Drooglegging

Als ik De Telegraaf van vandaag goed begrijp, dreigt de Nederlandse sportwereld een vernietigende slag te worden toegebracht. ,,Drooglegging ramp sportclub'', opent de krant alarmerend. Volgens een nieuw voorstel voor de Drank- en Horecawet zal de verkoop van bier, wijn en andere alcoholische dranken in stadions en sportkantines verboden worden.

,,Een drama voor de sportwereld'', zegt woordvoerster P. van Rooij van de KNVB in het bericht. ,,Drank is bij een gemiddelde voetbalvereniging goed voor zeker de helft van de inkomsten.''

De Telegraaf vervolgt, ietwat klagerig: ,,Straks is het dus wellicht niet meer mogelijk om in de kantine een biertje te drinken op de overwinning van de favoriete voetbalclub.''

NOC*NSF zou inmiddels al een lobby zijn gestart om de plannen van minister Borst te verhinderen. Gelukkig maar. Sinds de ANWB, samen met De Telegraaf, minister Netelenbos met haar rekeningrijden op de knieën heeft gekregen, weten we hoe we eigenwijze ministers moeten aanpakken.

Je moet er toch niet aan denken dat Borst haar zin krijgt? Hoe moet het dan verder met ons mannen – want daar hebben we het toch vooral over?

Eindelijk hadden we een geschikte camouflage gevonden voor onze drankzucht. Vroeger zei je tegen je vrouw: ,,Ik ga nog even naar het café.'' Dat viel lang niet altijd goed. ,,Maak het nou niet te laat.'' ,,Al dat gezuip.'' Het eeuwige geëmmer.

Vanaf de jaren zestig/zeventig hebben wij aan een briljante vluchtroute gewerkt. Je kocht een spectaculaire voetbaloutfit, of de duurste tennisrackets, en blozend van energie zwaaide je op zaterdagmiddag naar je gezin: ,,Ik ga nog even ballen.''

Voor de vorm deed je op de club even je sportbroekje aan en wankelde je een kwartiertje over het veld, maar daarna was het toch snel samen met de jongens heerlijk Heineken geblazen. Kaartje leggen, rondjes geven, het kan reuze gezellig worden in zo'n kantine – stap er maar eens binnen op een willekeurige zaterdagavond.

Het café? Ach, zei je wegwerperig, daar kom ik niet meer, wat heb ik er nog te zoeken? De frisse buitenlucht, het stalen van de spieren, het bestrijden van het buikje, daar ging het je om.

In je hart dacht je: die kantine is veel leuker dan het café. Want heeft er inmiddels niet een omkering van alle uitgaanswaarden plaatsgevonden en is het café niet steeds meer een sportief bedrijf geworden? Darts, vechtsporten – daarvoor moet je tegenwoordig toch vooral in het café zijn?

Drooglegging van (sportief) Nederland? De minister kan het vergeten. Ik zie een heel intensieve lobby op gang komen, en de nieuwe Nouwen werkt al aan een ludieke slogan. ,,Maak de Borst maar nat.'' Zoiets.