Het buitenland is jaloers

Welke rol in het cultuurbeleid spelen de woordvoerders cultuur in de Tweede Kamer en de leden van de vaste kamercommissie Onderwijs Cultuur en Wetenschappen?

,,In de politiek staat cultuur niet hoog op prioriteitenlijst'', zegt Boris Dittrich (D66). Al enkele jaren is hij lid van de vaste kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en woordvoerder cultuur in de Tweede Kamer. Daarvoor is het te besteden bedrag, ongeveer een miljard gulden totaal, te gering. ,,Het scoort laag'', zegt ook zijn collega Judith Belinfante (PvdA). Zij zit sinds de kamerverkiezingen van verleden jaar in het parlement. ,,Dat zou niet moeten, want cultuur is belangrijk voor de sociale cohesie, als middel om de integratie te bevorderen, net als sport.'' De andere cultuurwoordvoerders zijn het met haar eens. Aan cultuur moeten zoveel mogelijk groepen, oud, jong, wit en zwart, man en vrouw, kunnen deelnemen.

Leden van de vaste commissie OCW opereren op dezelfde wijze als andere vaste commissies. Ze bespreken het algemene beleid van de `bewindspersoon', of een specifiek onderwerp. Verleden jaar werd voor het eerst in een aparte sessie gedebatteerd over de onderdelen cultuur, media en kunstvakonderwijs uit de begroting van OCW voor 1999. Marry Visser-van Doorn (CDA): ,,Ik heb toen aandacht gevraagd voor de regionale spreiding van cultuur. Een kind in Klazienaveen heeft ook recht op een bezoek aan het theater.'' Belinfante: ,,Je kunt het beleid al op een eerder moment beïnvloeden. We hebben notities ingeleverd bij de onderhandelaars over het regeerakkoord. En in de formatieperiode hebben we brieven geschreven aan de formateur, met afschriften aan de afzonderlijke leden van de commissie. Op die manier is er meer geld gekomen voor de Monumentensector.''

De leden van de vaste kamercommissie stellen schriftelijke vragen, zoals Boris Dittrich deed. Over de noodzaak om de verpulvering van collectie en bibliotheek van het Tropenmuseum tegen te gaan, waar 18 miljoen gulden voor nodig is. Dittrich: ,,Daar ligt een link met de allochtone bevolkingsgroepen, dat museum gaat belangrijk worden.'' Belinfante: ,,Verwijzend naar Dittrichs vragen heb ik de commissie geschreven of het onderwerp Tropenmuseum behandeld kan worden bij het internationaal cultuurbeleid, waar de minister van buitenlandse zaken over gaat. Als de andere leden dat goed vinden, wordt het geagendeerd en praten we over een oplossing.'' Is die gevonden, dan is volgende stap het maken van een motie (zoals van het CDA, tegen de bezuinigingen bij de herstructurering van het kunstvakonderwijs), waarvoor je een kamermeerderheid moet zien te krijgen.

Over belangrijke onderwerpen (het kunstvakonderwijs of de `Uitgangspuntenbrief' die Van der Ploeg verleden week presenteerde als opmaat voor het Kunstenplan 2001-2004) wordt eerst in de verschillende kamerfracties gesproken, voor de woordvoerder met het standpunt naar buiten komt. Voor informeel overleg treffen de woordvoerders elkaar op de gang. Om te weten wat er leeft `in het veld' gaan de cultuurwoordvoerders op pad. ,,Je bepaalt zelf met wie je wilt praten'', zegt Belinfante. De woordvoerders krijgen brieven en worden bestookt door lobbyisten. Ook voeren ze van tijd tot tijd gesprekken met `direct betrokkenen', zoals de Raad voor Cultuur. Dat adviesorgaan is ingesteld omdat sinds 1862 in Nederland de leerstelling van Thorbecke geldt. In dat jaar zei de liberale staatsman tot drie keer toe: ,,Kunst is geen regeringszaak (-) inzoverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.''

