Kaviaar eten met stokjes

De sterkste en de volkrijkste macht liggen met elkaar overhoop. Aanleiding is het uitlekken van een grootscheepse en succesvolle Chinese spionagecampagne gericht op de atoomgeheimen van de Verenigde Staten. Oorzaak is het wederzijdse wantrouwen dat rivaliserende mogendheden, ondanks alle goede bedoelingen, van nature scheidt. In de realistische theorie van de anarchie in het mondiale statensysteem geldt de zero sum-regel: de winst van de een is het verlies van de ander. Sinds president Carter op 15 december 1978 het communistische regime in Peking erkende als wettige regering en de betrekkingen met Taiwan verbrak, blijken de Chinezen, indachtig deze regel, van de vrije vestiging in Amerika misbruik te hebben gemaakt. Zij hebben Washingtons diepste geheimen ontfutseld om zo hun strategische en technologische achterstand op de andere kernmogendheden in te lopen.

De feitelijke erkenning van voorzitter Mao Tse-toeng als China's leider en feitelijke breuk met de nationalisten van Tsjiang Kai-sjek op Taiwan hadden al ruim zes jaar eerder plaatsgehad toen president Richard Nixon, vergezeld van zijn adviseur Henry Kissinger, in de Verboden Stad zijn opwachting maakte bij de indrukwekkendste revolutionaire leider van deze eeuw. Mao had in 1949, na een lange burgeroorlog die parallel liep aan de strijd tegen Japan, de Kuomintang van het Aziatische continent verjaagd. Het Verenigd Koninkrijk en Nederland waren vrijwel onmiddellijk tot erkenning van het nieuwe regime overgegaan. Zo niet de Amerikanen. Tsjiang was de oude vertrouwde bondgenoot tegen Japan en sinds de oprichting van de VN een van de vijf permamente leden van de Veiligheidsraad. Tsjiangs verbanning had de Democratische regering-Truman van Republikeinse kant het verwijt opgeleverd China te hebben `verloren'.

Indertijd werd het opmerkelijk gevonden dat juist Nixon, die tijdens de eerste fase van de Koude oorlog zijn reputatie had gevestigd als communistenjager-bij-uitstek, de opening maakte naar China. Maar Nixon was allereerst een pragmaticus. In de jaren vijftig had hij, op de politieke golfslag van de zogenoemde red scare voor alles wat `rood' was, nationale bekendheid verworven. Begin jaren zeventig wist hij China te betrekken in zijn evenwichtsspel met de Sovjet-Unie. Het Kremlin was in opmars, Amerika was moreel verzwakt door de interne verdeeldheid over de oorlog in Vietnam en China voelde zich rechtstreeks door de Russen bedreigd. Een strategische constellatie die Nixon benutte door de Chinezen aan zich te binden.

Wantrouwen

Toch overheerste bij de Chinezen het wantrouwen, zoals blijkt uit The Kissinger Transcripts van gesprekken die Amerikanen en Chinezen destijds tot op het hoogste niveau met elkaar hebben gevoerd. Vooral toen Peking doorkreeg dat de Amerikanen vrijwel gelijktijdig toenadering zochten tot Moskou en strategische verdragen met de Russen sloten, nam de achterdocht hand over hand toe. Op 4 augustus 1972, tijdens een onderhoud in een CIA safehouse te New York, onderhield de Chinese ambassadeur bij de VN, Huang Hua, Nixons afgezant Kissinger hierover. Huang verwijst naar een Russisch voorstel om met Amerika een nucleair niet-aanvalsverdrag te sluiten, een plan dat `in al zijn naaktheid gericht is op de vestiging van nucleaire hegemonie in de wereld'. In China's ogen is een verdrag waarin Amerikanen en Russen beloven geen nucleaire wapens tegen elkaar en elkaars bondgenoten te gebruiken een verdere stap om het bezit van atoomwapens te monopoliseren en landen met weinig kernwapens (China) of zonder kernwapens te dwingen in een van beide kampen bescherming te zoeken. De twee hegemonieën, meent Huang, hebben dan de vrije hand om de wereld onderling te verdelen en het lot van andere landen naar eigen goeddunken te bepalen. Kissinger antwoordt dat hij de motieven die de Chinese diplomaat Amerika toeschrijft niet kan aanvaarden. Hij schildert vervolgens in de donkerste kleuren de bedreiging die van Moskou uitgaat jegens China. `Wij menen dat de periode van het grootste gevaar zal zijn in de jaren 1974-'76. Wij menen ook dat het tegen onze belangen indruist de vestiging toe te staan van een Euro-Aziatische hegemonie van Moskou. En daarom is het in ons belang ons daartegen te verzetten zonder enige formele overeenkomst (met China)'.

