Een wereld van geweld, talkshows en reclames

Andy Warhol (1928-'87) is the Guggenheim's millennium artist. Hij geeft de beste samenvatting van de twintigste-eeuwse kunst, aldus Vivien Greene, conservator van het Guggenheim Museum in New York. Samen met Germano Celant, hoofdconservator van het Guggenheim, maakte Greene een overzichtstentoonstelling van de popkunstenaar Warhol die langs Wolfsburg, Wenen, Brussel, Bilbao en Porto reist om tenslotte aan het eind van dit jaar in New York het nieuwe millennium in te luiden.

Deze keuze is provocerend. Niet omdat iemand er nog aan twijfelt dat Warhol een groot kunstenaar is, maar vanwege het beeld dat het Guggenheim hiermee oproept van onze tijd en onze kunst. `Warhols sceptische en ontnuchterende, cynische en nihilistische visie is kenschetsend voor een massamaatschappij zonder grondslagen en zonder doel', aldus Celant in de catalogus. Wat een treurige samenvatting van de twintigste eeuw. Maar misschien hebben ze in het Guggenheim wel gelijk. Het werk van Warhol ziet er in Brussel verbluffend eigentijds uit, alsof het vandaag is gemaakt. Dit heeft te maken met het feit dat het modebeeld dat zijn portretten en films laten zien hetzelfde is als dertig jaar geleden, maar het is veel meer dan dat. Warhols kunst laat onze hedendaagse wereld zien, een wereld van talkshows, consumptie, markteconomie, reclame, geweld en soap-sentiment.

Warhol is een scharnierpunt in de kunst van de twintigste eeuw. Om het grof te stellen: vóór Warhol ging het in de kunst nog om betekenis, om zingeving, om waarheid; na Warhol om vluchtige indrukken, snel effect, luchtspiegelingen. In onze tijd dreigt de kunst op te gaan in marketing en in de media, en het onderscheid met design en consumentenartikelen is steeds moeilijker te maken. Onze staatssecretaris van cultuur loopt met zijn beweringen over het vermeend elitaire karakter van de kunst dertig jaar achter.

Warhol, geboren in Pittsburgh als zoon van arme Tsjechische immigranten, begon zijn loopbaan in de jaren vijftig als reclametekenaar voor bladen als Vogue en Vanity Fair in New York. Een aantal hiervan, kleurige tekeningen van pumps met naaldhakken en van vlinders, is in Brussel te zien. Het moet zeker een van de beste overzichts-tentoonstellingen van Warhol zijn die ooit is gemaakt, zowel wat betreft de keuze als de inrichting. Veel hoogtepunten zijn hier bijeengebracht, waaronder de Brillo Boxes uit 1964, exact nageschilderde kartonnen dozen met Brillo zeepsponsjes en de Kellogg's Cornflakes Boxes, werken die de status van iconen hebben in de kunst van de tweede helft van de twintigste eeuw. Uit de gezeefdrukte Celebrity-portretten zijn de beste voorbeelden gekozen, evenals uit de series Disasters en Flowers. Er zijn ook films en videofilms, video-interviews, geluidsinstallaties van The Velvet Underground, de popgroep waar Warhol mee samenwerkte, foto's, posters, en veel archiefmateriaal. Er ontstaat een duidelijk beeld van het reilen en zeilen van The Factory, zoals Warhol de twee opeenvolgende studio's noemde die hij vanaf 1963 runde.

De inrichting komt overeen met de manier waarop Warhol zelf zijn tentoonstellingen inrichtte. De zalen zijn beplakt met zijn gezeefdrukte behang, met bijvoorbeeld rode koeienkoppen op een gele ondergrond of met zilveren vissen. Een aantal zalen is theatraal verlicht, in halfschemer met felle lampen op de muren. De Brillodozen staan opgestapeld in een zaal met paarse Mao-gezichten. Ik zie ze voor het eerst en ik begrijp plotseling dat deze dozen minstens evenveel te maken hebben met minimal art als met pop art. Hier is ook een van de beroemde gezeefdrukte Electric Chairs te zien en enkele felgekleurde vrouwenportretten uit de serie Ladies and Gentlemen.

Ook al hield Warhol van mode en design, hij was niet uit op perfectie. Het was hem eerder te doen om het onvolmaakte en lelijke, en om cliché-beelden van schoonheid. Aan de ene kant belijdt hij zijn liefde voor de wereld die hij laat zien; aan de andere kant spreekt uit de opzettelijke slordigheid en uit de mechanische herhaling van beelden en woorden een evenzo grote onverschilligheid jegens die wereld. Op lijzige toon verhaalt hij van zijn bezoek aan Man Ray in Parijs, `such a cute man and I took a picture of him, and then he took another of me, and then I took another picture of him and he took another picture of me ...' enzovoort. In de schilderijen is het gefotografeerde beeld op een willekeurige manier verschoven ten opzichte van de verf. De geportretteerden worden wanhopige, wezenloze fantomen, ondergedompeld in een grenzenloze kleurenweelde. De schilderijen dwingen bewondering af, zoals bijvoorbeeld het stilleven van een hamer en sikkel waarin het bloedrood een venijnig spel speelt met de zwarte kromming van het mes; maar tegelijkertijd weet de beschouwer dat de momenten waarop verf en beeld onderling een grote spanning vertonen, niet meer dan toevalstreffers zijn.

De kunst van Warhol gaat over het gevoel van verlies van werkelijkheid. En nooit kom je erachter wat hij hiervan vond, of waar hij staat. Hij houdt ons een spiegel voor, hard en emotieloos. De laatste zaal is beplakt met zeefdrukbehang van de kille symmetrische nazi-architectuur van Speer. In dit mortuarium hangen Warhols zelfportretten, de laatste portretten die hij heeft gemaakt. Warhol: `Als je alles over Andy Warhol wil weten, kijk dan naar het oppervlak: van mijn schilderijen en films en mijzelf, en daar ben ik. Er is niets achter.'

Andy Warhol: A Factory, overzichtstentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, Brussel.T/m 19 september. Di zo 10-18 uur, op vrij tot 20 uur. Gesloten op 21 juli.