Neutrale landen worstelen met EU-defensie

De neutrale EU-landen Finland, Zweden, Oostenrijk en Ierland zijn niet blij met de plannen voor een gemeenschappelijke defensiepolitiek in Europa, die twee weken geleden tijdens de top in Keulen werden goedgekeurd.

Even mogen de neutrale landen van de Europese Unie weer rustig ademhalen. De plannen voor een gemeenschappelijke Europese defensie zijn weliswaar vorige week op de top in Keulen aangenomen, maar de invulling laat op zich wachten. En omdat een van de neutralen, Finland, het komende half jaar de Europese Unie voorzit, zal voorlopig geen haast worden gemaakt met de rapportage over de totstandkoming van een Europees leger.

Kosovo mag Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk dan tot het inzicht hebben gebracht dat de Europese Unie militair zijn tanden moet kunnen laten zien, bij de neutrale EU-landen leidde de oorlog eerder tot een tegenovergestelde reactie. Vooral Oostenrijk, dat de afgelopen jaren geleidelijk is opschoven in de richting van toetreding tot de NAVO, stribbelde voorafgaand aan de Keulse top hardnekkig tegen. Onacceptabel – tot veto-dreigementen aan toe – was voor de neutralen de verplichting om elkaar wederzijds bij te staan in geval van een aanval door een derde land. In de uiteindelijke plannen is deze verplichting dan ook geschrapt.

Het is een soort natuurlijke reactie van neutrale landen om in gevallen van een militaire crisis dieper in hun neutrale schulp te kruipen. Ook voor het begin van de Kosovo-crisis was nog steeds een kleine meerderheid van de Oostenrijkers tegen NAVO-toetreding. Maar de laatste maanden is hun aantal gestegen tot maar liefst 80 procent. In Zweden was het aantal fervente tegenstanders van de militaire alliantie de laatste tijd gedaald tot 40 procent. Nu is het weer meer dan de helft.

Geen van de neutrale EU-landen staat nog helemaal afkerig tegenover bestaande militaire allianties. Zweden, Finland, Ierland en Oostenrijk zijn alle vier waarnemer bij de Westeuropese Unie – al betekent dat voor de een meer dan voor de ander. En in alle vier klinken al langer positieve geluiden over toenadering tot de NAVO. Zo zei de Finse president Martti Ahtisaari, architect van het vredesakkoord met de Joegoslavische president Miloševic, vorig jaar dat de defensiepolitiek in zijn land weliswaar gebaseerd is op ongebondenheid, maar ook op ,,samenwerking binnen de nieuwe structuren die de NAVO aanbiedt''.

Neutraliteit, dat realiseren alle vier zich, is niet meer wat ze in de Koude Oorlog was. De oude machtsblokken hebben afgedaan. En sinds het gesjacher van zogenaamd neutrale landen met joodse eigendommen tijdens de Tweede Wereldoorlog in volle omvang aan het licht is gekomen, rust er een smet op het woord neutraal. Bovendien heeft degene die zich tegenwoordig afzijdig houdt van vredesmissies - en dat zou de belangrijkste taak moeten worden van een gemeenschappelijke Europese defensie - steeds meer iets uit te leggen.

De neutrale EU-landen hebben sinds het begin van de Kosovo-crisis dan ook veel woordacrobatiek nodig om hun positie uit te leggen. Bij een bezoek van een Russische handelsdelegatie aan Ierland veroordeelde premier Ahern nog de NAVO-bombardementen – omdat dat de gesprekken een gunstige impuls kon geven. Bij onderhandelingen met de EU-leiders over de `Agenda 2000', een dag later, was Ahern om dezelfde reden juist opvallend zwijgzaam over Kosovo. Het bracht een cynische commentator in The Irish Times tot de verzuchting dat de Ierse neutraliteit in de eerste plaats een economische strategie is.

Ook de Zweedse regering moet halsbrekende toeren uithalen. Diep in zijn hart voelt premier Persson wel voor NAVO-toetreding. Maar zijn sociaal-democratische minderheidsregering moet rekening houden met de Groenen en de Linkse partij, die zich fel verzetten tegen iedere ,,militarisering'' van Europa. Het bracht Persson ertoe om op de top in Keulen met een veto te dreigen tegen de integratie van de WEU in de EU en tegelijkertijd te pleiten voor een gemeenschappelijke veiligheidspolitiek van de unie.

Finland, een van de jongste EU-leden, kijkt voor zijn veiligheidspolitiek nog altijd met een schuin oog naar buurland Rusland. Premier Lipponen heeft in zijn regeringsverklaring onlangs nog weer nadrukkelijk de ongebondenheid beleden. Maar in dezelfde tekst wordt wel verwezen naar de betekenis van de NAVO als vredeshandhaver. En vorig jaar passeerde de Finse regering voor de aanschaf van nieuwe gevechtsvliegtuigen het Zweedse bedrijf Saab Gripens en kocht in plaats daarvan Amerikaanse F-18's, die beter aansluiten bij het NAVO-arsenaal. ,,Finland bereidt zich voor op NAVO-lidmaatschap zonder het openlijk te zeggen'', schreef de Helsingin Sanomat.

In Oostenrijk vliegen de coalitiegenoten elkaar sinds de Kosovo-crisis regelmatig in de haren over neutraliteit. De conservatieven zijn openlijk voorstander van NAVO-lidmaatschap, de sociaal-democratische bondskanselier Klima hoopt met zijn terughoudendheid op politiek gewin bij de nationale verkiezingen later dit jaar. Volgens de (neutrale) bondspresident, Thomas Klestil, is neutraliteit als onderwerp te belangrijk is voor gekissebis tijdens een verkiezingscampagne. ,,We hebben niet alleen in de Europese Unie, maar ook en vooral in Oostenrijk zelf een gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek nodig'', zei Klestil zuur. Het is een opmerking die alle neutralen zich ter harte kunnen nemen.