De mythe van een moordenaar

Marc Broere en de evangelist Marcus hebben één ding gemeen: ze hebben beiden geschreven over een gemythologiseerde figuur, gezien door de ogen van zijn volgelingen of naasten, iemand die zelf nooit iets heeft geschreven. Daardoor zijn we aangewezen op andermans teksten en moeten we ons door bergen leugens en allerlei onwaarheden heen werken om tot de kern van het raadsel te komen.

Om de schade als gevolg van dit procédé te beperken besloot Marc Broere schoon schip te maken. Hij besloot de mensen aan het woord te laten, en wat we vernemen uit de monden van dit bonte gezelschap huurmoordenaars, opportunisten, oud-politici, een prinses, jonge bendeleden... zijn gemengde, zorgwekkende gevoelens over een land dat probeert in het reine te komen met de erfenis van Amin, en geen doorsnee-biografie zoals de titel toch wel suggereert. Te midden van het gekrakeel klinkt de stem van Marc Broere die Marc Broere portretteert en die, wanneer hij niet lyrisch over zijn reis door Oeganda schrijft, probeert enige nuchtere zin te puren uit een aantal tamelijk krasse leugens.

Deze combinatie van biografie, reisboek, detective en thriller is misschien wel de beste benadering van een man die tot de bloeddorstigste ter wereld behoort en zijn nalatenschap. Het decor, het hedendaagse Oeganda, komt naar voren als een mengeling van alles – het goede, het slechte, het wrede, het fantastische. Oeganda is, zoals veel landen in Afrika, nooit de slaaf geweest van klassieke logica of kristallen bollen. Het is een land op hol, dat bolderend over een ongelijke weg vol gaten onderweg is naar een beoogde maar nog niet bereikte toekomst. Het blijkt dat het gezin van Amin weer in Kampala woont, waar zijn vrouw en zoons in alle vrijheid rondlopen, slechts af en toe lastig gevallen door lieden als Marc Broere, die willen weten hoe Big Daddy het maakt ginds in Saoedi-Arabië.

Verder blijkt dat de enige broer van Big Daddy ook weer in de stad is, schimmige zaken doet, en zich er voornamelijk over beklaagt dat zijn huis ooit is verwoest en dat zijn bankrekening nog altijd van regeringswege is geblokkeerd wegens de verdenking dat het gigantische bedrag erop wel eens van broerlief afkomstig zou kunnen zijn.

Sterker nog, Amins getrouwen zijn terug, in groten getale, en leiden een kalm leven. Eén van hen is al jaren minister van Toerisme. Amins vroegere vice-president heeft een akkoord gesloten met de regering en helpt als vreedzaam burger in de strijd tegen de rebellen. En alsof dat nog niet verrassend genoeg is, zitten slechts twee vroegere trawanten van Amin nu achter de tralies te wachten op uitvoering van hun doodvonnis.

Thriller

Gaandeweg krijgt het boek eigenlijk steeds meer het karakter van een thriller over de opkomst en ondergang van Idi Amin. En het is ook een detectiveroman, waarin Broere bekeerde moordenaars ten tonele voert en vroegere kameraden van Amin, van wie de meesten alleen maar zitten te griepen dat ze hun voorrechten zijn kwijtgeraakt, alles om op het eind tot een dramatisch besluit te komen. Voordat dat controversiële ogenblik aanbreekt, echter, portretteert de auteur zijn personages, maakt hij grappen met zijn cameraman, hoort hij ontwikkelingswerkers uit over hun weinig benijdenswaardige werk, en documenteert hij zijn omzwervingen met verve, want hij is verliefd op Oeganda en op het district West Nile en de streek Toro in het bijzonder. Hij raakt totaal van de kaart van een prinses op jaren, en kan niet genoeg krijgen van de flora en fauna. En in de loop van dit alles wordt Broere door Amins eigen broer tot ambassadeur van West Nile in Europa gekroond.

De figuur van Amin zelf is intussen ten prooi aan de grillen van het mythische: hij is een adelaar onder bijzienden. Als we zijn getrouwen mogen geloven is hij door en door goed. Als we zijn zoons mogen geloven is hij een goede vader, die wordt geslachtofferd door kwaadaardige journalisten. Als we de intellectuelen mogen geloven was hij een onzekere, labiele, onontwikkelde, opportunistische bruut. Als we Marc Broere mogen geloven, dan is hij een fantasiefiguur, deels omkranst door dagdromen van kinderlijke heldenverering. Als we zijn aanhangers onder de bevolking mogen geloven, dan is hij een vrijgevig mens die feestjes organiseert voor islamitische pelgrims en geld geeft om de kinderen van zijn gevangen volgelingen te helpen. En als we het zwijgen van de Oegandese meerderheid opvatten als opzettelijk geheugenverlies, dan is hij een onbeduidend overblijfsel uit vroeger tijden.

