`Konrád schaadt democratie'

De Hongaarse schrijver Nadás neemt zijn collega Konrád diens standpunt over Kosovo zeer kwalijk.

Peter Nadás heeft zich niet voor niets verstopt in het uiterste zuidwestelijke hoekje van Hongarije, op een dikke drie uur reizen van Boedapest. In Gombosszeg, een dorpje van één straat waar je uit bent voor je erin bent, heeft hij de rust gevonden om te doen wat een schrijver moet doen: schrijven. ,,Ik vind niet dat schrijvers een speciale rol hebben in de samenleving. Ze moeten leven en schrijven en de rest overlaten aan specialisten'', zegt de schrijver van onder meer Het boek der herinnering.

Maar aan schrijven komt Nadás sinds een maand of twee nauwelijks meer toe. Zijn bureau ligt bezaaid met artikelen vóór en tegen de oorlog in het naburig Joegoslavië. De uitspraken van collega György Konrád voor de Berlijnse Akademie van kunsten, dat je democratie niet met bommen kunt afdwingen en dat de internationale politici zich moeten laten behandelen, hebben Nadás ontketend. Het gaat niet alleen om Joegoslavië, maar ook om Hongarije.

Nadás verwijt Konrád dubbelzinnigheid en onkunde. Dubbelzinnigheid omdat hij eerst de toetreding van Hongarije altijd openlijk heeft gesteund, en vervolgens afstand nam van de NAVO-bombardementen tegen Joegoslavië. Onkunde omdat hij het leed, aangericht door die bombardementen, gelijk stelt met het spoor van vernieling dat Slobodan Miloševic al tien jaar door het voormalig Joegoslavië trekt.

Nadás: ,,In de eerste dagen van de oorlog kwam ik er ook niet helemaal uit. Hongarije was nog maar twaalf dagen lid van de NAVO en toen was het oorlog. Wij zijn vanwege onze minderheden in Joegoslavië en andere landen, juist heel erg kwetsbaar in deze regio. Konrád was toch voor het NAVO-lidmaatschap. Als hij echt zo pacifistisch is als hij zich nu voordoet had hij indertijd moeten zeggen dat Hongarije neutraal had moeten blijven. Als je die verantwoordelijkheid niet neemt, dan is de democratie verloren. Als een democraat zichzelf toestaat er twee tegengestelde meningen op na te houden, is het hek van de dam.''

Nadás' zacht-blauwe ogen worden steeds feller als hij bij de kern van zijn betoog komt. De twee meningen van Konrád stammen volgens Nadás uit de communistische dictatuur toen je openlijk het ene zei en privé het andere.

,,Daar gaat het namelijk om. Om te voorkomen dat we van onze lauwwarme dictatuur eenzelfde lauwwarme democratie maken. Want onduidelijkheden verzwakken de democratie en in deze regio voorspelt dat weinig goeds. Nederlandse collega's kunnen zich veroorloven om zich terug te trekken en na te denken, ik doe dat zelf ook het liefst, maar in deze zaak moet ik gewoon duidelijk stelling nemen. Daar is het te belangrijk voor. We hebben nu alweer 10 jaar democratie zonder fundamentele discussie. Daarom stel ik de vraag of je in een democratie twee meningen kan hebben. En ik zeg, nee dat kan niet. Het is geen kwestie van oorlog of vrede maar of je daar twee of één mening over hebt. Dan kun je pas discussiëren. Als je er twee hebt kan dat niet. Dat bedoel ik met een lauwwarme democratie''.

Ook de opmerking van Konrád dat je met bommen geen democratie maakt, vindt Nadás te gemakkelijk. ,,Als de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog niet zouden hebben gebombardeerd, zouden wij beiden nu niet in de gelegenheid geweest zijn om te discussiëren. Ik vind dat tragisch. Wij zijn allebei joods. Konrád zegt altijd dat hij zijn leven dankt aan goede mensen. Maar ik dank mijn leven aan het feit dat mijn ouders in het verzet hebben gezeten en de verschrikkingen van het fascisme niet wilden accepteren. Goedheid noch verzet waren voldoende geweest als de geallieerden niet met hun bommen gekomen waren''.

Het gaat om de jonge democratie Hongarije, de regio, zijn minderheden en de historie. De levensgevaarlijk mix waar iedere Midden Europese intellectueel zich bewust van is. Waar ook Konrád zich op beroept in het gewraakte artikel en waar Nadás zich zo over opwindt. ,,Konrád is met de jaren een beroeps Midden-Europeaan geworden. Hij was één van de weinigen in Midden Europa met echt plausibele meningen, maar nu is hij beroeps geworden. Hij argumenteert niet, maar verkondigt. Zo geeft hij aan dat volkeren als de Albanezen in Kosovo eigenlijk helemaal geen recht hebben op onafhankelijkheid of zelfbeschikking. Maar dat wordt natuurlijk weersproken door het handvest van de Verenigde Naties en de verklaring voor de rechten van de mens. Het is heel mooi dat iemand aan zijn tuintafel bepaalt dat de Albanezen geen zelfbeschikkingsrecht hebben, maar dat is volkenrechtelijk gewoon niet waar.'

Een schrijversstrijd dus van tuintafel tot tuintafel, van het ene mooie plekje aan het Balatonmeer waar Konrád woont, tot het andere mooie plekje honderd kilometer zuidelijker. Overigens heeft Konrád laten weten niet met Nadás in debat te willen omdat hij niet polemisch van aard is. Ook in de Hongaarse pers leeft het debat nauwelijks.

Kenmerkend, noemt Nadás dat voor de Hongaarse maatschappij. ,,Sinds de dictatuur bestaat hier geen solidariteit en geen mening. Dat zijn twee wezenlijke kenmerken. Ik krijg brieven uit het buitenland maar niet van landgenoten. Niemand wil hier stelling nemen''.