De vele duizenden

DE GESCHIEDENIS herhaalt zich. Bevrijders ontdekken de misdaden van de bezetters. Een voorlopige schatting van de Servische furie in Kosovo sinds de eerste NAVO-bommen vielen komt op tienduizend doden onder de Kosovaarse bevolking. Dat aantal kan hoger liggen. Onvermeld blijft dan nog het aantal mishandelde, gemartelde en verkrachte mensen. Het aantal verdrevenen overschreed het anderhalf miljoen. Maar dat was al bekend. Wat nu wordt geregistreerd – de massagraven, de martelkamers, de uitgebrande dorpen en steden, de achtergelaten en veronachtzaamde menselijke resten – is schokkend, al was het geweldspatroon uit de talloze vluchtelingenverhalen allang af te leiden. Er wordt een film vertoond waarvan we de recensie al hebben gelezen.

De slachtoffers worden zichtbaar, de daders verdwijnen in de anonimiteit. Met de uittocht van de Servische strijdkrachten trekken ook de voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid verantwoordelijken over de voor hen veilige grens die Kosovo van de rest van Servië scheidt. Zodra de, eerder door Miloševic geweerde, forensische experts van het Internationale Tribunaal in Kosovo zijn geland, kunnen zij beginnen met het in kaart brengen van het voorgevallene. Vervolging van de daders lijkt op voorhand onbegonnen werk. Het regime in Belgrado is weliswaar gehouden aan vervolging mee te werken, maar de sterke arm van de NAVO reikt niet ver genoeg. Dat is een groot verschil met de toestand in Bosnië waar de NAVO ook aanwezig is in de zogenoemde Servische republiek. Bovendien herkennen slachtoffers daar nogal eens in hun buurman hun folteraar.

DE ONZEKERHEID dat recht zal worden gedaan, verleidt de teruggekeerde vluchtelingen ertoe het recht in eigen hand te nemen. In wezen is Kosovo nog altijd een multi-etnisch gebied waar verschillende bevolkingsgroepen met elkaar samenleven, ook al is de getalsverhouding ver in het voordeel van de etnische Albanezen. Met de terugkeer van de vluchtelingen stuiten beide bevolkingsgroepen weer op elkaar, anders dan in Bosnië waar de burgeroorlog tot een geografische scheiding met door de vredestroepen afgebakende demarcatielijnen heeft geleid. De NAVO is in Kosovo in een nachtmerrie terechtgekomen. Drie gestelde doelen – vertrek van de Servische soldateska, vervolging van de oorlogsmisdadigers, voorkoming van bijltjesdag en van verdrijving van de Servische bevolking – zijn nauwelijks met elkaar te verenigen.

Een apart probleem vormt het UÇK, het Kosovaarse bevrijdingsleger. Volgens internationale afspraken moet dit leger worden `gedemilitariseerd'. Het moet zijn zware wapens inleveren en een flink aantal manschappen demobiliseren. Een deel komt in aanmerking om de kern te vormen van een nieuw op te richten politiemacht onder internationaal toezicht waarvan ook Servische Kosovaren deel zouden moeten uitmaken. Gezien dit doel is het voor de NAVO niet eenvoudig al te rigoureus tegen het UÇK op te treden, nodig als het is om een minimum aan orde te helpen handhaven. Tenzij in omstandigheden waar het opstandelingenleger zelf zich aan excessen te buiten gaat.

EEN BIJZONDERE belasting van de toestand in Kosovo vormt het optreden van de Russen. Vannacht verklaarde minister Ivanov in Helsinki dat het de hoogste tijd is tot een oplossing voor de Russische deelname aan KFOR te komen gezien de dagelijks langer wordende dodenlijst in de provincie. Onvermeld liet de bewindsman dat het nu juist de Russische verrassingsoverval op het vliegveld van Priština van afgelopen zaterdag is geweest die een soepele overname van het gebied door de NAVO en daarmee een zo snel mogelijk herstel van de orde heeft verstoord. De laatste tijd heeft het Kremlin veel dankbetuigingen ontvangen voor zijn aandeel in het herstel van de vrede in Kosovo. Maar als de Russische leiders vorig jaar al tegenover Miloševic één lijn met het Westen hadden getrokken, had veel ellende kunnen worden voorkomen. Dat kan beter niet worden vergeten.