Gastvrij Iran is Afghaanse vluchtelingen zat

Iran is het meest gastvrije land ter wereld. Het heeft meer dan twee miljoen Afghaanse vluchtelingen opgevangen. Maar de grens van de tolerantie is bereikt: ze moeten terug.

,,Ze komen 's nachts, de politiemannen en de bussen. De bussen komen leeg aan en gaan vol weer weg'', vertelt een Afghaanse vluchteling. Hij staat op de hoek van een kruispunt in Golshahr, de Afghanenwijk van de Iraanse stad Mashad. Om hem heen verdringen zich tientallen Afghanen die allemaal hun verhaal over de deportaties kwijt willen. Door het geschreeuw heen vertelt de man dat zijn hele gezin, dat illegaal in Iran verbleef, een paar weken geleden werd opgepakt en weggevoerd. Hij kwam thuis van zijn werk en trof niemand aan. Zijn woning was overhoop gehaald. ,,Ik heb niets meer van mijn familie vernomen. Ik vermoed dat ze in Afghanistan zijn.''

In Golshahr (bloemenstad) wonen ongeveer 40.000 Afghanen, een groot deel is illegaal. De verpauperde wijk, waar in totaal 80.000 mensen wonen, bevat de grootste concentratie Afghaanse vluchtelingen van Iran en vormt daarom een makkelijk doelwit voor uitzettingsacties. De bewoners zijn werkloos of hebben slecht betaalde baantjes als straatveger of fabrieksarbeider. Iedereen in Golshahr vertelt dezelfde verhalen: over kinderen die door de geheime dienst van school naar huis worden gevolgd om zo gezinnen te lokaliseren, over afgenomen verblijfsvergunningen zodat het onmogelijk wordt nog een legale status te krijgen. Volgens de bewoners worden iedere maand zeker duizend buurtgenoten weggevoerd.

De Afghanen laten zich overdag zo min mogelijk zien in Golshahr. Maar aan het kruispunt ligt een kliniek van Artsen Zonder Grenzen. Wie ziek is, kan hier gratis medische hulp krijgen. Een vrouw met twee kinderen aan haar arm steekt een scheldkanonnade af tegen de Iraanse overheid. Luid zegt ze dat Afghanen het leven onmogelijk wordt gemaakt. Hoewel ze al langer dan tien jaar in Iran woont, komt de politie haar dagelijks intimideren. ,,Iedere dag dringen ze mijn woning binnen, schoppen alles overhoop en zeggen dat ik moet vertrekken.'' Haar kinderen giechelen om haar woedeuitbarsting, maar ze moet bijna huilen.

Tot 1992 kreeg iedere Afghaan bij het overschrijden van de Iraanse grens een permanente verblijfsvergunning. De Sovjet-invasie in Afghanistan en de plicht om moslimbroeders in nood te helpen, waren de belangrijkste reden om hen een veilige thuishaven te bieden. Alles was beschikbaar voor de vluchtelingen: onderwijs, gezondheidszorg en werk. Veel internationale steun wilde de Iran niet: het islamitische regime zette zich af tegen het (Westerse) buitenland en er was genoeg oliegeld.

De situatie veranderde toen de Afghaanse rebellen in 1992 de macht in handen kregen. Iran verklaarde het land veilig en hoopte dat de vluchtelingen snel naar huis zouden keren. De Talibaan, ultra-fundamentalistische sunni-moslims, begonnen echter een burgeroorlog en de vluchtelingenstroom zwol opnieuw aan. De in Iran aanwezige Afghanen mochten blijven, maar nieuwe vluchtelingen kregen geen permanente verblijfsvergunning meer. Door ze een tijdelijk visum te geven, soms maar geldig voor één maand, hoopte de Iraanse overheid hen onder druk te houden om snel weer te vertrekken.

