De consumentenman

De financiële toezichthouders hebben de financiële consument ontdekt. Jan Modaal, statistisch referentiepunt voor inkomensbeleid sinds de jaren zeventig, is niet meer alleen spaarder, maar hij heeft diverse verzekeringen, bezit nu wellicht een eigen woning en misschien is hij zelfs een kleine belegger geworden.

De Haagse Post portretteerde Jan Modaal 24 jaar geleden: P. Bodemeier, kostwinnaar, getrouwd, twee kinderen, machinesmeerder bij Hoogovens. Het staalconcern heeft tegenwoordig geen aandelenopties voor het personeel, maar wel (minder risicovolle) personeelsobligaties die in aandelen kunnen worden omgezet.

Het volkskapitalisme heerst. De helft van de huishoudens heeft een eigen woning met meestal een hypotheek. De schattingen over particuliere beleggers lopen uiteen van 919.000 huishoudens volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (1997) tot twee miljoen volgens het Nipo (1998).

Wie wordt hun hoeder, de financiële consumentenman van de 21-ste eeuw? A. Docters van Leeuwen, bestuurder en beoogde nieuwe voorzitter van de beurswaakhond Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), stelde vorige week zijn kandidatuur.

Hij wil bijvoorbeeld duidelijker informatie aan het beleggende publiek van bedrijven die effecten uitgeven. Onder STE-controle. En hij kondigde een nota aan van minister Zalm van Financiën over bescherming van de financiële consument. Had de Nederlandsche Bank, die onder meer banken en beleggingsinstellingen controleert, voorkennis van die nota toen zij vorige maand de oprichting van een unit consumentenbescherming annonceerde? De derde van de financiële toezichthouders, de Verzekeringskamer (pensioenfondsen en verzekeraars) hakt al langer met dit bijltje, bijvoorbeeld om de verzekeraars uniforme en heldere informatie over polissen te laten geven.

De aandacht voor de belangen van de consument is, zeker voor de centrale bank, een late roeping. Toezichthouders geven over het algemeen een beperkte invulling aan het begrip consumentenbescherming. Het voorkomen van een bankroet is de beste bescherming van de consument, is de redenering. Dat stimuleert toezichthouders om bij voorbaat positief te staan tegenover fusies en overnames. Zij controleren bedrijven, niet hun relatie met klanten. Hoe groter de financiële instelling, des te kleiner de kans op ongelukken die klanten geld kosten. Des te kleiner de schade voor de controleurs zelf en voor hun politieke broodheren.

Waakzaamheid over het lot van de financiële consument is kenmerkend voor de paradox van de liberalisering van de afgelopen twintig jaar. Onderlinge afspraken in de financiële wereld zijn (of worden nog) geschrapt onder druk van de Europese Commissie en concurrentie van (buitenlandse) nieuwkomers die marktaandeel willen grijpen. Bovendien hebben overheid en toezichthouders de traditionele schotten tussen banken en verzekeraars weggenomen. De marktpartijen mogen zich breder ontplooien dan ooit tevoren, maar de roep om consumentenbescherming is luider dan ooit.

De markt biedt de consument wel onbeperkte keuze, maar de markt zelf is niet bij machte de consument bijvoorbeeld heldere en transparante informatie te geven zodat hij alle aanbiedingen kan vergelijken. De markt roept ook geen garantieregeling in het leven voor het geval dat een financiële producent onverhoopt over de kop gaat.

Dat is werk voor de toezichthouders. Een groeimarkt bij uitstek. Voor de drie genoemde overheidscontroleurs, maar ook voor particuliere belangenbehartigers: de Consumentenbond, de Vereniging Consument en Geldzaken, de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). En dan zijn er nog de klachtencommissies voor bank- en beursbedrijf en een deze week gecombineerd Klachteninstituut Verzekeringen.

Met de stijgende afzet van financiële producten stijgen ook de kosten van toezicht. De begroting van de Verzekeringskamer is dit jaar 37 miljoen gulden, een stijging met ruim 20 procent. De exploitatiekosten van de STE waren vorig jaar bijna 13 miljoen, een groei van eenderde. De Nederlandsche Bank geeft geen specificatie. En dan zijn er nog de uitgaven van bijvoorbeeld de Economische Controledienst (ECD), die voor alle drie speurwerk uitvoert.

Evenals de verkopers van financiële producten zijn de toezichthouders met elkaar in een concurrentieslag verwikkeld. In de nieuwe Raad van Financiële Toezichthouders moeten zij samenwerken in zaken die afzonderlijke sectoren overschrijden. Maar zij concurreren tegelijkertijd om mensen en missie. Dat alleen al is een goede reden om de drie samen te voegen.

Zij vissen in dezelfde personeelsvijver. Toevallig meldde onderdirecteur toezicht A. Touw van de Nederlandsche Bank vorige week zijn overstap naar de STE. Met name de beurwaakhond heeft een nijpend personeelstekort en organiseert deze maand twee keer een banendag voor academici.

Omzichtiger is de concurrentie om het oor van de ministers en de Tweede Kamer. Wie wordt hun favoriet, met de mooiste missie en het hoogste budget? De Nederlandsche Bank is de grootste en toonaangevende controleur. Zij is het monetaire beleid kwijt aan de Europese Centrale Bank (ECB) en zoekt compensatie in toezicht. Vanaf nu zal in haar kwartaalbericht bijvoorbeeld elke keer een bijdrage staan over ontwikkelingen in het toezicht. Maar ook het toezicht op banken dreigt op enige termijn bij de ECB terecht te komen. In Apeldoorn houdt de Verzekeringskamer van oudsher een low profile. De STE rukt op en dan moet de doorgewinterde Haagse wandelganger Docters van Leeuwen (ex BVD, ex Super Procureur-Generaal) als bestuursvoorzitter nog beginnen.