Bewijzen moord stapelen zich op

Bewijzen van massamoorden en systematische foltering door Servische ordetroepen stapelen zich op in Kosovo. De Britse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Geoff Hoon, schat het aantal vermoorde Kosovaren sinds het begin van de NAVO-luchtacties op ten minste 10.000.

Hoon leidde gisteren journalisten door de kelders van het Servische politiehoofdkwartier in Priština, dat kennelijk als ondervragings- en martelcentrum heeft gediend. In een kelder lagen boksbeugels, veelal vervaardigd van deurscharnieren, messen, ijzeren staven en knuppels van hout en van rubber. Een Serviër had in een honkbalknuppel het woord `mondsluiter' gekerfd. Op een tafel met een zinkgootje vol bloedsporen lag een kettingzaag.

De Servische politie liet ook een aantal ampullen atropine achter, een middel dat kan worden gebruikt bij ondervragingen. Er was een bed met riemen om mensen op vast te binden, en in de doos met boksbeugels bevonden zich ook condooms en pornografie.

Volgens voormalige gevangenen werden in de kelders van het bureau, samen zo groot als een tennisbaan, ongeveer 500 gevangenen vastgehouden. Riza Krasniqi, die er naar eigen zeggen zes uur lang is ondervraagd, zegt dat de politie zijn handen onderzocht op kruitsporen, hem sloeg, uithoorde en een loyaliteitsverklaring eiste. Krasniqi zegt te hebben gezien dat mannen en vrouwen van vijftien tot zeventig jaar oud werden afgeranseld. Achter het gebouw liep een spoor van verbrand papier naar een verbrandingsoven.

Overal in Kosovo kwamen gisteren nieuwe sporen van massa-slachtingen aan het licht. In het dorp Poklek, dertig kilometer ten westen van Priština, toonden dorpelingen een huis waarin de politie op 17 april een Kosovaarse familie van 62 mensen, die op weg was naar het stadje Glogovac, zou hebben samengedreven en vermoord. In de tuin schoten de agenten het hoofd van de familie en zijn broers dood en wierpen hun lichamen in de waterput. De anderen dreven ze in een kamer samen, waarna ze een handgranaat naar binnen wierpen. Overlevenden werden met mitrailleurschoten om het leven gebracht, het huis werd in brand gestoken. Zes familieleden wisten tijdig uit een raam te springen.

In het dorpje Verbovac namen dorpelingen verslaggevers mee naar een massagraf en toonden een stal vol kogelgaten waar hun familieleden op 30 april zouden zijn geëxecuteerd. Het zou hier om een slachting door legertroepen gaan. In het dorpje Korenica lagen twaalf verkoolde lijken in een groot huis. Volgens omwonenden was het huis eigendom van de katholieke broers Muse en Gjoke Dedaj, die fortuin hadden gemaakt met een restaurant in Hamburg. Op 27 april zouden paramilitairen de familie hebben uitgemoord. Bij het kerkhof van Korenica lag een vers massagraf, waar 100 tot 150 lijken in zouden liggen.

In dorpen bij de Albanese grens vonden verslaggevers gisteren tientallen halfvergane lijken verspreid over de akkers, weilanden en bossen. Langs deze route trokken manschappen van het UÇK de provincie binnen. UÇK-strijders zeiden gisteren 107 lijken te hebben begraven.

Amerikaanse verslaggevers troffen gisteren in drie dorpjes bij de stad Pec graven met 35 lichamen. De inwoners waren net uit de bossen teruggekeerd en rouwden om hun dode verwanten. Volgens hen dreven Joegoslavische troepen de mannen op 14 mei in vier huizen samen en verbrandden ze levend. In een dorp bij Prizren toonden dorpelingen skeletten van 26 mensen. Bij het dorp Zahaq lagen 24 verminkte lijken in een smeerput van een garage. (AFP, AP, Reuters)

Dossierwww.nrc.nl