Niet altijd worden de gesprekken beheerst door deze zware kost. Op 21 februari 1972 ontvangt Mao Nixon en Kissinger in zijn residentie. Kissinger vertelt dat hij de geschriften van de Voorzitter met zijn studenten in Harvard behandelde. Mao: `Die geschriften van mij zijn niets. Er is niets instructiefs in wat ik schreef.' Nixon: `De geschriften van de Voorzitter hebben een natie in beweging gebracht en hebben de wereld veranderd.' Mao: `Ik ben niet in staat geweest haar te veranderen. Ik ben alleen in staat geweest een paar dingen te veranderen in de omgeving van Peking.'

Vrouwen

Van tijd tot tijd komen de gesprekspartners op het thema vrouwen. Verschillende malen zegt Mao dat hij graag een flinke hoeveelheid Chinese vrouwen naar Amerika zou verschepen. Hij suggereert dat dit de manier zou zijn om de VS ernstig te verzwakken. Bovendien had je weinig aan vrouwen bij de verdediging van China, mocht het tot oorlog komen.

Er waren in de hogere regionen van de partij nogal wat tegenstandsters van de opening naar Amerika, onder wie Mao's echtgenote Jiang Qing. Ook een van de tolken bij de gesprekken behoorde daartoe. Na Mao's dood werd Jiang leidster van de Bende van Vier die zich, totdat haar macht werd gebroken, hardnekkig bleef verzetten tegen de hervormingen van Mao's opvolger, Deng Xiaoping, en tegen verbetering van de betrekkingen met Amerika.

Het is opvallend dat Mao zijn gesprek met Nixon lichtvoetig hield, maar later tegenover Kissinger aan zijn zwartste vermoedens uiting gaf. Een jaar na Nixons eerste en laatste bezoek aan Peking als president (van een overwogen tweede visite kwam het als gevolg van Watergate niet meer) werd Kissinger tijdens een bezoek aan China door de Voorzitter ontvangen. Mao had opgeworpen dat het Amerika en zijn Europese bondgenoten wel goed zou uitkomen als het `bedorven water' naar China afvloeide (bedoeld werd dat Moskou's agressieve bedoelingen in oostelijke richting zouden worden geleid). Kissinger: `Wat Europa denkt kan ik niet beoordelen. Zij kunnen hoe dan ook niets doen. Zij zijn fundamenteel irrelevant. Wat wij denken is dat als de Sovjet-Unie China overweldigt, de veiligheid van alle andere landen zou worden ondermijnd en dat dit zal leiden tot ons isolement.' Mao schiet in de lach: `Hoe zal dat gebeuren? Hoe zou dat zijn? Nu jullie zijn vastgelopen in Vietnam en op zoveel moeilijkheden zijn gestuit, denken jullie nu echt dat zij (de Russen) zich goed zouden voelen als zij zouden zijn vastgelopen in China? (...) En dan kunnen jullie ze in China laten vastzitten, gedurende een half jaar, of een, twee, drie of vier jaar. En dan kunnen jullie de Sovjets in hun rug porren. En jullie slogan zal dan zijn voor vrede, dat willen zeggen, jullie moeten het Sovjetimperialisme ten behoeve van de vrede op de knieën brengen. En misschien kunnen jullie dan beginnen hen te helpen zaken te doen, zeggende: wat u ook nodig hebt, wij zullen helpen tegen China.' Als Kissinger tegenwerpt dat Amerika nooit opzettelijk zal meewerken aan een aanval op China, interrumpeert Mao hem: `Nee, dat is niet zo. Jullie zouden dat doen om de Sovjet-Unie op de knieën te dwingen. (...) Het doel van de Sovjet-Unie is zowel Europa als Azië, de twee continenten, te overweldigen.'

