Knielen voor de hostie

Iets meer dan een jaar geleden, op 30 mei 1998, traden prins Maurits en Marilène van den Broek in het huwelijk. Kerkelijk Nederland raakte in beroering over het half protestantse/half katholieke karakter van de trouwdienst. De rooms-katholieke priester G. Oostvogel nodigde, in strijd met de regels van de rk-kerk, alle aanwezigen uit voor de communie. Drie niet-katholieke leden van het Koninklijk Huis, prinses Juliana, prins Bernhard en prinses Margriet, namen deel aan de katholieke versie van de `maaltijd des Heren'.

Aartsbisschop Simonis werd overvallen door de `koninklijke' affaire. Hij overwoog serieus de ambassadeur van het Vaticaan in Den Haag te vragen een officieel protest in te dienen bij de Nederlandse regering. De afwijzing door de katholieke kerk van de gezamenlijke eucharistie leidde tot veel kritiek van allerlei gelovigen, die de maaltijd juist zagen als een verheugende vorm van oecumenisch, grensdoorbrekend gedrag. De trouwdienst gaf de discussie over de `intercommunie' een stevige impuls: zo verscheen onlangs het boekje Intercommunie, een publicatie van de sectie Geloofsvragen van de Raad van Kerken in Nederland.

De auteurs, dr. M. Brinkman, universitair hoofddocent (synodaal-gereformeerd) en dr. J. Hulshof, beleidsadviseur van de bisschoppenconferentie, stellen geen wijziging van de (katholieke) regels voor, maar pleiten voor een ruimere uitleg van de voorschriften over gezamenlijke deelname aan eucharistie en avondmaal. Dat kan best, betoogt het tweetal, verwijzend naar onder meer een recent Brits document, One Bread One Body. Daarin schrijven de rk-bisschoppen uit Engeland, Wales, Schotland en Ierland: ,,Toelating tot de heilige communie (...) mag worden gegeven aan gedoopte christenen van andere geloofsgemeenschappen als er doodsgevaar is of enige andere dringende nood. Soms kan dit ook betrekking hebben op hen die haar vragen te ontvangen bij een unieke gelegenheid van vreugde of verdriet in het leven, (...) bijvoorbeeld doop, vormsel, eerste communie, huwelijk, wijding en overlijden.'

In One Bread One Body – het Vaticaan heeft de Britse bisschoppen nimmer op de vingers getikt – ontdekken Brinkman en Hulshof openingen, waar Simonis bij de trouwdienst van prins Maurits en Marilène geen oog voor had. De twee auteurs wijzen in Intercommunie ook op de Nederlandse praktijk. ,,Er is onmiskenbaar in vele plaatselijke kerken een intercommuniepraktijk gegroeid die verder gaat dan tot dusver met name de bisschoppen van de rk-kerk wenselijk achten', schrijven ze. Ze zijn er voor de toelating van gemengd gehuwden tot de eucharistie aan het oordeel van de plaatselijke pastor over te laten. Brinkman en Hulshof vinden het ,,opvallend' dat de bisschoppen het KASKI, het katholiek instituut voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek, studie en advies, dat over de meest uiteenlopende onderwerpen studies heeft gepubliceerd, nog nooit opdracht hebben gegeven die praktijk te inventariseren.

Een week na de bruiloft van M & M stelde Brinkman vast dat ,,als je de officiële liturgische teksten van de hervormde, gereformeerde en lutherse kerken voor de avondmaalsviering en het officiële missaal van de rooms-katholieke kerk in Nederland voor de eucharistieviering naast elkaar legt, inhoudelijk eigenlijk geen enkel verschil is te bemerken'. Bij de presentatie van Intercommunie zei hij dat de bisschoppen doen alsof er de laatste dertig jaar geen oecumenische contacten zijn geweest.

Aartsbisschop Simonis heeft echter andere ideeën. Hij is het niet eens met de opvatting dat de theologische verschillen tussen eucharistie en avondmaal klein zijn. Hij wijst steeds op de bijbeltekst Johannes 6 vers 51. Daarin stelt Jezus uitdrukkelijk dat mensen die aan de communie deelnemen ,,onvoorwaardelijk moeten geloven in het mysterie dat Hij zichzelf in spijs en drank aan ons wil geven'. Het dagblad Trouw beschreef vorig jaar hoe Simonis de oud-secretaris-generaal van de hervormde kerk, dr. K. Blei, eens op de proef stelde: ,,Als onze verschillen zo gering zijn, bent u dan bereid te knielen voor de hostie?' ,,Nee, nooit', gaf de dominee toe. ,,Dan geloven wij niet hetzelfde', stelde Simonis vast.