Waterscheiding

Niet ver van het vliegveld Sjeremetevo-2 staat het belangrijkste oorlogsmonument van Europa. Het verkeer raast er achteloos voorbij, het is een gedenkteken dat aan dezelfde inflatie lijdt als de medailles die nu op de markt te koop liggen. Toch markeert het letterlijk de waterscheiding van de Tweede Wereldoorlog, de uiterste plek tot waar de Duitse troepen Moskou naderden.

Eind november 1941 konden de Duitsers de torens van het Kremlin zien liggen. Maar toen viel al het venijn van de winter in, met 20 graden vorst, motoren die muurvast bevroren en soldaten die crepeerden in hun zomeruitrusting. Bovendien hadden de Sovjetagenten in Tokio ontdekt dat Japan van plan was Amerika aan te vallen. Daardoor kon Stalin een grote legermacht uit het Verre Oosten vrijmaken, en die in stilte achter Moskou verzamelen. Op zaterdag 6 december begon de tegenaanval. Al snel werden de Duitsers in paniek teruggejaagd, tot ver van Moskou. Daar brachten ze een gruwelijke winter door.

Een dag later, op zondag 7 december, viel Japan Pearl Harbor aan. De donderdag daarop verklaarde ook Hitler aan Amerika de oorlog. Het was de meest onbegrijpelijke van al zijn beslissingen, want Duitsland was Japan niets verplicht. De Amerikaanse president Roosevelt gaf hij zo echter het doorslaggevende argument in handen om ook in Europa ten oorlog te trekken – iets waarin veel Amerikanen aanvankelijk helemaal geen zin hadden.

Zo keerden hier, in dat weekend van 6 en 7 december 1941, de kansen. Maar pas na Stalingrad, ruim een jaar later, begon dat tot de Europeanen door te dringen.