Het thema van recht en onrecht komt om de hoek geslopen. Er is een navrant interview met een rechter bij het hooggerechtshof die regelmatig criminelen laat ophangen. Er is het pijnlijke feit dat een voormalige volgeling van Amin minister is met verstrekkende bevoegdheden, waaronder de uitbuiting van zijn stamgenoten in de West Nile, terwijl zijn twee maatjes in de dodencel zitten.

Hinderlijk is ook dat daders van kleine vergrijpen, mannen en vrouwen, al jarenlang opgesloten zitten zonder te zijn berecht. De omstandigheden in de gevangenis zijn slecht en daar wordt weinig tegen ondernomen. Amin heeft de West Nile verwaarloosd. Bij zijn vertrek was er geen elektriciteit en niet één geplaveide weg. De verwaarlozing is gewoon doorgegaan. Nu terroriseren zijn handlangers zijn stamgenoten in naam van de revolte. Broere graaft dieper: hij praat met Museveni's militairen die over hun tijd als guerrillastrijders spreken als een tijd vol vrees voor de doodstraf als je uit stress of om wat voor reden ook een klein misdrijf beging. Museveni blijkt nog steeds voorstander van zulke strenge straffen voor criminelen, en deze tendens, deze regressie naar 's mans guerrilla-verleden, baart Broere oprechte zorgen.

Doodsangst

Het evangelie volgens Marc is interessant, uitdagend, en verliest pas vaart wanneer het jongetje in hem, de bewonderaar van Amin, hem het zicht op de werkelijkheid beneemt. Hij zwakt zijn verhaal af waar hij Amins verdorvenheid probeert te relativeren. Amin belichaamde het kwaad; hij stelde een eer in moorden en liet zijn handlangers lijken langs de weg strooien als afval. Voor een man die in vredestijd heerste, voerde hij een wel heel straffe staat van beleg, en wat de lezer uiteindelijk mist in het evangelie is de sfeer van onversneden doodsangst die als een wolk over de natie hing en die niet goed uit de verf komt doordat Marc spreekt met de daders die niet schuldig, niet schuldig, niet schuldig zijn.

Deze nu ongevaarlijke leeuwen, sommige geplaagd door aambeien en darmgassen, lijken hem af en toe om de tuin te leiden met hun milde optreden, maar in feite zijn het keiharde mensenslachters, die elke hedendaagse seriemoordenaar van schaamte terug in de moederschoot zou doen vluchten. Amin, de baas van deze onmensen, was toerekeningsvatbaar en dient zijn rechtmatige plaats te krijgen in de rijen van 's werelds moordzuchtigste wreedaards.

Broere heeft ook te zeer zijn best gedaan om Amins schepper te vinden: waren het de media, was het zijn voorganger, of was hij zijn eigen voortbrengsel? Als schepper noemt hij een eenvoudige huurmoordenaar. Zo eenvoudig was het echter niet. De betrekkingen tussen Idi Amin en Obote waren allang heel slecht, zo slecht dat ze elk moment tot uitbarsting konden komen. En mensen die continu op het scherp van de snede balanceren, zoals de meeste dictators, worden door hun paranoia feilloos op een ongelukskoers gezet.

De onmin tussen Obote en Amin dateerde al van lang voordat de handlanger Obotes gebit aan splinters schoot, wat tot de beschuldiging leidde dat Amin achter de aanslag zat. De huurmoordenaar was een radertje in een monstermachine die al jaren draaide. Hij heeft slechts de komst van het onvermijdelijke verhaast, maar hij heeft Amin niet verwekt.

Daarnaast heeft Broere te veel moeite gedaan zijn eerdere oordeel over Museveni als hét voorbeeld van de nieuwe, democratische Afrikaanse leider te herzien. Museveni is geen heilige, maar is hij uit hetzelfde hout gesneden als Amin? En Broere gaat voorbij aan het feit dat de rebellen in de West Nile geen ideëel doel hebben, hun eigen stamgenoten terroriseren en met bruut geweld een nieuw leven en een nieuwe carrière hopen te realiseren. Als hun provincie hun iets kon schelen, waarom hebben ze dan geen akkoord met de regering gesloten?

Afgezien van de bezwaren leest het boek goed. Er staat van alles wat in: geschiedenis, amusement, wetenswaardigheden – en het blijft tot op de laatste bladzijde spannend. Broeres gids, een 25-jarige aspirant-politicus, wordt doodgereden door een auto zonder lichten. Was het een ongeluk? Was het een complot om een uitgesproken tegenstander van de regering tot zwijgen te brengen? De Amin-volgeling schrijft Broere het nieuws per brief en citeert Jim Reeves: `Deze wereld is niet mijn thuis, we komen er slechts voorbij.' Stof tot nadenken! En een passend einde aan het evangelie van Marc.

Vertaling René Kurpershoek

Marc Broere: Idi Amin. In de wereld van een Afrikaans despoot. De Arbeiderspers, 255 blz. f 39,90