De hitparade van het verleden

Het eind van de eeuw wordt tegemoet getreden met lijstjes vol rapportcijfers. Dit is aflevering 24 van een serie van Bas Heijne in het laatste jaar van de eeuw.

Dit is de tijd van de lijstjes.

Het grootste, het beste, het mooiste, het belangrijkste.

Het slechtste. Het allerergste.

Wat mag absoluut niet vergeten worden? Wie moeten we zonder meer meenemen naar een nieuwe eeuw? Wat kan en zal niet ontbreken in ons overbeladen geheugen?

Wie terugkijkt, ziet zoveel, het is teveel. Selectie is noodzakelijk. De eeuwwisseling zal onszelf weliswaar niet noemenswaardig veranderen, maar het voelt toch als een soort verhuizing. Tijd om op te ruimen. Wat kan weg, wat stop je in een doos en breng je naar het Leger des Heils van de geschiedenis? Wat gaat hoe dan ook mee?

Picasso.

Churchill.

De eerste maanlanding.

De uitvinding van de peniciline.

A la recherche du temps perdu.

Meneer Parker van de pennen.

De atoombom.

Mies Bouwman.

De PC.

Maria Callas.

De overwinning van Teach-In op het Songfestival in 1975.

Het eerste rubberen condoom.

Wittgenstein.

Lijstjes, lijstjes. Dingen, namen, gebeurtenissen. Het collectieve geheugen draait overuren. Hoge cultuur, lage cultuur, binnen- en buitenland, politiek en techniek, alles en iedereen wordt op de valreep nog gewogen voor een plaatsje op de hitparade van ons verleden. Een panel van critici beslist dat Ulysses de beste roman van onze eeuw is. Een weekblad nomineert Hitler als een van de belangrijkste politici. Koningin Wilhelmina is volgens historici de belangrijkste Hollandse vrouw van de afgelopen honderd jaar, ze laat Renate Rubinstein en Viola Holt ver achter zich. De Volkskrant passeert Remco Campert voor Lou de Palingboer. Citizen Kane verslaat Turks fruit.

Je leest het, je kijkt ernaar. Het zegt je niets.

Al die ongelijksoortige zaken en personen die geacht worden een rangorde te vormen, de dwaze drang om rapportcijfers uit te delen aan uitvindingen en kunstwerken, aan wereldleiders en genieën, het verraadt eerder een soort nervositeit dan een uitgebalanceerd bewustzijn. Een krampachtig verlangen naar een samenhang en hiërarchie die er niet zijn die alleen maar afgedwongen kunnen worden door van alles en iedereen een Top Tien te maken. Dat geeft in ieder geval houvast. Je kennis schiet hopeloos tekort, geen mens kan alles van belang in de afgelopen honderd jaar bevatten, dus laat je die vervangen door informatie.

Dat is ware aard van het genummerde lijstje: het is informatie die kennis suggereert.

Ulysses moet je lezen, want dat is de beste roman. Thomas Bernhard bungelt niet eens ergens onderaan die schuift door naar later of, beter nog, naar helemaal nooit.

Maar richt je blik naar binnen en je ziet meteen wat voor een dodelijke uitwerking zo'n algehele culturele inventarisatie heeft. Het einde van Bernhards late roman Holzfällen, wanneer de honende hoofdpersoon door nachtelijk Wenen loopt en zichzelf moet bekennen dat de stad, die door hem door en door verafschuwde stad met zijn onuitstaanbare mensen, zijn Wenen is, dat hijzelf onherroepelijk verbonden is met alles wat hij zo hartgrondig haat; dat slot heeft me oneindig meer ontroerd dan de hele Ulysses heeft gedaan.

Johan Sebastian Bach geldt als een van de grootste componisten aller tijden, hij staat met stip op nummer 1 (of misschien toch twee, na Mozart?), maar het is de nerveuze, wispelturige muziek van zijn zoon Carl Philipp Emanuel die zich in mijn genen heeft genesteld.

Daarbij blijk ik te wispelturig om apodictisch te zijn: ben ik in een wereldse stemming en geniet ik hartstochtelijk van mezelf, dan vind ik Anton van Dyck onbetwistbaar een groot schilder, een van de grootsten; loop ik te hoop tegen wanhopige beperktheid van alles, dan dringt Caravaggio zich op; dan weer is het plotseling de goddelijke gelijkmatigheid van Vermeer die de hoogste waarheid in zich draagt. Jeff Koons is inmiddels voor mij van een zwaar overschatte tot een onterecht miskende kunstenaar geworden.

Enzovoort.

Dat het moderne leven samenhang mist, is nu wel genoeg aangetoond. Versplintering en versnippering alom: je kunt niet terugkijken vanuit een enkel perspectief, net zoals je niet meer vooruit kunt kijken door een enkele ideologische of levensbeschouwelijke verrekijker. Dat verklaart het verlangen naar loze verbanden, naar de grote, vage greep. Er is bewondering voor alles wat gemeenschappelijkheid suggereert, voor alles wat de schijn van samenhang heeft – zoals het lijstje. Stelligheid wekt ontzag, omdat er zo weinig is om stellig over te zijn. Daarom hebben de grote best-sellende boeken en platenvan onze tijd ook titels die zekerheid uitstralen, die temidden van zoveel vage ongrijpbaarheid de objectieve essentie lijken samen te vatten: De waarheid, De vriendschap.

Maar het belang dat iets heeft, wordt afgedwongen door de ervaring die je ermee hebt. Het belang van die ervaring laat zich niet dicteren. Wie de intensiteit ervan probeert te rangschikken, te objectiveren, doet de wereld en zichzelf onrecht. Het bewustzijn is geen ladder, met een hoogste en een laagste tree. Daarom zal serieuze kritiek of geschiedkunde zich nooit wagen aan een vergelijkend warenonderzoek. Hitler en Stalin moeten doorgrond worden, het heeft weinig zin te gaan redetwisten wie van de twee nu eigenlijk massamoordenaar nummer 1 is.

Misschien is dat het enig waardevolle aan die lijstjesdrang: je wordt gedwongen er je eigen ervaringen tegenover te stellen. In het domein van je bewustzijn ontbreekt de ordening, je onderhoudt een hoogstpersoonlijke, eigenaardige band met de buitenwereld. Als je je al aan een opsomming wilt wagen, dan is het een opsomming als die van Woody Allen in Manhattan thuis op bank liggend somt hij alle dingen op die voor het leven de moeite waard maken, van de appels van Cézanne en de Jupiter-symphonie van Mozart tot de skyline van Manhattan en het gezicht van zijn geliefde.

Het resultaat is geen algemeen lijstje, geen cultureel overzicht van hoogtepunten. Het is iets belangrijkers: een zelfportret.