De politieke partijen trachten zich hieraan te houden, ook nu instellingen van kunst en cultuur afhankelijk zijn van de overheid om financieel te overleven. Visser-van Doorn: ,,Het CDA staat ook achter Thorbecke's bedoeling. Ons uitgangspunt is dat cultuur bijdraagt aan de ontplooiing van mensen. De overheid moet organisaties en instellingen daartoe de mogelijkheden geven.'' Harry van Bommel (Socialistische Partij): ,,Er moet een gepaste afstand zijn tussen de politiek en de kunstsector.'' Atzo Nicolaï (VVD): ,,Met het recht van de Kamer om het overheidsgeld anders te verdelen, kom je dicht bij een inhoudelijke beoordeling van een kunstinstelling of een cultureel initiatief. Maar je mag nooit zeggen: die groep speelt zo mooi, daar moet geld bij.''

De rolverdeling is dat de Raad voor Cultuur, het adviesinstituut van de overheid bij de verdeling van subsidie, de subsidieaanvraag inhoudelijk bekijkt en de politiek het beleid als totaal. Zo zouden de politieke partijen kunnen zeggen: in die regio ontbreekt een toneelgezelschap. Of: er moet meer geld naar de film. Nicolaï: ,,Het buitenland is jaloers op ons systeem. Het is hier niet zoals bijvoorbeeld in Frankrijk, waar de socialistische minister voor cultuur Jack Lang de kunstenwereld zijn wil kon opleggen. Of in Engeland waar de politiek het nakijken heeft.''

Alleen B.J. van der Vlies van de Staatkundig Gereformeerde Partij denkt anders over Thorbecke's leer. Volgens de SGP moet de overheid `normerend' zijn. ,,Als er door een kunstenaar een kwetsend product wordt gemaakt, moet de overheid daar afstand van nemen.''

Driehoek

Jan Jessurun, sinds 1996 voorzitter van de Raad voor Cultuur, tekent een driehoek op een blaadje papier. ,,Het is een fragiele driehoek'', zegt hij, ,,uniek in de wereld. Thorbecke's uitspraken dragen daartoe in niet geringe mate bij. Hier heb je aan de ene kant de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het politieke beleid, aan de tweede kant onze - onafhankelijke - Raad, waarvan de bevoegdheden wettelijk zijn vastgelegd. De bewindspersoon moet ons advies vragen en neemt dat doorgaans over. Ten derde is er de Tweede Kamer, met twee rollen. De Kamer velt een oordeel over het beleid en heeft het recht van budget, waarmee hij ook nog eigen prioriteiten kan zien door te voeren, soms tegen ons advies in.''

Dat gebeurde in 1996, toen de vaste Kamercommissie onder leiding van de huidige Kamervoorzitter, Jeltje van Nieuwenhoven, voor de vorige cultuurnota ,,16 miljoen extra wegsleepte voor de poorten van de hel'', zoals Jessurun het noemt. En toen Nuis toneelgroep De Appel zijn subsidie liet houden, ondanks het negatieve advies van de Raad. Jessurun: ,,Nuis - de vorige staatssecretaris voor cultuur - bewonderde de Appel. Het Thorbeckeprincipe is mooi, maar staat niet in de wet. In de praktijk blijkt dat politici politici zijn en beleid willen voeren. Ze doen nooit in honderd procent van de gevallen wat de adviseur zegt. Ik til daar niet altijd zwaar aan. Onze invloed op Kamer en bewindspersoon is groot. Onze adviezen gaan niet de prullenbak in.''

Nooit? Jessurun: ,,De staatssecretaris kan al of niet onder druk van de Kamer politieke en maatschappelijke redenen aanvoeren om het anders te doen dan mijn Raad heeft geadviseerd. Als Van der Ploeg nu zegt: betrek meer jongeren bij cultuur, prima. Als het zou betekenen dat er kunst- en cultuuruitingen komen met onvoldoende kwaliteit, dan bevindt hij zich op glad ijs. En als zijn uitgangspunten haaks op onze adviezen zouden staan, dan heb je een probleem. Uiteindelijk zou hij de Raad zo kunnen bruskeren dat we zeggen: `we stappen op'.''

