Een aanstekelijke fantast

De schrijver Gore Vidal is op zijn best als hij anekdotes, venijnigheden en humoristische verhalen kwijt kan. Dat talent komt royaal aan bod in `The Essential Gore Vidal'.

In februari 1992 hield Gore Vidal in de Lutherse Kerk in Amsterdam een lezing voor het John Adams Instituut. Ik was `moderator' bij die gebeurtenis. Het was een geslaagde avond. Na afloop, tijdens de nazit met een voor een literaire gebeurtenis duizelingwekkende hoeveelheid notabelen, zei Vidal dat hij me de volgende dag zou bellen om samen te dineren.

Ik rekende daar niet erg op. Ik ken dit soort Amerikaanse manieren om afscheid te nemen. `Let's have lunch/dinner/a drink sometime'. Bovendien was het de volgende dag donderdag, de vaste dag waarop mijn vader bij mij at.

Ik haalde die volgende dag mijn vader op, installeerde hem op de bank met de krant en de afstandsbediening en zei, alvorens boodschappen te gaan doen, dat er een geringe kans bestond dat er een Amerikaan zou bellen. Mijn vader was (hij is inmiddels overleden) een eenvoudige man; hij sprak geen Engels en vroeg mij wat hij dan wel moest doen als die Amerikaan belde. Ik zei hem voor: `not home'. `Not home', herhaalde mijn vader, en hij knikte ernstig.

Toen ik na een uur terugkeerde meldde mijn vader dat `die Engelsman' inderdaad had gebeld.

,,En wat heb je gezegd?'

,,Nou jongen, precies wat je me hebt voorgezegd: not home.'

,,Meer niet?'

,,Nee jongen, meer niet.'

Ik ging eten maken, maar een half uur later ging opnieuw de telefoon. `Gore Vidal', meldde zich een ondertussen bekende stem. Zonder aarzelen stak hij van wal. ,,Ik heb een uiterst boeiende conversatie met je vader gehad. Hij maakt zich evenveel zorgen als ik over je relentless womanizing, je niet aflatende rokkenjagerij. Ik kon hem helaas niet geruststellen op dat punt. Wat betreft je financiële situatie kon ik hem gelukkig overtuigen dat de toekomst er rooskleuriger uitziet dan hij denkt. Ik zei hem dat je een man van vele talenten bent en dat dat altijd wel ergens erkend zal worden. Daarna hebben we het uitvoerig gehad over de weg die je wat dat betreft het beste zou kunnen inslaan. Volgens hem ....'

Zo ging hij nog enkele minuten door totdat ook hij zijn lachen niet meer kon houden. Die avond soupeerden we.

Een verhalenverteller. Geef Vidal de geringste snipper materiaal en hij maakt een verhaal. Of het nu verzonnen is, of gebaseerd op het tegendeel van wat er gebeurde (zoals in bovenstaand geval), of op een voorval uit zijn eigen leven: alles bestaat louter als materiaal voor de verbeelding, om gekneed en gestileerd te worden. Het is bouwstof voor een verhaal, geschiedschrijving, anekdote, superieure gossip, maar nooit, nooit zomaar een ervaring zoals die wordt uitgewisseld in de tram.

Mans genoeg

Zelf schrijft Vidal het toe aan zijn `eidetische verbeelding', zo noteert hij in zijn memoireboek Palimpsest: ,,I can summon up vivid scenes, recalled or invented, in my head.' Wel, dat geldt voor meer inventieve schrijvers, maar als anderen die lofwaardige eigenschap niet signaleren, dan is Gore Vidal mans genoeg om het zelf te doen. Geregeld zwoer Vidal expliciet dat hij zijn memoires nooit zou schrijven, en toen hij het toch deed maakte hij misschien wel zijn beste boek. Zijn twee sterkste kwaliteiten worden er in verenigd: vertellen en vilein polemiseren. Het zijn die kwaliteiten die ik altijd het beste in respectievelijk zijn historische romans en zijn essays vertegenwoordigd heb gezien en die, toen hij de stoet van passanten in zijn eigen leven op orde bracht, een hilarisch, scandaleus, venijnig maar ook verrassend ontroerend boek opleverden.

,,Little anecdotes are not my style', schrijft hij in Palimpsest. Ach, het is maar wat je een kleine anekdote noemt. Want het boek zit tjokvol anekdotes - al zal Vidal ontkennen dat een anekdote die hij vertelt ooit een kleine anekdote kan zijn. Het register laat zich lezen als een Who's Who van de laatste halve eeuw; politici, royalty, balletdansers, acteurs en schrijvers komen langs, soms worden ze met respect behandeld, zelden zonder een aangename grandeur die even dikwijls gevolgd wordt door een venijnige stoot in de rug. Als hij zijn seksuele ervaring met Jack Kerouac beschrijft in het Chelsea Hotel (,,We checkten allebei in met onze ware naam. Grootmoedig vertelde ik de receptionist dat deze pagina van zijn register beroemd zou worden') laat hij die typerend volgen door een korte genadesteek voor Kerouacs oeuvre. ,,Ik kan niet zeggen dat ik ooit veel plezier aan Jacks schrijverij heb beleefd, maar toen ik een paar jaar geleden On the road herlas vond ik het een - ach, romantische ervaring. ...het resultaat is meer Looney Tunes dan Cervantes...'

