Nooit meer vrede

De schrijver Peter Handke ligt onder vuur wegens zijn pro-Servische standpunten. Vorige week ging in Wenen zijn bij voorbaat omstreden toneelstuk in première. Moet een schrijver de beste antwoorden geven of de juiste vragen stellen?

De oorlog is nog lang niet afgelopen. Maar precies op de dag dat de bombardementen stopten, ging vorige week in Wenen Die Fahrt im Einbaum oder das Stück zum Film vom Krieg van Peter Handke in première. Het werd geschreven naar aanleiding van de vorige episode in het grote Joegoslavische conflict: de strijd tussen Serviërs en Bosniërs. Maar het pretendeert meer te zijn: een weidse visie op de oorzaken van alle conflicten in de Balkan, misschien wel van alle burgeroorlogen. En dus gaat het ook over Kosovo. En dus zou het ook voor de volgende uitbarsting van geweld iets moeten betekenen. Wanneer het UÇK binnenkort ernst gaat maken met het verjagen van etnische Serviërs, bijvoorbeeld.

,,Laat dat stuk met rust, laat het met rust tot na de première', zei Handke begin dit jaar toen in de Duitstalige media de ophef over de pro-Servische standpunten die erin zouden worden verkondigd een aanvang nam. Hij dreigde de opvoering alsnog te verbieden. Maar vervolgens deed hij zelf bijzonder weinig om het rumoer te dempen. In de afgelopen maanden wekte de schrijver onmiskenbaar de indruk dat hij een partijgenoot, een aanhanger was van Slobodan Miloševic. Alleen al daardoor kreeg die première in het Burgtheater iets onwerkelijks. In de lauwwarme zomeravond stroomde de intelligentsia uit Wenen, München en Berlijn de pompeuze schouwburg binnen. Avondjurken, hier en daar een smoking. In de pauze champagne en petits-fours. Geen protesten voor de deur. Wel veel televisiecamera's. En na afloop ruim een kwartier lang beschaafd applaus.

Moeilijk voorstelbaar dat in 1945 op Broadway of West-End een stuk zou zijn opgevoerd dat de juistheid van de geallieerde inspanningen zelfs maar in twijfel trok of het beeld van de nazi's trachtte te nuanceren.

Pleit het voor de ruimdenkendheid van de Europese democratieën dat zoiets nu wel kan?

Zegt het iets over de onbeduidenheid van de kunst?

Of heeft Handke gelijk en is de oorlog in de Balkan inderdaad een oorlog die veroorzaakt en gevoerd wordt door de internationale media, meer een zaak van de door hem intens gehate kaste van de journalisten dan van echte mensen, van `het volk, het toeschouwersvolk' waarmee hij dweept?

Peter Handke ligt onder vuur sinds hij bijna drie jaar geleden het mystieke reisboek Eine winterliche Reise zu den Flüssen Donau, Save, Morawa und Drina, oder Gerechtigkeit für Serbien publiceerde. In dat boek koos hij partij voor de Serviërs, niet zozeer omdat hij hun politieke standpunten deelde, maar uit liefde voor hun land, voor het landschap en de mensen. En uit woede over een internationale consensus die van alle Serviërs schurken wilde maken en alle Bosniërs en Kroaten als onschuldige slachtoffers zag. Tijdens een openbare discussie over het boek verliet hij woedend het podium, terwijl hij zijn tegenstanders toebrulde: ,,Jullie denken dat je het alleenrecht hebt op mensenrechten, op humaniteit.'

