Om de toegang tot Rusland

De Baltische staten doen er alles aan om tot de Europese unie te kunnen toetreden. Dat maakt ze interessant voor staatssecretaris Ybema (Economische Zaken) en het Nederlandse bedrijfsleven. Onder Ybema's leiding bezocht een handelsdelegatie Estland, Letland en Litouwen. Wat zijn de mogelijkheden, en wat is er al tot stand gebracht?

Het is groen in de Baltische Staten. De in totaal 7,5 miljoen inwoners van Estland, Letland en Litouwen weten zich omgeven door bos, bos en nog eens bos. En dat is nou precies waarom R. Venendaal zo geïnteresseerd is in handel met de Balten. Venendaal werkt bij de Biomass Technology Group (BTG) en is gebiedsmanager voor Centraal- en Oost-Europa: ,,De Balten zijn een enorme groeimarkt voor ons. Niet alleen de bossen zijn om te zetten in duurzame energie, ook de nog op te stellen regels voor bijvoorbeeld waterzuiveringsinstallaties bieden enorme mogelijkheden.''

Venendaal was met nog veertien andere vertegenwoordigers van Nederlandse bedrijven begin deze week op handelsmissie in de Baltische staten. Staatssecretaris Ybema van Economische Zaken (EZ) voerde in zijn hoedanigheid van `minister of Foreign Trade' de delegatie aan. De Baltische staten zijn om meerdere redenen interessant voor het bedrijfsleven én voor de politiek. De drie staten willen toetreden tot de Europese Unie. Van Estland is het nagenoeg zeker dat het in 2003 zal toetreden, Letland en Litouwen doen er alles aan in dezelfde shift terecht te komen, maar moeten vooralsnog genoegen nemen met een plaatsje in `groep twee', waarvan nu nog niet vaststaat wanneer die mogen toetreden.

Daarnaast vormen de drie staatjes, die qua inwonertal slechts een beperkte en daarmee niet zo interessante afzetmarkt zijn, de ideale springplank naar Rusland. Met drie potentieel goede havens (Tallinn Muuga in Estland, Riga in Letland en Klaipeda in Litouwen) die – in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Russische Sint-Petersburg het hele jaar nagenoeg ijsvrij zijn – vormen zij de uitgelezen locaties om het enorme achterland te bedienen. Eigenlijk zien Nederlandse bedrijven die met Ybema een rondreis door het gebied maakten de Balten als de Benelux van Oost-Europa.

Na het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1991 stonden Estland, Letland en Litouwen voor de moeilijke taak hun overheidsgestuurde economieën aan te sluiten op de wereldmarkt. De grenzen gingen open en er werd een vliegende start gemaakt met de privatisering van overheidsbedrijven. In 1996 was al 70 procent van het staatsbezit van Litouwen geprivatiseerd en de overheid wil dit jaar nog eens 2300 bedrijven privatiseren. Ook in de andere staten is die trend gaande.

Estland koppelde haar munt, de Estse kroon, in juni 1992 muurvast aan de Duitse mark in een verhouding acht tegen één en heeft dat ondanks een gierende inflatie in 1992 (ruim 1000 procent) nooit losgelaten. Litouwen deed hetzelfde met de Amerikaanse dollar (vier tegen één) en daar was de inflatie in 1992 even hoog – in Letland datzelfde jaar 950 procent. De laatste jaren hebben de drie kuststaten hun inflatie wat beter in de hand en ook de groei stabiliseert zich. Litouwen overweegt om de koppeling van de litas aan de dollar uit te breiden naar een koppeling aan een wat breder pakket (een mandje) valuta, waarin ook de euro zit. Die net verworven economische stabiliteit liep vorig jaar echter een flinke deuk op toen de crisis in Rusland uitbrak. Voor Litouwen, dat nog de meeste banden met de oude USSR heeft, viel in één klap tachtig procent van de export weg. Naarstig gingen de drie staten op zoek naar alternatieve afzetmarkten in het Westen.

De bedrijvenagenda van de handelsdelegatie is even simpel als doeltreffend: de deelnemende bedrijven krijgen de mogelijkheid om met een groot aantal Baltische bedrijven te praten over de mogelijkheden van samenwerking of directe handel. Matchmaking heet dat in ondernemerstaal en dat vindt plaats in congreszalen en hotels. Dankzij de aanwezigheid van de staatssecretaris hebben bedrijven die daarin geïnteresseerd zijn ook de mogelijkheid om aan te schuiven bij de officiële delegatie die gesprekken voert op het hoogste politieke niveau.

Dat gaat dan ongeveer zo. De Nederlandse Minister van Buitenlandse Handel stelt het meegekomen bedrijf voor aan zijn Estse, Letse of Litouwse collega. Dan legt de minister het probleem voor dat het Nederlandse bedrijf heeft, of de vertegenwoordiger van dat bedrijf grabbelt in zijn tas en tovert er een uitgewerkte tekening van een havenplan of een schip uit. Zo'n kans krijg je als bedrijf zelden of nooit: op de bagagedrager van de politiek je belangen even mogen behartigen. Daar was dan ook veel interesse voor. Ybema legt het als volgt uit: ,,Als de bedrijven niet tevreden zijn, dan ben ik dat ook niet, al is het politiek nog zo interessant geweest.''