Caroussel

Jessuruns driehoek geeft een schematische voorstelling van de totstandkoming van het cultuurbeleid, de werkelijkheid lijkt meer op een mallemolen. Zo'n ouderwetse caroussel, draaiende gehouden door alle individuen en instellingen die een bijdrage leveren aan kunst en cultuur of er hun belang aan ontlenen. Behalve de deelnemers aan de driehoek, zijn dat de kunstenaars zelf, die doen wat ze moeten doen: autonoom kunst maken en zorgen voor vernieuwing. `De Media', voorzover ze op het gebied van kunst en cultuur gezaghebbend zijn. De Instituten, en de fondsen' die bevoegd zijn tientallen miljoenen subsidiegeld te verdelen onder de kunstenaars.

In dit jaar van voorbereiding voor het kunstenplan 2001-2004 mengde iedereen in de caroussel zich in het openbare debat, deelde pamfletten uit, hopend invloed uit te oefenen op de beleidsmakers. Daaraan doen ook de lobbyisten mee, met als voornaamste `Kunsten 92', onder leiding van Frans de Ruiter, directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. De Ruiter: ,,Wij bestrijden vooroordelen waar die zijn. Zoals: `verhoogde toegangsprijzen, dat kunnen mensen best betalen'. We wijzen op de juiste volgorde in het denkproces. Kunstenaars willen iets maken, dat is aanbod, dat komt in de eerste plaats. In de tweede plaats komt de vraag. Daar kunnen we dit jaar strijd over krijgen.''

Kunsten 92 meldt zich bij het directoraat-generaal van OCW, de bewindspersoon in persoon, de Raad voor Cultuur en bij de woordvoerders. ,,We sturen ze post en nodigen ze uit voor gesprekken en discussies. Daar hebben we goede ervaringen mee.'' De woordvoerders bevestigen dat ze luisteren naar lobbyisten. Visser-van Doorn vindt lobbyen `nuttig'. ,,Het is handig om de eigen mening te toetsen aan die van een lobbyist. Maar je maakt zelf een afweging, al of niet na overleg met andere fractieleden. Je moet je oor ook niet laten hangen naar één belangengroep, dan zit je op een hellend vlak.'' Van der Vlies: ,,Het is goed de signalen uit het veld op te vangen, maar we hebben onze eigen verantwoordelijkheid.'' De Ruiter: ,,De woordvoerders vellen een onafhankelijk oordeel, ja dat is waar. Maar ze zijn toegankelijk. Toegankelijk en onafhankelijk, dat hoort ook zo.''

In de caroussel worden ideeën haast ongemerkt aan elkaar doorgegeven. Enkele jaren geleden, ten tijde van de grote discussie over de dijkverzwaring in Gelderland, stond in deze krant een stuk over het rivierenlandschap als cultureel erfgoed. Nu betogen vrijwel alle politieke partijen dat landschap, de silhouetten van oude monumenten, die oude monumenten zelf en oude stadjes deel uitmaken van onze cultuur. Van der Vlies (SGP): ,,Wij zijn daarin behoorlijk eensgezind. Met het CDA loopt de SGP daarbij voorop. De verzakelijking is hard gegaan, we realiseren ons wat we kwijt zijn geraakt. Er komt nu een tegenbeweging.''

Wat zou er met het kunstbeleid gebeuren als er geen woordvoerders waren? Nicolaï: ,,Nederland kent in verhouding met andere landen een uitzonderlijk grote culturele diversiteit en een uitzonderlijk hoge kwaliteit. De kern van het beleid is te zorgen dat er kunst gemaakt wordt, die er anders niet zou zijn. Er móet een opera zijn, of avant garde theater, of een centrum voor nieuwe muziek als de IJsbreker in Amsterdam. En daarbij moet kwaliteit voorop staan.'' Daarop kunnen de woordvoerders blijven hameren. En op het belang van kunst en cultuur voor de samenleving als totaal.

Je mag nooit zeggen:

die groep speelt zo goed, daar moet geld bij

Het Thorbeckeprincipe is mooi, maar staat niet in de wet