Aboriginal kunst

Eindelijk vindt in Nederland een uitgebreid retrospectief plaats voor Emily Kame Kngwarreye, een van de belangrijkste representanten van de Aboriginalkunst, in de Oude Kerk in Amsterdam. Tijs Goldschmidt bracht in het CS (4-6) verslag uit van zijn bezoek aan de expositie. Hulde dat Emily de plaats krijgt die zij verdient en voor de aandacht die de Oude Kerk krijgt als expositieruimte. Met de Emily-tentoonstelling wil de Stichting de Oude Kerk de museale functie van de kerk versterken door de komende jaren regelmatig (eigen) tentoonstellingen te houden. Jammer is daarom de slotopmerking: ,,Zal het ooit onbegrijpelijk worden dat Baselitz, Förg en Lüperz als vanzelfsprekend in het Stedelijk Museum exposeren, terwijl een belangrijk schilder als Emily voorlopig blijft aangewezen op deze sympathieke pantoffelparade?'' Natuurlijk mag men in een museum flaneren, maar de Oude Kerk beoogt meer dan alleen wandelpromenade te zijn. De pers schreef al eerder dat de grote Nederlandse musea geen aandacht (willen?) besteden aan deze grote kunstenaresse, van wie werk op de Biennale in 1997 hing. Men moet dus kennelijk afleiden dat de Oude Kerk zijn nek durft uit te steken waar de gevestigde musea het laten afweten. En: de Oude Kerk heeft blijkbaar wel een neus voor de belangwekkende aspecten van deze Australische kunst. Men zou de Oude Kerk dus moeten prijzen dat zij deze complexe kunst, die op het breukvlak ligt van etnografica en moderne kunst, wil presenteren. Mij dunkt het zijn dan ook meer de directeuren van de gevestigde nationale musea die met enig schaamrood Goldschmidt's laatste opmerking ter harte zouden moeten nemen: zij moeten in ganzenpas naar de Oude Kerk snellen om aan de hand van de tentoonstelling te bemerken welke vergissing zij hebben gemaakt. Moge zij dan na afloop van hun bezoek, hoofdschuddend over hun gemiste kans, de Oude Kerk in pantoffelparade verlaten.