Eind november 1974 ontmoet Kissinger in Peking de nieuwe vice-premier en opkomende leider, Deng Xiaoping. Kissinger is inmiddels minister van Buitenlandse Zaken. Nixon is opgevolgd door president Ford, die in Vladivostok zojuist een conferentie heeft gehad met Sovjetleider Brezjnev. Kissinger is naar Peking gekomen om de Chinezen in te lichten over de Amerikaans-Russische onderhandelingen. Deng maakt hem onmiddellijk duidelijk dat de Chinezen bijzonder ongelukkig zijn met de keuze van Vladivostok als conferentie-oord met de Russen. De stad ligt in een gebied dat de Russen in de vorige eeuw op China hebben veroverd en als marinebasis symbolisch is voor de Russische expansie in de Pacific. In het derde deel van zijn memoires beschrijft Kissinger in kritische bewoordingen dit uitglijden van de Amerikaanse diplomatie. Op de openingsvraag van Deng wat hij van Vladivostok vond, antwoordt Kissinger dat hij het nog nooit zo koud had gehad. `Nu weet ik waarom de Chinezen zich nooit in dat gebied hebben gevestigd.' Deng repliceert dat er altijd veel Chinezen hebben gewoond.

Beroertes

Op 21 oktober 1975 wordt Kissinger weer door Mao ontvangen. Kissingen beschrijft in Years of Renewal hoe geschokt hij was toen hij de Voorzitter na een periode van twee jaar terugzag. Twee verpleegsters moesten hem overeind houden. Speeksel droop van zijn kin. Hij had verschillende beroertes gehad en was nauwelijks verstaanbaar. De tolk voelde zich herhaaldelijk gedwongen Mao's woorden te herhalen alvorens ze te vertalen. Af en toe moest Mao zijn antwoord opschrijven als de tolk er niet uitkwam. Toch, schrijft Kissinger, duurde de bijeenkomst meer dan anderhalf uur en was ze de interessantste en meest intense van de vijf ontmoetingen die hij in de loop van de tijd met hem had.

Mao deelde mee dat hij `een uitnodiging van God had gekregen' waarop Kissinger antwoordde dat hij die voorlopig maar niet moest accepteren. Mao: `Ik aanvaard de orders van de Doctor', zoals hij Kissinger meestal aansprak. Kissinger had de dag tevoren tegen Deng gezegd dat Amerika niets vroeg van China en China niets vroeg van Amerika. Mao was het daarmee niet eens. `Zoals ik het zie, is dat gedeeltelijk juist en gedeeltelijk onjuist. Het kleine onderwerp is Taiwan, het grote is de wereld. Indien de een de ander niets te vragen heeft, waarom zou u dan naar Peking komen?' Kissinger antwoordde `Wij hebben enkele gemeenschappelijke tegenstanders'. Mao zei `yes' en schreef dat woord nog eens op. Maar toen Kissinger vervolgde dat hij wilde profiteren van China's heldere inzicht in wereldzaken, reageerde de Voorzitter: `Die woorden zijn niet betrouwbaar, want volgens uw prioriteiten is de eerste de Sovjet-Unie, de tweede Europa en de derde Japan. (...) Jullie hebben de atoombommen en wij niet'. Na nog eens herhaald te hebben dat China voor Amerika op de laatste plaats kwam, zei Mao: `Wij zien dat jullie bezig zijn vanaf onze schouders naar Moskou te springen, en deze schouders zijn nu nutteloos. Wij zijn de vijfde, wij zijn de pink.' Kissinger schrijft: Na Vietnam en na Watergate had Amerika zijn handen vol om het volk te mobiliseren voor de verdediging van een mondiaal evenwicht. Mao's inzichten waren te machiavellistisch `voor de Verenigde Staten van de jaren zeventig, en, durf ik te zeggen, van iedere andere periode'.