Sfeervolle tafereeltjes

Er is veel gelachen en gehoond over Handke's naïeve observaties in Gerechtigkeit für Serbien. Kleine ontmoetingen, sfeervolle tafereeltjes, de lieflijke natuur brengen hem tot de conclusie dat in dit land geen slechte mensen kunnen wonen en dat ook het regime er dus niet zo slecht zal zijn. Toch verschilt die aanpak niet zo heel erg van wat tientallen collega-schrijvers voor hem hebben gedaan toen ze de voormalige Sovjet-Unie, China of het vrolijke Cuba bezochten in een poging nu eens met eigen ogen waar te nemen en met eigen pen te beschrijven hoe de werkelijkheid er uitziet achter de politieke commentaren. De vreugde van het oude vrouwtje dat leert lezen, de schittering in het oog van het kolchoze-kind, het eensgezinde binnenhalen van de oogst – of de auteurs nu Kisch of Mulisch heten, Sartre of Meulenbelt, wanneer de particuliere waarnemingen tot politieke algemeenheden worden verheven, sneuvelt hun geloofwaardigheid. Dan krijgen zelfs de grootste schrijvers iets potsierlijks. Salman Rushdie noemde Handke onlangs, in Le Monde, `de internationale gek van het jaar'. Maar wie Rushdie's eigen verslag van de Nicaraguaanse revolutie leest (in The Jaguar Smile), mag zich afvragen waarom hij nu zo'n hoge toon aanslaat. Ook al is zijn conclusie dan misschien wel waar.

Want Peter Handke heeft er zelf voor gezorgd dat zijn stuk niet met rust werd gelaten. Hij zocht zelf de publiciteit die hij zegt te verafschuwen en maakte zo een slagveld van zichzelf. Hij reisde twee keer naar Belgrado om er voor de televisie op te treden en bij zijn Servische broeders te zijn toen de bombardementen waren begonnen. De tweede keer was hij in gezelschap van regisseur Claus Peymann, die zijn gastheren in het openbaar een bemoedigend `venceremos!' toeriep. Handke trad uit de katholieke kerk, die zich daar weinig van aantrok, en gaf de Büchner-prijs terug. Zijn tegenstanders noemde hij `humaniteits-hyena's'. ,,Jullie mensenrechten', zo sprak hij fijnzinnig, ,,die stop ik in mijn reet.'

Toen de gedrukte tekst van Die Fahrt im Einbaum eind april verscheen, was er dan ook eigenlijk al niets meer aan te doen. De partijen hadden zich geformeerd. Aan de ene kant Handke, Peymann, een aantal prominente acteurs en schrijvers (Elfriede Jelinek, Gerhard Roth, Peter Turrini) en een eenzame festivaldirecteur (Gerard Mortier). Aan de andere kant de complete Oostenrijkse pers en een deel van de Duitse, die gezamenlijk van oordeel waren dat Handke ofwel een slecht mens ofwel gek ofwel beide was geworden. Dieptepunt in het debat vormde het afdrukken van een open brief door Handke's ex-vriendin Marie Colbin in het tijdschrift Format waarin ze het persoonlijke en het politieke wel heel nauw verknoopte. Ze beschuldigde Handke, `de ideoloog van het fascisme', niet alleen van medeplichtigheid aan volkerenmoord maar ook van geweld binnen hun relatie: ,,Ik voel weer de bergschoen tegen mijn lichaam en de vuist in mijn gezicht. Nee – jij bent geen man van de vrede!'

Geestelijke vader

Nu hoeft een schrijver dat ook niet te zijn. Het enige dat je van hem mag verlangen is dat zijn werk beter is dan zijn persoon. Dat het meer te vertellen heeft dan de geestelijke vader zelf ooit zou kunnen, in de krant of vanachter een microfoon. Dat het zichzelf belangrijker maakt dan zijn bedoelingen.

Er was een aangename verrassing, die zomeravond in het Burgtheater: Die Fahrt im Einbaum is zo'n stuk. In ieder geval bij vlagen. Geen propaganda voor deze of gene partij – in dat opzicht kan de voor september geplande opvoering in het Nationale Theater van Belgrado voor Miloševic en de zijnen alleen maar een teleurstelling worden. Bepaald ook geen meesterwerk – al is het misschien te vroeg om daar een oordeel over te vellen. Maar in ieder geval wel een tekst die in al zijn onevenwichtigheid heilzame verwarring sticht, die zinnige en onzinnige vragen stelt, die bijdraagt aan de gedachten en de gevoelens over de laatste Europese oorlog van de eeuw – en dat doet, dat lijkt me het belangrijkste, met de middelen van de kunst, van de literatuur en het theater. Niet in de taal van het politieke of het morele commentaar. Handke's woede en wanhoop zijn op ieder moment van de voorstelling voelbaar. Maar het lijkt of het stuk ze in een vorm gedwongen heeft die een al te eendimensionale, partijdige strekking onmogelijk maakten.