De chaos die volgde op het Talibaan-offensief maakte terugkeer voor veel vluchtelingen onmogelijk. Nu zijn er ongeveer 1,4 miljoen (semi-)legale Afghanen in Iran, van wie bijna eenderde met een verlopen visum. Daarnaast is er nog een groot aantal illegalen zonder papieren: schattingen van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, UNHCR, lopen uiteen van 500.000 tot 1,5 miljoen. Tel daar nog 600.000 gevluchte Irakezen en Koerden bij op en zie waarom Iran door het UNHCR geprezen wordt. Geen enkel land neemt zoveel vluchtelingen op.

Maar van de vroegere tolerantie is weinig overgebleven. De Afghanen krijgen de schuld van alles wat fout gaat. De kelderende olieprijs en slecht leiderschap hebben Iran steeds verder verarmd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in februari van dit jaar was de leus `Afghanen pikken onze banen in' populair bij conservatieve èn liberale politici. De laatste jaren zijn al verschillende beperkende maatregelen genomen om het de Afghaanse populatie duidelijk te maken dat ze niet meer gewenst is. Werkgevers die illegalen in dienst nemen, kunnen rekenen op een lange gevangenisstraf. Ook wordt illegale en legale Afghanen bijna alle toegang ontzegd tot gezondheidszorg, onderwijs en werk. Iedere misstap kan leiden tot uitzetting.

Mohammad Husseinpur is secretaris-generaal van het Bureau voor Afghaanse Vreemdelingen en Immigranten. Zijn mening over het `Afghaanse probleem' is duidelijk: ,,Er zijn in Iran 835.000 banen nodig voor onze eigen mensen, dat is precies het aantal Afghanen dat hier een baan heeft. In grote delen van Afghanistan hebben geen ongeregeldheden meer plaats, dus veel mensen kunnen terug.'' Husseinpur laat statistieken zien waaruit blijkt dat al honderdduizenden Afghanen het land zijn uitgezet. De overheid heeft de handen vol aan het Afghaanse probleem. Daarom is hij erg ontevreden over het UNHCR: die organisatie geeft het land dat de meeste vluchtelingen ter wereld opvangt geen cent.

Het enorme aantal illegalen, de verschillende soorten visa en de uitzettingen maken de situatie voor zowel Iran als de vluchtelingen erg verwarrend, vindt Kedar Neupane, hoofd van de UNHCR-afdeling in Mashad. Extra geld om de Iraanse overheid te helpen, heeft het UNHCR niet; het budget van ongeveer 17 miljoen dollar is al ontoereikend voor de eigen plaatselijke hulpprojecten. De organisatie kan echter wel logistieke steun leveren. Het UNHCR sloot onlangs een overeenkomst met de Iraanse overheid over de repatriëring van Afghaanse vluchtelingen. Het UNHCR zal hun status voortaan controleren voor ze worden teruggestuurd, iets wat tot dusver nauwelijks gebeurde. Iran heeft beloofd dat Afghanen die door het UNHCR als politieke vluchteling worden aangemerkt, asiel krijgen. Maar de VN-organisatie heeft ook te horen gekregen dat er een tijdslimiet zal worden gesteld, waarna alle Afghanen het land moeten verlaten. Het UNHCR is opgedragen de controle van vluchtelingen binnen zes maanden af te hebben. Dat wijst erop dat Iran het `Afghaanse probleem' nu snel wil oplossen.

Voor de Afghanen in Golshahr is dit een nachtmerrie. Terugkeer naar Afghanistan betekent een zekere dood, roepen de toegestroomde vluchtelingen op het kruispunt in koor. Ze zijn bang voor vervolging: sommige vluchtelingen zijn shi'ieten die het erg moeilijk hebben onder de Talibaan. Maar nog groter is de angst voor armoede. ,,Ik woon al 15 jaar in Iran. Wat moet ik in Afghanistan? Er is daar niets, alles is kapotgeschoten'', zegt een oudere man. ,,Er is geen werk en dat betekent geen eten. We zullen omkomen van de honger.''