Bolivia: minder coca, evenveel armoede

De Boliviaanse oud-dictator en president Hugo Banzer heeft zich bij de VS zeer populair gemaakt door hard op te treden tegen cocaproducenten. Maar de corruptie en armoede zijn nog altijd even schrijnend.

Langs de onverharde weg staat een bordje: landgoed Macondo. Dezelfde naam als die van het dorp waar de personages van Colombiaanse schrijver Gabriel García Marquez hun honderd jaar eenzaamheid sleten. Het lijkt wel magie. Ook hier een verlaten dorp in de wildernis. Houten huisjes en kippen op straat. Zwijgend plonzen de mensen door de modder van de open vlakte die als dorpsplein dient.

De afgelopen dagen leek alsof het nog jaren zou blijven regenen, vertellen de mensen. Maar nu begrijpt ook het weer dat het vandaag `een grote dag' zal worden. Een paar schuchtere zonnestralen jagen stoom uit het druipende afdak van palmbladeren. Daaronder een houten podium waarop een lange rij roodfluwelen stoelen staat. Er heerst een nerveuze drukte bij de rivier. Zal hij komen? De ,,vaandeldrager van de Boliviaanse democratie'', zoals de burgemeester hem plechtig noemt. President Hugo Banzer. De dictator uit de jaren zeventig, die in 1997 de presidentsverkiezingen won. Volgens de burgemeester de man wiens ,,ongeëvenaarde patriottisme Bolivia zegevierend de volgende eeuw zal indragen''.

De witte matrozenpakken van de Boliviaanse marine steken scherp af tegen het drabbige rivierwater. Het enige in de omgeving met kleur zijn de rode strikken op de glimmende jurk van de vrouw van de burgemeester.

Dan komt er een lange sliert four-wheel drives uit de jungle gereden. De auto's stoppen, er stappen ambtenaren uit, veiligheidsmensen, een staatssecretaris, en nog meer militairen. Maar geen Banzer. ,,Ik wist het wel'', bromt een van de indiaanse dorpsbewoners. ,,Die komt hier toch niet.'' De staatssecretaris opent de ceremonie met een donderende toespraak over de ,,nationale strijd'' tegen de coca. Opnieuw herhaalt hij de belofte van Banzer dat in het jaar 2002 alle illegale cocateelt in Bolivië zal zijn uitgeroeid.

Hij wijst naar de militaire boot in de rivier. Een grijze schuit waarop de militaire muziekkapel heeft plaatsgenomen. ,,Dit is de alternatieve ontwikkeling van Bolivia'', zegt de staatssecretaris. ,,Hoempa, hoempa'', doet de muziekkapel. De platbodem zal binnenkort benzine over de rivier vervoeren. De staatssecretaris klapt, de militairen klappen, de bevolking slaat het schouwspel zwijgend gade. Hun wangen vol coca-bladeren – tegen de honger.

,,Het uitroeien van twintigduizend hectare coca is het grootste succes dat Banzer geboekt heeft'', zegt Gregorio Lanza, hoogleraar economie aan de universiteit van La Paz. Sinds het aantreden van de generaal lopen de Amerikanen weg met Bolivia. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het drugsopsporingsagentschap DEA krijgen er geen genoeg van de Boliviaanse regering te prijzen voor de moedige en voortvarende aanpak van het drugsprobleem. Van `alternatieve' ontwikkeling komt echter weinig terecht. Vijfennegentig procent van de plattelandsbevolking leeft onder de armoedegrens.

Bijna dertig jaar lang is Bolivia geassocieerd met coca en coups. Het land kende 191 staatsgrepen in anderhalve eeuw en beleefde tussen 1971 en 1978 een coca-boom. Niet toevallig was dat precies de tijd dat Banzer als dictator aan het hoofd van het land stond. Kartelbazen uit Colombia, zoals Pablo Escobar, kochten destijds hun coca in Bolivia – met de zegen van de dictator. Niet alleen Banzer, maar ook burger- en militaire regimes na hem verzetten zich tegen de eis van de VS om de cocaverbouw aan te pakken. Het gebruik van cocaïne, waarvoor coca de grondstof is, is tenslotte geen Boliviaans, maar een Amerikaans probleem, hielden de presidenten de Amerikanen voor. Bovendien is het verbouwen en kauwen van cocabladeren in Bolivia een legaal en eeuwenoud indiaans gebruik.

Om de noodzakelijke economische steun van de VS niet te verspelen werden eind jaren tachtig programma's opgezet. Boeren die bereid waren hun eigen cocaplanten uit te roeien, ontvingen van de regering 2500 dollar per uitgerukte hectare. Meestal incasseerden ze het geld, en begonnen een eind verderop vrolijk met het bewerken van een nieuw cocaveldje.

Banzer riep na zijn aantreden in 1997 het cocablad uit tot volksvijand nummer één, en stuurde het leger er op af. Met een trotse sjerp over zijn pak hangt Banzer nu op de muren. `Dank u generaal', staat er op de poster die hij door het hele land heeft laten aanplakken. ,,Daar heb ik niets mee te maken'', zegt de jongeman in Villarroel die onder zo'n poster staat. Geërgerd loopt hij eronder vandaan.

Uit een enquête van het dagblad Los Tiempos blijkt dat Banzer niet het succes boekt dat hij claimt te hebben. Gevraagd naar de meest dringende problemen van Bolivia, noemen de mensen op de eerste plaats de armoede en de corruptie bij de overheid. Pas op de tiende (en laatste plaats) komt de strijd tegen de coca. Bij de antwoorden op de vraag naar wie de belangrijkste nog levende Boliviaan is, komt Banzers naam helemaal niet voor. De meesten noemen een familielid.

,,Dit keer regeert Banzer niet als autocraat'', zegt econoom Lanza. Integendeel. ,,Zijn persoonlijke autoriteit is minimaal.'' Als Banzer roept dat het afgelopen moet zijn met het misbruik van dure overheidsauto's, rijden de ambtenaren vrolijk door.

Maar de vos verliest zijn oude streken niet helemaal. Volgens de Boliviaanse ombudsman zijn tussen mei 1997 en oktober 1998 zestien verslaggevers bedreigd en mishandeld. In alle gevallen waren het journalisten die zich kritisch over de president hadden uitgelaten. De angst van de ex-dictator voor negatieve publiciteit slaat soms om in paniek. Veiligheidsagenten probeerden drie maanden geleden een hele editie van het weekblad Informe R in beslag te nemen. Op de voorkant van het blad stond een montagefoto van Pinochet met daarachter het portret van Banzer. De geheime dienst beschouwde de afbeelding als ,,subversie tegen de regering''. Het hoofdartikel ging over de samenwerking tussen de Chileense dictator en Banzer bij het kidnappen en vermoorden van mensen in de jaren zeventig.

,,Noch aan de armoede, noch aan de corruptie is onder Banzer iets veranderd'', concludeert econoom Lanza. ,,En met het argument van de strijd tegen de coca is het land ook weer gemilitariseerd.''

In Villarroel zijn de mensen intussen naar huis. Ze koken hun middagmaal op stenen fornuizen, of zitten te kijken hoe de wolken de zon aan het zicht onttrekken. Vanaf de rivier is, heel ver weg, nog het geluid van de militaire muziekkapel te horen.