`Geen bewijs import coke'

Er zijn op dit moment onvoldoende harde feiten die staven dat tijdens de IRT-affaire 15.000 kilo cocaïne met medeweten van opsporingsambtenaren in Nederland is geïmporteerd.

Dit heeft minister Korthals (Justitie) gisteren de Tweede Kamer geschreven in reactie op bevindingen van de commissie-Kalsbeek. Deze rapporteerde vorige week dat in de periode 1991-1994 met hulp van corrupte ambtenaren ,,tenminste'' 15.000 kilo cocaïne via parallelimporten het land inkwam.

Korthals schrijft dat hiervoor ,,het bewijs in juridische zin'' ontbreekt. Hij is met de procureurs-generaal overeengekomen dat het college het onderzoek naar de parallelimporten in een ,,nieuwe structuur'' laat uitvoeren. Oogmerk is het materiaal van de drie officieren van justitie die hieraan werken Teeven (Amsterdam), Snijders (Haarlem) en Noordhoek (landelijk parket) bijeen te voegen, aldus een hoge justitiële bron. Korthals schrijft dat reeds ,,een aanzienlijk aantal'' gerechtelijke vooronderzoeken is geopend.

Bij de parallelimporten gaat het om cocaïne die het land is ingekomen via dezelfde transporten waarmee de politie toentertijd weed uit Colombia de douane liet passeren. Dit gebeurde in een poging de zogenoemde Delta-organisatie te ontmaskeren.

De enquêtecommissie-Van Traa kwam drie jaar geleden niet verder dan de bevinding dat met deze parallelimporten honderd kilo cocaïne was gemoeid. Korthals weerspreekt aanwijzingen te hebben dat deze importen nog steeds met hulp van corrupte ambtenaren voortgaan.

De minister weerlegt in zijn brief ook dat de Amsterdamse officier Teeven onomkeerbare afspraken heeft gemaakt met de criminele informant Mink K., zoals vorige week door Kalsbeek gesteld. Er zijn tot nu toe slechts afspraken op papier gezet ter voorbereiding van een mogelijke deal. Volgens Korthals is daarbij op de gebruikelijke wijze te werk gegaan en heeft het OM zich nog niet vastgelegd op tegenprestaties.