Aart Klein bleef wachten op die ene meeuw

Alle foto's op de tentoonstelling met werk van Aart Klein in het Amsterdams Historisch Museum zijn door de fotograaf zelf afgedrukt. Dat is bijzonderder dan het lijkt. Foto-archieven bewaren negatieven en bij exposities van oudere foto's worden deze veelal opnieuw afgedrukt. Het handschrift van Aart Klein, grafische beelden in zwart-wit zonder grijstonen, ontstaat echter in de donkere kamer. Om te voorkomen dat anderen zijn negatieven zouden afdrukken, heeft Klein overwogen het voorbeeld te volgen van de Amerikaanse fotograaf Brett Weston, die op zijn tachtigste verjaardag al zijn negatieven in de open haard gooide.

`Tekenen met wit op zwart' noemt Klein, die binnenkort negentig wordt, de werkwijze waar hij beroemd mee werd. Een besneeuwd weiland met zwarte grassprieten onder een witte lucht, zwarte roeibootjes op een wit IJsselmeer, het silhouet van betonvlechters op de Haringvlietdam, witte grafzerken op zwarte aarde in Margraten. Geïnspireerd door de `subjectieve fotografie' van Otto Steinert gaf Klein een draai aan de werkelijkheid. Dat verfraaien begon niet in de donkere kamer, het begon bij de opname, misschien zelfs voordat hij zijn onderwerp had gezien. Klein had een beeld in zijn hoofd en wachtte net zolang totdat de werkelijkheid zich daar naar richtte. Soms moest hij wachten totdat arbeiders klaar waren met schaften, andere keren totdat een meeuw precies op de juiste plek vloog.

Aart Klein was de estheet onder de invloedrijke groep van geëngageerde, naoorlogse fotografen. Net als Cas Oorthuys, Emmy Andriesse, Carel Blazer, Eva Besnyö en anderen fotografeerde hij bevrijding en wederopbouw, maar bij hem wint gebouw of landschap het steevast van de mens. Zij spelen slechts een bescheiden en anonieme rol in de composities van staal, beton en water. De timmermanszoon die eigenlijk architect had willen worden, maar in 1930 bij Polygoon begon en zich daar ontwikkelde tot persfotograaf, lijkt met zijn liefde voor geometrische patronen het optimisme van de wederopbouw te relativeren. Iele figuurtjes tegen de achtergrond van flats in aanbouw drukken verlorenheid uit.

Vanaf 1956 liet Klein de persfotografie achter zich en werkte hij veel in opdracht van het bedrijfsleven, dat hem alle ruimte en tijd bood om hun inmiddels felbegeerde jaarverslagen te vullen. Bedrijven als CSM, Gasunie en Stork beschikten over een eigenzinnige en, zo blijkt nu, tijdloze chroniqueur. Op de tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum zijn de verschillende thema's van Klein min of meer gegroepeerd: naast industrie en infrastructuur zijn de Deltawerken en Amsterdam motieven in het oeuvre. Jarenlang was het Algemeen Handelsblad een belangrijke opdrachtgever, een aantal fotopagina's tonen zijn werk voor deze krant. Afwezig zijn de persfoto's uit de jaren dertig, die verloren zijn gegaan, en de naoorlogse toneelfoto's, die volgens samensteller Jeroen de Vries niet sterk genoeg waren voor selectie. Middenin de expositie is Klein aanwezig als diaprojectie, omringd door wisselend werk dat slecht zichtbaar op acht schermen wordt geprojecteerd.

Dat Aart Klein meer is dan alleen een estheet, blijkt pas na afloop. Wie de afzonderlijke foto's bekijkt, wordt geraakt door de vorm. Omgeving en inhoud lijken onbelangrijk, wat telt is de gestileerde weergave van een detail. De foto's lijken zelfs inwisselbaar: zowel in Leuven 1968 als in Dublin 1976 wordt ons oog richting stenenpatroon van de lege straat gedwongen, pas daarna naar de eenzame figuur in de marge. Maar dan. Wie de expositie verlaat, heeft wel degelijk een reisje gemaakt naar de jaren vijftig en zestig. De omgeving van al die gestileerde details is toch doorgedrongen, de tijdgeest blijkt overgedragen. Een natie in wording, in twintig jaar tijd van ontreddering in 1945 naar tevredenheid in 1965. Met een flinke tegenslag in 1953 – en ook dat laat Klein prachtig zien. Het is maar een schim, maar de hele watersnoodramp wordt samengevat door dat ezeltje in de regen.

Tentoonstelling: De donkere kamer van Aart Klein. Een overzicht in prints en projecties. Amsterdams Historisch Museum, Kalverstraat 92 Amsterdam. T/m 29/8. Ma t/m vr 10.00-17.00u, za en zo 11.00-17.00u.