`Aftreden niet verheerlijken'

De vraag wanneer een minister moet aftreden stond gisteren centraal tijdens een debat naar aanleiding van een boek van Winnie Sorgdrager over haar ministerschap.

De aankomend leraar maatschappijleer snapte er helemaal niets meer van. ,,Mevrouw Sorgdrager, ik heb uw boek gelezen. Maar ik snap nu nog steeds niet hoe ik straks leerlingen moet uitleggen wanneer een minister moet aftreden.'' Sorgdrager, minzaam: ,,Het is ook geen handboek voor leraren maatschappijleer. Ik heb alleen maar geprobeerd aan te geven dat daar heel verschillend over wordt gedacht.''

Oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager heeft een boek geschreven over haar ministerschap (Een verantwoordelijke minister) en daar werd gisteravond over gedebatteerd in De Balie in Amsterdam. In het boek behandelt Sorgdrager de vele affaires waarmee ze als minister te maken kreeg; van de zaak Lancée tot de affaire-Bouterse en het vertrek van super-PG Docters van Leeuwen.

Voor aanvang leek het een scherp debat te worden met in ieder geval één van de debaters, Ed. van Thijn, die in 1994 wél opstapte als minister van Binnenlandse Zaken tijdens de IRT-affaire. Hij kraakt hele harde noten over Sorgdrager in het boek De sorry-democratie, waarin hij zich beklaagt over de geringe bereidheid tot aftreden onder bewindslieden in het eerste paarse kabinet.

Maar gisteravond hield Van Thijn zijn kruit droog. Winnie was een ,,hele goede minister'' geweest. Zelfs een verademing na haar voorganger Hirsch Ballin. ,,Dat vond iedereen.'' Alleen in de affaire rond het ontslag van Docters van Leeuwen had ze wellicht moeten opstappen. Hoewel ook hier sprake was van voortschrijdend inzicht bij Van Thijn. Inmiddels had hij begrepen dat de relatie tussen de minister en de super-PG al langere tijd aan erosie onderhevig was geweest.

Van Thijn en Sorgdrager waren het er zelfs roerend over eens dat bij het verstrekken van verkeerde informatie aan de Kamer een minister altijd moet vertrekken. Maar laat dat nu net niet aan de orde zijn geweest bij de affaires rond Sorgdrager. Volgens Sorgdrager hadden de kwesties ook te maken met de toegenomen aandacht van de media. ,,Begin jaren tachtig werden er ook koeien van fouten gemaakt en dan gebeurde er dus niets.''

In haar boek verzet Sorgdrager zich tegen het begrip `sorry-democratie' als negatief etiket. ,,Ik vind het een verworvenheid als mensen een fout die zij of hun ambtenaren hebben gemaakt in het openbaar toegeven.'' Aftreden mag niet verheerlijkt worden. Het land moet wel bestuurbaar blijven, schrijft ze.

Van Thijn stelde dat Sorgdrager toch wel wat lichtzinnig omsprong met het begrip `sorry-democratie'. En dat ze zich beriep op haar gebrek aan politieke ervaring als verklaring voor het rumoer rond haar persoon, wilde er bij hem niet in. ,,Ik ben het niet eens met de stelling dat je politieke ervaring nodig hebt om te overleven. Want als er iemand politieke ervaring had, was ik het wel.''

En ligt het uiteindelijk niet aan de Tweede Kamer als de ministeriële verantwoordelijkheid is uitgehold, als keer op keer blijkt dat de Kamer niet bereid is bewindslieden naar huis te sturen? De voorzitter van de ondernemingsraad van het ministerie van Justitie, Max Kommer, vanuit de zaal: ,,Als de Tweede Kamer zijn verantwoordelijkheid niet neemt, voel je als ambtenaar de zweepslag van de ministeriële verantwoordelijkheid ook minder sterk. Dan ga je de politiek in die zin minder serieus nemen.''

,,Op televisie werd gisteravond weer een necrologie over mij afgedraaid, dat zal wel altijd aan me blijven kleven'', verzuchtte Sorgdrager. Inmiddels is haar voordracht als de nieuwe Nationale Ombudsman omstreden. De voltallige oppositie in de Kamer is tegen en de SP wil een debat over de kwestie. Politiek leider De Graaf van D66 spreekt schande van deze `politisering' van het ambt van ombudsman. Het zoveelste relletje rond Sorgdrager is geboren.