De terugkeer van Hannibal

Het laatste dat men zich zal herinneren van Dr. Hannibal Lecter is dat hij zich (geverfde haren, Caribisch eiland) voorbereidde op het verorberen van de ijdele gevangenis-directeur Chilton. Dat was althans het slot van de film The Silence of the Lambs, naar het gelijknamige boek: beide enorme publiekssuccessen negen respectievelijk elf jaar geleden. Auteur Thomas Harris bleek (met behulp van Anthony Hopkins die hem op het witte doek uitbeeldde) in de persoon van de perfide dokter met zijn voorkeur voor menselijk orgaanvlees en andere lekkernijen, een intrigerend monster te hebben geschapen dat gemakkelijk een plaats verwierf in de galerij van Grote Engerds van deze eeuw.

Nu is de dokter terug, vermomd als de in Florence wonende renaissance-expert Dr. Fell. Zijn zwak voor exquise wijnen, traditionele aroma's en topkwaliteit keukengerei is onveranderd. Hoe staat het met die andere hobby van hem? Retorische vraag: als hij die zou hebben afgezworen zou er geen nieuw boek zijn.

Ook zijn tegenspeelster Clarice Starling is terug. De FBI-agente met de eens zo briljante toekomst ziet zich opnieuw geconfronteerd met de wetenschap dat ergens daarboven één van haar superieuren haar haat. Bij het uitvoeren van een van de rotklussen die haar worden toebedeeld, schiet ze een vrouwelijke drug-dealer door het hoofd, daarmee het leven sparend van de baby die deze als schild voor haar lichaam hield. Een heldendaad, maar de media en haar superieuren zien het anders. Een oneervol ontslag lijkt nabij, maar de melding dat Hannibal Lecter is gesignaleerd redt voor even haar loopbaan. Er is immers niemand die zijn brein beter kent dan zij?

Maar er is nóg iemand buitengewoon gretig om de dokter te pakken te krijgen: Mason Verger, Lecters enige slachtoffer die de attenties van de dokter wist te overleven, zij het gruwelijk verminkt en in leven gehouden door een beademingsapparaat. Verger is erfgenaam van een immens veeslachterij-concern en heeft geld genoeg om zich te kunnen permitteren in leven te blijven, met als enige doel wraak te kunnen nemen op Lecter. Hij neemt daar zijn tijd voor. De varkens die Lecter te zijner tijd levend zullen verorberen moeten namelijk zorgvuldig geteeld worden, opgefokt in kwaliteiten als moordzucht en bloeddorst, en zoiets duurt even.

Met de creatie van deze wraakzuchtige sadist, die een nog monsterlijker kwaad lijkt te vertegenwoordigen, schept Harris evenals in het vorige boek op handige manier ruimte bij de lezer voor het investeren van enige sympathie in onze gourmand-kannibaal. Lecter, toch in alle opzichten de verpersoonlijking van het ongeneeslijke kwaad, krijgt zelfs een paar trekjes mee die hem bijna menselijk zouden maken als ze niet zo ridicuul waren neergezet. Harris' bedoeling zo een deel van zijn belangstelling voor de vasthoudende FBI-agente mee te verklaren, mislukt in elk geval omdat die trekjes moeilijk onder één noemer te brengen zijn met zijn overige, goeddeels buitenmenselijke, eigenschappen.

Het boek is uiterst vaardig en enerverend opgebouwd en ook voor lezers, die niet met het genre vertrouwd zijn, volstrekt unputdownable. Dat is Harris' grootste verdienste. Het maakt dat men al lezend (gruwend, walgend en giechelend) veel van de bezwaren als tijdelijk irrelevant kan zien. Maar ook als de inzet zo hoog is als hier, lijkt een bepaald minimum aan geloofwaardigheid een voorwaarde. Het is op dit punt dat Harris de greep ernstig is kwijtgeraakt. Vooral in de laatste hoofdstukken bevat het boek meer elementen die in het grand guignol en horror-strips thuishoren dan in een serieus te nemen thriller. Een voorbeeld? Aangezien Dr. Lecter lang niet de enige sadist is die in het boek rondloopt, kan ik zonder de pret te bederven best onthullen dat het slot onder andere een dineetje inhoudt voor drie personen, van wie er één `ruikt lekker!' uitroept terwijl zijn eigen hersens plakje voor plakje worden gesauteerd.

Erger is dat het boek op vele plaatsen irritant gemakzuchtig geschreven is. Wie Hannibal leest kan zich moeilijk voorstellen dat Harris niets met de verfilming van zijn vorige boek te maken had. Dikwijls lijkt het alsof hij al vast een opgevulde versie van het filmscript heeft ingeleverd. Dat begint al in de openings-scene met de houtenklazige manier waarop Starlings schietpartij wordt beschreven. Het is hoogst ergerniswekkend, in een tekst die niet bedoeld is om verfilmd maar om gelezen te worden, op bijna elke pagina zinnen te lezen als `A detailed sketch of this view on the wall of Hannibal Lecter's cell' of `Night in the heart of Florence, the old city artfully lighted.' Alsof Harris zijn potentiële lezers een signaal geeft, een raad die wat mij betreft opgevolgd kan worden: doe geen moeite, de film komt toch wel.

Thomas Harris: Hannibal. Heinemann, 484 pag. ƒ66,50. Nederlandse vertaling verschijnt in september bij Luitingh-Sijthoff.