Die Fahrt im Einbaum oder das Stück zum Film vom Krieg is net als het eerdere toneelwerk van Handke een spreekstuk. Eerder een aangeschakelde serie monologen dan een drama dat zijn kracht ontleent aan dialoog en handeling. Peymann, die al in 1966 de eerste voorstelling van Handke's Publikumsbeschimpfung regisseerde, heeft het sober, misschien wel iets te sober in scène gezet; om de tekst zoveel mogelijk tot zijn recht te laten komen.

Het decor stelt de eetzaal voor van een hotel ergens diep in de Balkan. Wrakke tafels met papieren servetten; een kleine bühne, te gebruiken bij feesten en partijen; een dubbele deur waarachter de keuken wel zal zijn. Het is tien jaar na de `voorlopig laatste oorlog'. Op een stuk zeildoek dat voor de nog steeds niet herstelde ramen is gespannen staan de namen van de internationale organisaties die bij dergelijke conflicten plegen in te grijpen: de VN en de UEFA. Tegen deze achtergrond treden twee regisseurs aan, een Spanjaard en een Amerikaan. Ze hebben de opdracht samen een `Europees-Amerikaanse gemeenschapsfilm' te maken over de oorlog. In hotel Acapulco komen ze de hoofdrolspelers uitzoeken en tegelijk proberen ze uit te vinden wie de schurken moeten zijn en wie de helden.

Maar alle karakters tijdens deze auditie spreken elkaar tegen. De toeristengids, die zich reeds kan beroemen op `verscheidene hoofdrollen in documentaire films', legt uit dat de oorlog niets te maken had met rassen of religies maar voortkwam uit het ressentiment van het domme platteland tegen de cultuur van de stad. De `woudloper' trad tijdens de oorlog eveneens voor de televisie op, `met de fles in de hand, als de derde booswicht in de tweede rij van links' en werd daarna wegens hulp bij volkerenmoord door een Duitse rechtbank veroordeeld. Er is een handige jongen die (`de fantasie aan de macht!') vanuit drie verschillende enclaves verzonnen berichten naar het buitenland zond die inmiddels in de geschiedenisboekjes staan genoteerd. Er zijn twee geschiedkundigen: de dorpschroniqueur die wil bewijzen dat buren van verschillende afstamming al eeuwen alleen onder dwang vreedzaam samenleven, en de wetenschapper die uit het feit dat dit gebeurde afleidt dat het dus ook best kan. Zij en de andere personages presenteren zich aanvankelijk meestal met een zelfbewuste of cynische tekst, maar al snel blijkt dat ze na de oorlog geen van allen meer zijn wie ze willen zijn. De maskers gaan af. Ze zijn bang voor bepaalde woorden geworden, voor eenvoudige woorden als `dorp' en `buurman'. Ze zijn bang om iemand aan te raken. Ze zijn bang voor zichzelf omdat ze ervaren hebben hoe dun de grens is tussen iemand helpen en iemand vermoorden, omdat ze gemerkt hebben hoe makkelijk slachtoffers daders worden, en omgekeerd.

Projectie

Uiteindelijk lijkt het zo of niemand in het Joegoslavische conflict ergens schuld aan heeft – of iedereen, maar dat komt op hetzelfde neer. Psychologisch en poëtisch is dat misschien heel aanvaardbaar. Maar bevredigend voor het verstand en de moraal is het niet. Want hoe is de oorlog dan ontstaan? Handke suggereert dat ze een gevolg is van de door hem verfoeide Westerse technocratie, van de internationalisering. De problemen in de Balkan zijn dan een projectie van wat er mis is in het Westen. In diezelfde zeer aanvechtbare, romantische gedachte past het optreden van een jonge vrouw die het vergeten en de vrede predikt. Ze wil dat alle bewoners van het land zich inschepen in een primitief en mythisch vaartuig, een boomkano – de Einbaum uit de titel – om zo opnieuw een gevoel van gemeenschap te ervaren. Haar poging mislukt. Het schip is te klein. Wanneer het gezelschap vervolgens op een andere manier (uitgestrekt als lijken, bedekt onder sneeuw en gescheurde vlaggen) van het podium is verdwenen, klinkt uit de coulissen gelach. Spottend gelach.

