Ontdekkingsreis

Het wordt schitterend! Of de bouwvakkers het met opzet hadden gedaan? Ik kan het me voorstellen. De afrastering aan de Van Baerlestraat die een paar jaar het Museumplein, de bouwput, de betonvlakte, het nieuwe grasveld ontoegankelijk had gemaakt, vertoonde een bres. Die gaf toegang tot het klinkerpad dat aan de achterkant van het Stedelijk Museum naar de uitbreiding van het Van Gogh Museum leidt (opening 24 juni). Het was donderdagochtend, 17 juni, vijf over acht, prachtig weer. Onder zulke omstandigheden mag je zo'n uitnodiging niet afslaan.

Links ligt het `ezelsoor', een schuin oplopende driehoek waarin een filiaal van Albert Heijn komt. Het dak is met gras bedekt. Ik houd m'n hart vast - deed dat al toen dit geheel in aanbouw was, want het leek me weer zo'n krampachtig bewijs van hypercreativiteit. Het staat er, we zeuren er niet meer over. Ik liep over dit klinkerpad, en keek naar rechts. Daar ligt een wijde, groene vlakte, aan de andere kant begrensd door geboomte en de bebouwing aan de oostzijde die ook Museumplein heet. De laatste keer dat ik dit panorama had gezien was toen er nog een paar sokkels stonden met stukken roestig betonijzer, de sporen van lang geleden verdwenen skulpturen. In het midden raasde het verkeer van het Concertgebouw naar het Rijksmuseum. Wat ik nu zag was een weldaad van zichtbare vrijheid zoals we in Amsterdam in jaren niet hebben beleefd.

Wat er intussen links van dit klinkerpad gaande is, kon ik niet goed begrijpen. Daar zijn de graafmachines nog aan het werk. De oplopende lijn van het `ezelsoor' verleent weer eens een ander uitzicht op de gevels aan de overkant van de Van Baerlestraat, maar dat ze er wondermooi van zijn geworden waag ik niet te zeggen. En of deze groene driehoek `spanning aan het maaiveld' geeft? (zoals ik las bij iemand die er verstand van heeft.) Spanning aan het maaiveld. De uitdrukking opzichzelf is het in ieder geval waard om nog eens diep over na te denken. Ik liep verder en zo kwam ik aan de ruimte tussen het oude Van Gogh en het nieuwe Van Gogh. Dit laatste gebouw hebben wij trampassagiers bij wijze van spreken centimeter na centimeter boven het maaiveld zien verrijzen. Een spannende ervaring. Eerst dacht ik aan de zgn. flakbunkers, die voorbeelden van teutoonse vestingbouw waarop de Duitsers hun luchtafweergeschut hadden gezet. Ook een beetje Atlantik Wall. Maar ik hield mijn mening voor me. Nadat een paar jaar geleden de kogel door de kerk was, en niets de `herinrichting' van het plein nog kon verhinderen, hadden mijn vriend de dichter en ik afgesproken dat we niet verongelijkt zouden blijven dreinen over het verleden en de gemiste pracht van andere plannen. We zouden wel zien.

Nu zag ik voor het eerst, onvoorbereid, de onbekende kant van het nieuwe Van Gogh. Er zijn van die ontmoetingen, met honden, mensen, schilderijen, de stijl van een schrijver, waarbij je meteen weet: dit is volkomen in orde (of ook wel: dit deugt voor geen cent). De Japanse architect Kisho Kurokawa heeft daar iets gemaakt waartegen ik glimlachte en vriendelijk, instemmend knikte. Nadere beschrijving en verklaring van ruimte- en vlakverdeling, lijnenspel en spanning laat ik graag aan deskundigen over. Het is, dat weet ik zeker, mooi en tegelijkertijd uitzonderlijk; een bouwwerk waarmee de stad voor de dag kan komen. Wel een kwartier heb ik me staan te verzadigen. Verder links af, door een smal pad langs het oude museum Overholland (wat gaat daarmee gebeuren?) naar de Paulus Potterstraat, weer rechtsaf naar het gebied van de bomen dat een half jaar geleden nog op het Argonnenwoud na de veldslag leek. De bomen hebben de rigoreuze snoeipartij goed overleefd. En als je daar dan weer naar rechts kijkt, zie je aan de zuidgrens het Concertgebouw, eindelijk in zijn laat negentiende eeuwse allure, in het perspectief dat het verdient. Dan komen er nog een stuk of wat nieuwe bouwseltjes waarvan ik de functie, bij gebrek aan voorstudie, niet ken. Dat komt later. Ze zijn in ieder geval niet lelijk. En op deze ochtend ging het me om de verrassing van de eerste, onvoorbereide aanblik - de zeldzame buitenkans, geboden door een gat in het hek. Volgende week is het de tijd voor de experts, esteten pro en contra, discussies. Dat heeft zijn eigen onmisbaarheid. Het zou jammer zijn als ze er niet waren. Maar nu was ik iemand die aangespoeld was op een eiland dat hij nog van vroeger kende, en haast niet kon geloven dat dit hetzelfde eiland was. Meer zeg ik niet; zelf gaan kijken is het beste.