VOORMALIGE SOVJET-UNIE

Er wonen naar schatting 400.000 Koerden in de voormalige Sovjet-Unie. Zij zijn een naar verhouding zo kleine groep, dat zij nooit invloed hebben gehad op de binnenlandse politiek. Bovendien leven zij te verspreid om in opstand te komen tegen hun isolatie van de rest van Koerdistan. Er is ook niet een gebied waar de Koerden de meerderheid vormen, zoals in andere delen van Koerdistan. Zij wonen in een groot aantal verspreide nederzettingen in Transkaukasië en Centraal-Azië.

Terwijl Iraanse, Iraakse, Turkse en Syrische Koerden banden met elkaar onderhielden, leefden de Sovjet-Koerden relatief geïsoleerd. In de jaren twintig zorgde de komst van het Sovjet-regime voor gesloten grenzen aan de zuidkant van het land en de verbreking van het contact met Turks en Iraans Koerdistan.

De achterstand van Koerden ten opzichte van de rest van de bevolking was minder groot dan in andere landen. Sovjet-Koerden profiteerden van de grootschalige alfabetisering in de jaren dertig. Er was onderwijs in de Koerdische taal en literatuur in Armenië, Georgië, Kazachstan en Kirgizië en het stond hun vrij publicaties in het Koerdisch uit te brengen en te lezen. De Koerden die in de steden leefden, konden zich gemakkelijker dan in andere landen opwerken tot een gerespecteerde maatschappelijke positie.

Daardoor was er nauwelijks behoefte aan verzet. Maar zij leven wel degelijk mee met de Koerden in het buitenland, en uiten ook openlijk kritiek op hun positie van onderdrukking. Een hechte pro-Koerdische organisatie is echter niet ontstaan.