Hof corrigeert fiscus in Fokker-bankroet

De Belastingdienst heeft ten onrechte een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd in het faillissement van Fokker. Dat heeft het Gerechtshof in Amsterdam gisteren bepaald. De fiscus stuurde de failliete vlieguigbouwer een half jaar geleden een aanslag van 140 miljoen gulden.

De fiscus ging er bij zijn aanslag vanuit dat Fokker Aircraft (FAC) zijn schulden aan de schuldeisers niet meer zou voldoen. Het bedrijf maakte dus `gewoon' winst en daar moet belasting over worden betaald, aldus de dienst. Over 1998 bleef in totaal een belastbaar bedrag over van 400 miljoen gulden, stelde de fiscus.

Het hof is het hier niet mee eens. ,,De goede koopman rekent zich niet rijker dan hij is. Een belastingplichtige zet dus niet zijn schulden voor een ander bedrag op de balans, dan dat waarvoor zijn schuldeisers hem kunnen aanspreken'', concludeert het hof. Dit geldt helemaal in een faillissement als de crediteuren nog niet zijn uitbetaald en daardoor nog belang hebben bij de boedel.

Volgens het hof mag de fiscus pas gaan rekenen als alle schuldeisers zijn uitbetaald. ,,Maar dan is er geen geld meer'', schat een van de curatoren, zodat een daadwerkelijke aanslag niet meer waarschijnlijk is.

Afgelopen november kondigden de curatoren aan de schuldeisers 646 miljoen gulden te willen uitkeren. Een aantal vorderingen wordt nog betwist. De advocaat van de crediteuren is blij met de uitspraak: ,,De uitkering hing niet meer van deze procedure af, maar misschien wordt er nu meer uitgedeeld dan aanvankelijk het plan was.''

De Belastingdienst bestudeert de uitspraak.