Weer een poging tot samenwerking

Na het Koerdisch Parlement in ballingschap is nu ook het Koerdisch Nationaal Congres in Nederland opgericht. De vraag is of het een brede vertegenwoordiging van de Koerden betreft of dat de stem van de PKK toch overheerst.

HET WAS VOORAL gezellig eind vorige maand op de driedraagse bijeenkomst in een overvolle De Rode Hoed in Amsterdam ter gelegenheid van de oprichting van het Koerdisch Nationaal Congres. Mannen die elkaar vaak jarenlang niet hadden gezien, kusten elkaar hartelijk. Er was Koerdisch eten en er klonk Koerdische muziek. Maar buiten stonden politiewagens en de honderden genodigden moesten eerst door een metaaldetector alvorens ze de conferentiezaal konden betreden.

Het Koerdisch Nationaal Congres is de tweede poging van de (Turks-)Koerdische Arbeiders Partij (PKK) om alle politieke en religieuze stromingen in Koerdistan onder één dak te brengen, dat wil zeggen alle Koerden in Turkije, Irak, Iran en Syrië, alsmede de veelal in Europa wonende Koerden. Het idee van een grensoverschrijdende Koerdische organisatie, ter overbrugging van de Koerdische tegenstelling, bestaat al sinds de jaren tachtig. Iedere Koerd, of die nou uit Turkije, Irak, Iran of Syrië komt of in de diaspora woont, streeft naar een politieke en vreedzame oplossing van het Koerdische probleem – zoals ook het doel van het Koerdisch Nationaal Congres luidt. Maar over de totstandkoming daarvan zijn de meningsverschillen zo groot dat de strijd daarover niet alleen in het verleden maar ook nu nog regelmatig gewapend wordt uitgevochten.

Het lijkt er steeds meer op dat juist de Koerden in de diaspora, veelal in Europa, radicaler worden en de meest uitgesproken aanhangers zijn van de Groot-Koerdische gedachte, zoals de PKK die lange tijd heeft uitgedragen. Maar alle Koerdische partijen zijn voor hun overleving afhankelijk van de regeringen in de regio, die hen vooral voor hun eigen doeleinden gebruiken. De Koerden worden allereerst tegen elkaar opgezet om hen zo te verzwakken.

De PKK is niet alleen de grootste maar ook de best georganiseerde Koerdische beweging in Europa, maar tegelijkertijd verkeert zij in ernstige militaire problemen in Turkije zelf. Haar toekomst staat of valt met het feit dat zij afrekent met haar imago van puur terroristische organisatie zoals ze door de Turkse overheid (in het verlengde daarvan door de regeringen van de Westerse landen) wordt afgeschilderd. De PKK heeft er dus vooral belang bij om zichzelf te profileren als een politieke organisatie die naar een vreedzame oplossing streeft. Daarom is het niet vreemd dat juist de PKK met het besluit kwam het Koerdisch Nationaal Congres op te richten.

Het is niet de eerste keer dat de PKK poogt tot een algehele samenwerking van de Koerden te komen. Een eerdere overkoepelingsactie dateert uit april 1995, toen het Koerdisch Parlement in ballingschap in Den Haag ten doop werd gehouden. Het doel was ook toen al alle Koerden te verenigen, maar het Parlement bleek vooral de stem te zijn van de Turkse Koerden, zowel in Turkije als in de rest van de wereld. Belangrijke partijen als de (Iraakse) Koerdische Democratische Partij (KDP) van Mesut Barzani en de (Iraakse) Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani bleven weg.

Ze wensten niet op sleeptouw te worden genomen door de PKK, die al sinds 1984 een guerrilla-oorlog voert tegen het Turkse veiligheidsleger in Zuidoost-Turkije en daarbij vooral gebieden in Noord-Irak gebruikt als uitvalsbases voor haar gewapende aanvallen en als schuilplaats van de rebellen. Een te sterke affiniteit met de PKK zou politiek veel te riskant zijn voor de Iraakse Koerden, die bovendien onderling in gevecht waren gewikkeld in hun eigen regio.