In de haven van Riga, de hoofdstad van Letland, lijkt voor nagenoeg alle deelnemers aan de handelsmissie wel wat te halen. De twee baggeraars in het gezelschap spitsen de oren als ze horen van de plannen om de haven uit te diepen zodat ook grotere schepen terecht kunnen. Ingenieursbureau Tebodin, overigens al goed vertegenwoordigd in de Balten, heeft wel oren naar het ontwerpen van terminals, silo's en andere opslagplaatsen. De Kloosterboer Group is al in een verregaand stadium van onderhandeling over een te openen opslag voor fruit. De Nationale Investeringsbank en de Nederlandse Credietmaatschappij willen de hele handel wel financieren en verzekeren.

De verhalen over de Russische crisis, de terugval van de afzet en doorvoer, het `gedonder' van de Russen met steeds wisselende importtarieven aan de grens en over leveringsgaranties van bestelde goederen mogen dan verontrustend zijn, ook daar zal de situatie zich eens weer moeten stabiliseren en dan kun je er maar beter vroeg bij zijn.

Juist in een havenplaats toont zich echter het dubbele karakter van een handelsmissie. Natuurlijk is het voor het Nederlandse bedrijfsleven interessant om vaste voet aan de grond te krijgen in een van de drie havensteden in de Baltische staten. Maar aan de andere kant is het niet de bedoeling dat bijvoorbeeld Rotterdam daar te veel hinder van ondervindt.

Daarom heeft de Nederlandse overheid er baat bij dat er volgens de regels aan een vrije markt wordt gebouwd en er geen oneerlijke methodes en corruptie aan te pas komen. Die vrees voor oneerlijke concurrentie en corruptie is niet uit de lucht gegrepen. In Litouwen bestaat een groot deel van de economie nog uit een zwart circuit. Een aantal jaren geleden stelde de Litouwse overheid een kliklijn open waar burgers corrupte ambtenaren konden aanmelden. Sindsdien is de situatie verbeterd en worden bijvoorbeeld bekeuringen niet meer handje contantje afgerekend.

Door al in een vroeg stadium interesse te tonen in de Balten hoopt Nederland de drie potentiële nieuwe toetreders ook politiek voor zich te winnen. In het grotere geheel van de Europese Unie geldt namelijk dat vele kleintjes een grote maken. Door te investeren in een goede relatie met landen als Estland, Letland en Litouwen zou bij stemming in de toekomstige, grotere EU de balans wel eens door kunnen slaan naar de kleintjes als die in voldoende mate één lijn volgen. Ybema heeft in zijn drie dagen durende rondreis door de Balten dan ook elf ministers bezocht. Investeren dus in goodwill.

Een van de manieren waarop de Nederlandse overheid die goodwill probeert te kweken is door zogenoemde PSO projecten op te starten. PSO staat voor Programma Samenwerking Oost-Europa. EZ starte in 1994 met de PSO-projecten om landen in Midden- en Oost-Europa te ondersteunen bij de omschakeling naar een marktgerichte en duurzame economie. Daarbij wordt het Nederlandse bedrijfsleven ingeschakeld, met als doel dat bedrijven een structurele relatie met de PSO-landen zullen aangaan. Senter, een agentschap van EZ, beheert het programma. PSO was eerst gericht op concrete investeringen in bedrijven, nu verschuift de aandacht naar ondersteunende en educatieve projecten.

In de Riga bijvoorbeeld werd het PSO-project met Latvia Auto afgesloten. Het bedrijf heeft met Nederlandse kennis en gelden een trainingscentrum opgezet voor managers en chauffeurs in de transportwereld. Tien tot twaalf Letse bedrijven hebben naar aanleiding van dit project contact met het Nederlandse bedrijfsleven. Ook in Vilnius was aandacht voor het PSO-project. Daar gingen Railplan en de NKF (een kabelmaatschappij) een joint venture aan met de Litouwse spoorwegen.

De Algemene Rekenkamer oordeelde in 1997 overigens dat de PSO's onvoldoende effectief waren en slecht geëvalueerd werden. EZ gaat echter onverminderd door met PSO. A. van Ravestein van EZ: ,,Dit jaar hebben we 120 miljoen gulden te verdelen, meestal in porties van één à anderhalf miljoen gulden. Latvia Auto laat zien dat er ook voor Nederland wel degelijk wat in de PSO's zit.''

Hoewel er dus op dit moment geen officiële binding is tussen de EU en de Baltische staten, heeft de Nederlandse bedrijvendelegatie besloten de groeimogelijkheden van de drie landen serieus te nemen. Onder aanvoering van het financieel beheer-bureau ECG zal in september een voorstel voor een consortium worden ingediend. ECG-directeur R. Olde Kalter: ,,De eerste euro's zullen niet voor 2003 deze kant op komen rollen. Maar als je hier al goed vertegenwoordigd bent met een variëteit aan bedrijven, dan ben je er ook als eerste bij als de Europese Structuurfondsen de Balten gaan steunen.''

Maar naast economisch goed verklaarbare argumenten om wat dichter bij de EU te komen, heeft Litouwen vorig jaar ook een sterk staaltje psychologische politiek laten zien. In plaats van de lokale tijd gelijk te stellen aan die van Estland en Letland, hetgeen tot op dat moment het geval was, hanteert Litouwen sinds vorig jaar dezelfde tijdzone als Berlijn en de rest van Europa. Om niet helemaal uit de pas te lopen met de buurlanden begint iedereen in Litouwen nu wel een uur vroeger met werken.