VS wijzigen hun koers jegens Irak

De Amerikaanse regering maakt zich op voor een koerswijziging in haar Irak-politiek. Voor het eerst staat Washington positief tegenover een voorstel om de economische sancties tegen Bagdad gedeeltelijk op te schorten, als Irak bereid is om vragen over zijn wapens voor massavernietiging te beanwoorden.

De tijdelijke Amerikaanse vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, Peter Burleigh, zei gisteren dat hij ,,ingenomen'' is met een Britse ontwerpresolutie die in acht maanden kan leiden tot opschorting van met name de olie-sancties. Het afgelopen jaar heeft president Clinton nog herhaaldelijk gezegd dat de sancties onverminderd van kracht blijven, zolang niet helemaal vaststaat dat Irak geen massavernietigingswapens meer heeft.

[In een eerste reactie op het Britse voorstel zei de Iraakse minister van Handel vanochtend tegenover de Arabische krant Al-Hayat een ,,zekere evolutie'' in de Britse positie te zien. Irak diende volgens hem echter op zijn hoede te blijven.]

Washington is de afgelopen maanden achter de schermen nauw betrokken geweest bij de opstelling van de Britse resolutie, waarvan Nederland co-sponsor is. De Amerikaanse regering wil graag een einde maken aan de tweespalt over Irak in de Veiligheidsraad. Bovendien zijn de Amerikanen graag verlost van de voortdurende militaire confrontaties tussen de Amerikaanse luchtmacht en Iraaks luchtafweergeschut. Een versoepeling van het sanctieregime zou tot een zekere ontspanning kunnen leiden.

Half december bombardeerden Amerikaanse en Britse vliegtuigen Iraakse doelen, om Bagdad te straffen voor de tegenwerking van de wapeninspecties van de VN. Sindsdien verbiedt Irak de wapeninspecteurs om hun werk te hervatten, wat bij de Amerikanen de vrees heeft gewekt dat Irak wellicht opnieuw bezig is om massavernietigingswapens te verwerven.

Het Brits-Nederlandse voorstel, dat mogelijk deze week al aan de Veiligheidsraad wordt voorgelegd, zal de wapeninspecties in Irak veel minder grondig maken dan de afgelopen jaren het geval was onder de speciale VN-commissie UNSCOM. Onder een nieuwe VN-organisatie, UNSCIM, zouden nog steeds inspecties plaatshebben. Maar de inspecteurs zouden niet meer in Irak ,,op jacht gaan'' naar verboden wapens. Hun werk moet meer gaan bestaan uit het opvragen van gegevens bij de Iraakse autoriteiten, en die gegevens vervolgens toetsen aan de eigen informatie.

Om in aanmerking te komen voor opschorting van sancties moet Irak, volgens het voorstel, aan een lijst eisen voldoen. Wat die eisen precies zijn, hebben de ontwerpers van de resolutie nog niet vastgesteld. Maar alleen al het feit dat het een lijst met specifiek genoemde voorwaarden is, betekent een concessie aan de voorstanders van opheffing van de sancties, zoals Frankrijk en Rusland. Tot voor kort kon er van een lijst geen sprake zijn, omdat Irak van UNSCOM simpelweg al zijn massavernietigingswapens, en de installaties om die te maken, moest opgeven.

De ontwerpresolutie voorziet in de opschorting van bepaalde sancties, wanneer Irak twee keer 120 dagen volledig heeft meegewerkt aan de controles van UNSCIM. Iedere 120 dagen zou de Veiligheidsraad dan opnieuw bekijken of Irak nog wel meewerkt. En iedere keer zou de Raad kunnen beslissen om de sancties te hervatten.