Grote romans

Een verhalenverteller. Neem de volgende opening: ,,Op 10 januari 1948 werd The City and the Pillar gepubliceerd. Toen het de vijfde plaats op de bestsellerlijst van de New York Times had bereikt verhuurde ik mijn huis in Antigua, Guatemala en vertrok naar Europa op een Grieks schip met bestemming Napels. Ik nam mijn intrek in het Excelsior Hotel, erg beschadigd door de oorlog. De vloer van mijn kamer was half van marmer, half van ruw cement.' Zo beginnen grote romans van de gewone stervelingen onder de schrijvers; bij Vidal is het alleen maar de opening van een hoofdstuk van zijn memoires, over zijn jaren in Rome en met Tennessee Williams.

De stelling dat Vidal op zijn best is als verteller en polemist wordt ook ondersteund door de royale keuze uit zijn werk die Fred Kaplan onlangs onder de waardige titel The Essential Gore Vidal publiceerde. Binnen deze keuze springen de zes historische romans die als `The American Saga' of `The American Chronicle' bekend staan er uit als het hoogtepunt van zijn werk, evenzeer geïnspireerd door een - vooruit maar - eidetische verbeelding als door een genadeloos inzicht in de machinaties van de Amerikaanse politiek.

Slechter tegen de tijd bestand zijn wat Italo Calvino zijn `hyper-romans' noemde, romans `verheven tot het kwadraat of de kubus-vorm'. Boeken als Myra Breckenridge, Duluth en Live from Golgotha lijden in perspectief teveel aan een beruchte Amerikaanse literaire ziekte, het-niet-genoeg-kunnen-krijgen van een idee. Maar Vidal hecht er zelf enorm aan (Myra Breckenridge werd notabene als enige van zijn romans tot The Essential Gore Vidal toegelaten), misschien wel omdat hij voelt dat ze essentieel zijn voor zijn ongrijpbaarheid, zijn status als niet in te delen schrijver.

Een week of wat geleden zag ik een recensie van deze bloemlezing in een regionale Amerikaanse krant; in hooguit driehonderd woorden werd het boek van duizend pagina's besproken, notabene in één recensie met een soortgelijke keuze uit het werk van William Burroughs. De recensent bekende op voorhand dat hij nooit een boek van Vidal had kunnen uitlezen. Het was hem allemaal te `facile'.

Facile... Ik kon me wel iets voorstellen bij hoe de auteur gekeken zal hebben toen hij het knipsel onder ogen kreeg, áls hij het onder ogen kreeg. Ik durf er veel onder te verwedden dat de recensent een docent aan de plaatselijke universiteit was. Ondanks zijn brede, respectabele oeuvre wordt Vidal aan de letterenfaculteiten niet tot de `grote' Amerikaanse auteurs gerekend. Serieuze studies over zijn werk bestonden tot voor kort niet; misschien heeft het te maken met zijn veelzijdigheid die hem als auteur in zijn beste werk onzichtbaar maakt en daarbinnen tot zeer uiteenlopende stijlen en stemmen heeft geleid. Maar hoewel Vidal, zoals hij zelf zegt, nu hij `in de vertrekhal van het leven' verkeert, vrede heeft gesloten met de academische wereld, maakt hij openhartig gewag van een gevoel van frustratie.

Hij is niet de enige auteur die het gebrek aan totale erkenning maar moeilijk kan verkroppen, maar in zijn geval staat daar een behoorlijke populaire waardering tegenover: Burr, Myra Breckinridge en haar opvolger Myron stonden op de bestsellerlijsten. En een van zijn vroege romans, Julian, door veel critici zijn beste boek genoemd, bracht het in 1964 zelfs tot de eerste plaats, zoals door een knipsel afgedrukt in Palimpsest wordt bewezen.

De antipathie is overigens wederzijds. Uit zijn essays blijkt dat Vidals afkeer van de academische literatuurbeschouwing door de decennia heen een van zijn stokpaardjes is gebleven. Zijn dédain jegens de `onderwijzers' die niet inzien dat van alle literaire vormen die van het goed geconstrueerde verhaal de moeilijkste is, is peilloos diep en wordt geëvenaard door een even diepe afkeer van romans `that are not meant to be read but only to be taught.'

Homofobie

Wie Palimpsest en The Essential Gore Vidal achter elkaar leest ziet hoe de andere stokpaardjes van de essayist door de jaren heen onveranderd van uiterlijk blijven. Alleen het stemgeluid wordt wat schriller. Er is de niet aflatende polemiek tegen het Amerikaanse politieke establishment, zoals dat verenigd is in wat hij zelf afwisselend de linker- en rechtervleugel noemt van de Kapitalistische Partij, de Partij van de Bank of de Partij van het Bezit. Er is een constante in zijn tirades tegen het geldverslindende leger en de neiging van Amerika zich met zaken te bemoeien die het land niet aangaan. En dan is er, nauw verbonden zo niet gelijk aan politiek: seks.