Lege kanonnen

Nog één keer zou Kissinger Mao ontmoeten, in december 1975, ditmaal in gezelschap van president Ford. Opnieuw waren de Russen het gespreksthema. Ford verwees naar de goede samenwerking. Mao: `We kunnen slechts lege kanonnen afvuren.' Er was verder sprake van China's hulp aan Angola's rebellenbeweging Unita die ook door Amerika en vanuit Zuid-Afrika werd gesteund. Het regime in Luanda werd op de been gehouden door Moskou en Havana. Twee weken na dit onderhoud in Peking maakte het Congres, dat genoeg had van buitenlandse interventies, een einde aan de Amerikaanse steun en daarmee aan het vooruitzicht van een gecombineerde Amerikaans-Chinese actie tegen Sovjetexpansie in de Derde wereld.

Kissinger erkent in zijn memoires dat de glans van de Chinees-Amerikaanse `hofmakerij' midden jaren zeventig aan het verbleken was. De Sovjetambassadeur in Washington, Dobrynin, had de Amerikaans-Chinese relaties al eens vergeleken met een poging kaviaar te eten met stokjes. Kissinger geeft hem gelijk. In de daaropvolgende jaren zou de relatie hoogte- en dieptepunten kennen. Carter bereikte een climax met de formele erkenning van China, maar de bijzondere betrekkingen die het Congres daarop met Taiwan aanknoopte, toonden de tweeslachtigheid in de verhouding aan. Carters opvolger in het Witte Huis, Ronald Reagan, begon met warme woorden voor Taiwan, maar kreeg geleidelijk oog voor de betekenis van de hervormingen die Deng doorvoerde. Bush, Amerika's eerste hoge vertegenwoordiger in China na de opening van 1972, deed als president zijn uiterste best om de gevolgen van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in de zomer van 1989 zoveel mogelijk te dempen. Hij stuurde in het geheim een afgezant naar Peking om Deng van de duurzaamheid van Amerika's goede bedoelingen te overtuigen.

Clinton begon, evenals Reagan, weer aan het andere eind. Als kandidaat sprak hij overmoedig over de mensenrechten in China. Eenmaal president liet hij Taiwans president Lee toe voor een visite aan Amerika. Later stuurde hij de Zevende vloot om Taiwan in bescherming te nemen toen China met raketproeven in de Straat van Taiwan de herverkiezing van Lee – een geboren Taiwanees die Peking ervan verdenkt voorstander te zijn van afscheiding van het eiland – probeerde tegen te houden.

In de daarop volgende jaren is Clinton overstag gegaan. Zijn bezoek aan Peking in 1998 stond in het teken van een verbond om China in de 21ste eeuw de `nieuwe wereldorde' binnen te loodsen. In China's pogingen tot spionage zijn opeenvolgende Amerikaanse regeringen, hoewel er aanwijzingen waren, nauwelijks geïnteresseerd geweest. Schandalen zouden de gekoesterde betrekkingen slechts hebben beschadigd. Nu de omvang, de opzettelijkheid en het resultaat van die spionage aan het licht zijn getreden, is een nieuwe fase in de onderlinge verhouding ingetreden. Uiteindelijk hebben Mao's zwartste vermoedens de Chinezen parten gespeeld. Niet in de veelbelovende relatie met Amerika, maar in het heimelijk verwerven van de kennis die nodig was om een eigen onafhankelijke nucleaire macht op te bouwen hebben zij hun heil gezocht. Wie de transcripties leest, kan zich daarover nauwelijks meer verbazen.

Henry Kissinger: Years of Renewal. The Concluding Volume of His Memoires. Simon & Schuster, 1151 blz. ƒ82,60

The Kissinger Transcripts. The Top-Secret Talks with Beijing & Moscow. Van commentaar voorzien door William Burr. The New Press (1998), 515 blz. ƒ71,50