapie waarvan de werking al wetenschappelijk was aangetoond, aangepast voor gebruik via Internet. Bravenboer heeft de indruk dat dit project de gevaren van cybertherapie wel onderkent.

Via de website van Interapy kunnen mensen die een traumatische ervaring hebben meegemaakt, zoals geweld, de dood van een familielid of een ernstig ongeluk, en daar nog steeds veel last van hebben (bijvoorbeeld nachtmerries of het vermijden van bepaalde situaties), zich aanmelden voor therapie. Ze moeten eerst een aantal vragen beantwoorden. Alleen mensen die niet verslaafd zijn aan alcohol of drugs, geen zware medicijnen gebruiken, geen andere psychotherapeutische behandeling volgen, en niet depressief of psychotisch zijn, kunnen deelnemen. Wie niet in aanmerking komt wordt eventueel doorverwezen. ,,Totale bescherming tegen het risico van suïcide kun je nooit geven, ook niet in gewone therapie', aldus Lange. ,,Maar als mensen erg depressief zijn, dan halen we die er vooraf wel uit.'

Deelnemers krijgen de opdracht om vijf weken lang twee keer per week op een vast tijdstip een essay te schrijven over de traumatische gebeurtenis die ze hebben meegemaakt. De essays worden via het Internet naar vaste begeleiders – speciaal getrainde psychologiestudenten – verzonden en door hen van commentaar voorzien. Zo leren de cliënten de traumatische gebeurtenis onder ogen te zien en een plaats te geven in hun leven. Dat schrijftherapie effectief is bij PTSS was al langer bekend. Uit onderzoek van Lange en zijn collega's is gebleken dat ook deze Internetvariant, waarbij therapeut en cliënt elkaar nooit ontmoeten, goed werkt.

Alfred Lange wil ook voor andere klachten, bijvoorbeeld straatvrees, een Internetbehandeling ontwikkelen. Hij hoopt dat Interapy op den duur een plaats vindt binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg. ,,Dat is voor het ministerie ook aantrekkelijk, want het is een goedkope behandeling die werkt. Nu zie je dat mensen een dure therapie krijgen die vaak niet werkt, of dat er geen plaats voor ze is en dat hun klachten erger worden.'

Bij cybertherapie is het wel oppassen voor pottenkijkers. De meeste chatsessies en e-mail-consulten zijn op geen enkele manier beveiligd. Alleen bij Interapy vindt de communicatie tussen cliënt en begeleider plaats via een beveiligde computer. Interapy is daarmee `even veilig als betalingsverkeer'. Veiliger is niet mogelijk.