Turkije voerde een intensieve campagne tegen de oprichting van het parlement. Om die reden zag België er uiteindelijk van af het parlement toestemming te verlenen voor de oprichtingsvergadering, zodat op het laatste moment werd uitgeweken naar Nederland. Den Haag, bij monde van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Van Mierlo, weigerde de vrijheid van vergadering in Nederland ondergeschikt te maken aan het initiatief van de (Turkse) Koerden. Turkije (een NAVO-bondgenoot) schilderde het af als een uiting van separatisme van de zijde van een terrroristische organisatie, de PKK. Ankara reageerde dan ook furieus toen de Koerden in Den Haag uiteindelijk toch het startschot gaven voor het parlement in ballingschap. De politieke, diplomatieke en economische betrekkingen tussen Nederland en Turkije stonden maandenlang onder druk. Nederland werd als een onbetrouwbare partner aangemerkt door Ankara en dat had vooral gevolgen voor de handelsbetrekkingen.

Nog steeds heeft het Parlement geen vaste standplaats, al houdt zijn secretariaat kantoor in Brussel. Noodgedwongen wordt vergaderd in wisselende landen die om de een of andere reden bereid zijn Turkije te trotseren, en in Noord-Irak, het enige stukje van Koerdistan waar een zekere mate van autonomie geldt.

Het Koerdische Parlement in ballingschap had een korte voorbereidingstijd, maar jarenlang is gewerkt aan de totstandkoming van het Koerdisch Nationaal Congres, dat weer meer pan-Koerdisch zou moeten zijn dan het Parlement. De voorbereidende activiteiten werden evenwel versneld toen Abdullah Öcalan, de leider van de PKK en het symbool voor de Turkse Koerden van hun vrijheidsstrijd, in oktober van het vorig jaar via Rusland naar Europa uitweek nadat hij onder dreiging van oorlog door Turkije tegen het buurland Syrië was gedwongen Damascus te verlaten.

Öcalan slaagde er ondanks zijn belofte om de gewapende strijd te staken en ondanks de Europese betrokkenheid met het Koerdische vraagstuk, niet in om ook maar in één Westers land politiek asiel te verwerven. Nadat hij in februari van dit jaar door Griekenland naar Kenia was overgebracht, werd hij daar door de Turkse veiligheidsdienst (naar wordt aangenomen in samenwerking met de VS) gearresteerd en naar Turkije overgebracht. Het proces tegen Öcalan loopt inmiddels op het eiland Imrali, in de Zee van Marmara, waar hij ook gevangen zit. Tegen hem is de doodstraf geëist.

Net als in 1995 bij de oprichting van het Koerdische Parlement in ballingschap was het eind mei bij de oprichting van het Koerdisch Nationaal Congres Öcalan aan wie opvallend veel hulde werd betoond. Hij werd tot erevoorzitter uitgeroepen en het Congres vormde een comité dat een internationale campagne moet ontketenen om de PKK-leider vrij te krijgen. De dominantie van de PKK was alleen al daardoor ook op deze oprichtingsbijeenkomst duidelijk. Eveneens ontbraken opnieuw bijvoorbeeld de Iraaks-Koerdische partijen, ook al waren er deze keer wel PUK-vertegenwoordigers op persoonlijke titel aanwezig.

In Amsterdam werd dagenlang over de slotverklaring gesteggeld door de 174 leden (onder wie 24 vrouwen) van de 28 Koerdische organisaties, partijen en instituties die in het Congres zijn vertegenwoordigd. Toch menen sommige waarnemers dat het Koerdisch Nationaal Congres een werkelijk stapje is, zij het klein, in de richting van een brede vertegenwoordiging van alle Koerden – zeker in vergelijking met het Koerdische Parlement in ballingschap. Anderen, onder wie Koerden-waarnemers in Europa, betitelen ook het Congres als de stem van de PKK. Datzelfde stelt Turkije. Toch heeft Ankara deze keer opvallend minder sterk geageerd tegen de oprichting van het Congres dan in 1995 bij het Parlement.