De sombere conclusie van het stuk: alle personages zijn uiteindelijk niet alleen wanhopig, maar in hun wanhoop ook nog belachelijk. Behalve dan de drie internationale journalisten op hun mountain-bikes die alles begrijpen en nooit aan iets twijfelen. Die zijn belachelijk én karikaturaal. Handke heeft niet aan de verleiding kunnen weerstaan om zijn voornaamste tegenstanders op die manier te portetteren en schiep zo zijn minst geloofwaardige figuren. Maar in een sleutelpassage gebruikt hij ze om zijn eigen houding tegenover politiek en maatschappij nog eens over het voetlicht te brengen, en dat is zeer verhelderend.

,,Ja, ik heb een ziekte geërfd', zegt `de Griek', een afvallige vakbroeder tegen de drie zelfverzekerde verslaggevers. ,,Van alles wat algemeen bekend is en voortdurend herhaald wordt, denk ik: dat kan niet echt waar zijn.'

,,Dus', luidt de vraag aan hem, ,,iets anders is waar?'

De Griek: ,,Ook niet. Maar dat andere is in mijn ogen minder onwaar dan het klaarblijkelijk algemeen bekende.'

Voor een journalist is een dergelijk uitgangspunt onwerkbaar. Voor een kunstenaar is het misschien wel een voorwaarde. Schrijvers zijn niet verplicht tot het geven van politieke commentaren. Ze zijn er ook niet beter voor toegerust dan gewone stervelingen. Wanneer ze gebruik maken van hun status als publieke figuur en antwoorden proberen te geven op actuele vragen nemen ze een groot maar vooral een oneigenlijk risico. Peter Handke heeft dat met zijn dwaze optreden fraai bewezen. In Nederland getuigt de anemische discussie over de rol van onze schrijvers en Kosovo ervan.

Wanneer een kunstenaar in de uitoefening van zijn vak engagement toont, is het iets heel anders. Maar dan is de kans groot dat hij een nieuwe werkelijkheid schept die meer vragen oproept dan antwoorden verschaft. Ook dat heeft Handke laten zien en hoe je ook over het resultaat mag denken, ditmaal strekt het hem tot eer. Hij verscheen niet tijdens zijn première, terwijl hij daar beter op zijn plaats was geweest dan voor de brandende kazernes in Belgrado.

Noch Peter Handke noch zijn theaterstuk zal iets aan de heersende opvattingen over de Balkan veranderen. In de Oostenrijkse kranten werd Die Fahrt im Einbaum neergesabeld. In Duitsland was men genuanceerder, maar evenmin positief. Claus Peymann nam met deze voorstelling na dertien jaar tot opluchting van stad en land afscheid van het Burgtheater. In Wenen, en trouwens ook in Amsterdam, gaat het intussen uitstekend met de kunst. Er worden nieuwe musea gebouwd, de taartenwinkels liggen vol, festivals trekken volle zalen. Jammer alleen, dat algemeen bekende antwoorden overal meer in trek zijn dan ongemakkelijke vragen. We willen grensverleggend zijn maar wel binnen de perken. We willen verrast worden maar niet onaangenaam. We willen publiek aanspreken, autochtoon en allochtoon, en in de praktijk komt dat erop neer dat we ze dus moeten behagen. De oorlog is ver weg. Misschien nog niet eens begonnen.

Die Fahrt im Einbaum is nog te zien op 21,22, 23, 26 en 27 juni in het Burgtheater in Wenen. Inl. 0043 1 514444

Schrijvers die proberen actuele vragen te beantwoorden nemen een oneigenlijk risico

Handke maakte zijn tegenstanders uit voor `humaniteits-hyena's'