Zijn polemiek tegen de homofobie van de Amerikaan wordt in Palimpsest door veel uiterst geestige anekdotes over closet-homo's (homo's die hun geaardheid geheim houden) verlucht. En al heeft hij nu iets te vaak uitgelegd dat `homoseksueel' alleen op handelingen kan slaan en nooit op personen, vooral over dit onderwerp blijft superieure humor zijn saving grace. In een beschouwing over een enquête met de seksuele gewoontes van de Amerikaan als onderwerp, noteert hij dat orale seks desgevraagd de meest urgente seksuele voorkeur was, op de voet gevolgd door `having sex with a celebrity'. Dat betekent, zo besluit Vidal quasi-meewarig, dat gepijpt worden door Barbara of George Bush voor Amerikanen het toppunt van extase moet zijn.

Vier jaar na de John Adams lezing bezocht ik Vidal in zijn huis in Italië voor een tv-interview. Dat was al een tijd lang de enige manier om hem te benaderen, interviews met gedrukte media interesseren hem niet meer. Er was een merkwaardige aanleiding: hij had zijn naam geleend aan een grote advertentie in de Amerikaanse kranten waarin het beleid van een Duitse deel-regering tegenover de Scientologists werd gehekeld. De ondertekenaars waren voor het overige hoofdzakelijk Hollywood-bekendheden van wie de band met L. Ron Hubbard min of meer bekend was. Vidal was de enige serieuze auteur in het rijtje. Wat nu? De gevreesde polemist als verdediger van een uiterst dubieuze sekte met dictatoriale trekjes, die hij zelf ooit had beschreven als ,,the even weirder money-producing shenanigans (streken,JD) of L. Ron Hubbard, a science fiction writer who is now the head of a wealthy `religion''.

Er was het vertrouwde gedoe over de camera-instelling (Vidal wenst alleen schuin met zijn linkerzijde in beeld, of het nu foto, film of video is; op de achterflap van Palimpsest lijkt het of een fotograaf de auteur tuk heeft gehad, maar dat is niet zo: het is het gespiegelde beeld van de voorkant) en terwijl de regisseur en de cameraman in de weer waren met tussenshots werd ik persoonlijk ter verantwoording geroepen voor het feit dat zijn laatste romans niet meer in het Nederlands zijn vertaald. En die brutale jongen, die het bij zijn bezoek aan Nederland in zijn hoofd had gehaald hem een `monument van ijdelheid' te noemen, was die ondertussen ontslagen?

Hij wendde een lichte ergernis voor dat dit bezoek hem van zijn werk hield. De verdediging van zijn ondertekening van de advertentie was niet sterk maar hij gaf, als om dat te compenseren, behulpzaam een prachtige performance voor de camera. Na afloop bleek hij dolblij dat hij een aanleiding had ons mee te nemen naar Baccaria in Amalfi, waar de lunch, zonder dat daar een bestelling aan vooraf was gegaan, bestond uit witte wijn en een schaal schelpdieren van het formaat van een bruidstaart.

Verhalen over mensen met wie hij hier eerder was geweest. Die beroemde acteur bijvoorbeeld, die maar moeilijk van zijn image als jeugdidool en discoheld kon afkomen en die werd gechanteerd met foto's in een homo-sauna. Door wie? Door de Scientologists natuurlijk. Zijn naam stond ook onder de advertentie. ,,Hij en ik hebben dezelfde advocaat', zei Vidal en hij sleurde een klein schelpdiertje door de saus. Dat verklaarde meer over de aanleiding voor onze komst dan zijn hele betoog voor de camera.

Vidal was on a roll. Er kwamen meer scandaleuze anekdotes over het bezoek van Hillary Clinton, meer over voornoemde acteur, meer over andere recente bezoekers. Die beroemde filmregisseur die hier had zitten zweten, ,,op dezelfde stoel waar jij nu zit, had geen hap door zijn keel had kunnen krijgen, vermoedelijk weer aan de heroïne.' En Nicolas Cage natuurlijk: ,,Nick's a wild boy you know. Screwed a lot of girls while he was here. Hij deed een geweldige ontdekking: Italiaanse jongens likken hun meisjes niet. En dat is precies waar Nick wél van houdt. Hetgeen zijn populariteit verklaarde, voor een deel. Dus vroeg hij me of ik misschien een toernee door Midden en Zuid-Italië voor hem kon organiseren: Nicolas Cage goes down. Het is er nooit van gekomen.'

Na de lunch liep hij naar de auto, een grote, zware man, traag bewegend, vechtend tegen suikerziekte. Wat een contrast met zijn mentale energie. Ook daar schrijft hij openhartig over in Palimpsest, en ik wist ineens wat ik de mooiste zin vond van dat boek: `I miss my once vigorous body'.

The Essential Gore Vidal, samengesteld door Fred Kaplan. Uitg. Random House, 985 blz. Prijs f87,90