Stressballetjes

De nieuwste kantooraandoening, repetitive strain injury (rsi), heeft een stortvloed aan speeltjes op de markt gebracht. Van knijpveren tot squidgies en van putties tot stressballetjes. Agenda deed de antistressapparaatjestest en legde ze voor aan een deskundige. Nuttige hulpmiddelen voor rsi-slachtoffers of speelgoed voor kantoortijgers?

Knijpveren, squidgies, putty-bakjes, dynabee's, ying en yang kogels, stressballetjes; voor de handen liggen vele apparaatjes in de winkel. Deels worden ze aangeprezen als remedie tegen de slappe hand, anderdeels als rsi-bestrijder.

De repetitive strain injury, `herhaalde overbelasting kwetsuur', die de moderne kantoortijger belaagt, is de muishand. De hand die de computermuis beroert, doet dat vaak te lang en te gespannen. Het lichaam dat de hand bestuurt, doet op zijn beurt weer veel te weinig. Het zit, meestal onderuit gezakt, voor het scherm en laat bij voorkeur andere lichamen koffie of thee halen. Sommigen die ervoor hebben doorgeleerd, zeggen dan ook dat rsi minder door óverbelasting dan door ónderbelasting wordt veroorzaakt. Thuis wordt het deeg niet meer gekneed, in de tuin de schoffel niet beroerd en op het werk gebeurt touwtrekken alleen nog figuurlijk. Het muizen op zichzelf is zo'n eenzijdige beweging dat van `bewegingsarmoede' sprake is.

Krachteloze vingers zijn de natuurlijke vijand van de rotsklimmer. We volgen de kletteraar in spe naar de betere buitensportzaak. Daar vinden we diverse soorten handverstevigingsapparaten. Er zijn V-vormige veren met houten handgrepen of handgrepen met kunststof vingertoetsen die lijken op de pistons van een trompet, maar wij nemen putty mee. Een groene, kleiachtige brei in een doorzichtig plastic bakje die zich thuis heerlijk laat kneden. Op het werk ook, maar daar wordt het geluid waarmee het kneden gepaard gaat niet gewaardeerd. Er wordt namelijk door het kneden in de putty lucht gebracht, die om de zoveel kneedbewegingen weer met een even bescheiden als onverwacht geluidje ontsnapt. Een handscheetje, zou je kunnen zeggen.

Het handscheetje verbleekt echter bij het geluid van de dynabee. De dynabee zit in een doordrukverpakking geplakt tegen een achtergrond van een gespierde arm. De beloften zijn legio: sporters variërend van karateka tot tennissers zouden zich tot geduchte tegenstanders ontwikkelen met dit apparaat. Rsi heet hier `repetitive motion stress' en wordt op de doordrukverpakking verbeeld door twee handen in typehouding boven een toetsenbord. ,,Het versterken van de spieren draagt bij aan het voorkomen van rms-kwetsuren', staat daaronder.

De dynabee is een plastic, niet helemaal afgesloten stevige bol. In de bol loopt een groef waarin een tweede, kleinere bol kan draaien. De binnenbol, de rotor, wordt tot bewegen gebracht door hem snel langs de handpalm te halen. Met een draaiende beweging van de hand wordt de snelheid van de rotor opgevoerd. Zodra dat met voldoende snelheid gebeurt, maakt de dynabee, de naam zegt het al, het geluid van een bij, maar dan wel een reuzenbij.

Dit apparaat heeft een zeer hoog `laat-mij-dat-ook-eens-proberen'-gehalte. Collega's komen uit hun stoel – op zichzelf al goed ter bestrijding van de muisarm – om te zien wie dat sonore gebrom voortbrengt en waarmee. Het schijnbare gemak waarmee de dynabee-bestuurder dit ding hanteert, geeft velen het idee dat zij dat ook wel even kunnen. Uren vol oefenfrustratie vlieden als een schaduw heen wanneer de dynabee-bestuurder het gestuntel van zijn collega's aanschouwt.

Moesten we voor de putty naar een buitensportzaak en voor de dynabee naar een winkel waar ook vliegers en frisbees worden verkocht, voor de ying en yang ballen gaan we naar een Chinese toko. Prachtige ballen zijn het, in dito kistjes: hout bekleed met kleine, fluwelen, rijk geïllustreerde wandkleden. Je koopt deze ballen, die er in stalen en stenen varianten zijn, niet; je geeft jezelf die ballen cadeau. Aan die ballen zit wel een verhaal vast. Reeds de oude Chinezen wisten het: in de handen zitten allerlei energiebanen die, eenmaal gestimuleerd, het algeheel welbevinden verhogen. Wie de ballen door het soepel bewegen van de vingers in de hand laat draaien zou daar onmiddellijk een stuk rustiger van worden. De collega's worden dat weer niet wanneer je de stalen variant neemt met een tingeltje erin. Maar het is een prettige beweging. Overigens meer een oefening voor de aankomende zakkenroller dan voor het ontwikkelen van wurgvingers.

We keren terug naar de muis. In het huis van de muis waar men ook toetsenborden, beeldschermen, notebooks en diskettes verkoopt, vinden we bij de `office accessoires' de Gelerciser. `Relieve the stress', staat op het doosje. Daarbinnen zit een langwerpig, muisachtig kussentje gevuld met silicone. Het woord silicone alleen al, en dan gekoppeld aan iets vlezig kneedbaars, roept bij mijn collega's associaties op die zo voorspelbaar en voor de hand liggend zijn dat ze hier niet weergegeven hoeven te worden. Maar net als bij de dynabee oppert menigeen dat je van de Gelerciser juist rsi zou krijgen. De hoogste tijd om deskundige hulp in te roepen. Dat kan, want sinds de uitvinding van de rsi bestaat ook hier de bedrijfsfysiotherapeut.

Licht bevreemd aanschouwt ze de eerder genoemde attributen die uitgestald zijn op haar tafel. De dynabee trekt onmiddellijk haar aandacht. Het geluid doet haar niets, maar de zwaarte van de beweging des te meer. Goed voor het ontwikkelen van spierkracht en coördinatie, is haar oordeel. Alleen, train ermee òf onder goede begeleiding òf met uitgebreide handleiding, zegt ze, want voor je het weet loop je met dit ding een rsi op. De Gelerciser krijgt om deze reden eveneens een corrigerende tik: ook geen handleiding bij. Dit silicone-speeltje kan het beste met de handpalm naar boven worden bekneed, legt ze uit. De hand muist al gedurig met de palm naar beneden en oefeningen beogen bewegingspatronen juist te verrijken.

Bij The Gripp en de putty, en in mindere mate de `squidgie', reageert ze enthousiaster. Vooral de putty vindt genade in haar ogen. Gretig knijpt ze in het taaie spul. ,,Je kunt er de gevoeligheid in je vingers voor tactiele prikkels mee vergroten', legt ze op professionele toon uit, om er enigszins huisvrouwelijk aan toe te voegen: ,,En je krijgt er geen vieze handen van.' De putty en de ying en yang ballen vindt ze, omdat de bewegingsmogelijkheden groter zijn, iets aardiger dan The Gripp, een gekleurde bal gevuld met boekweit of een ander zaad, omkleed met een dun rubber laagje.

De squidgie bevreemdt haar nog het meest. Het ding omschrijven valt ook niet mee. Het is een uit vele rubber flubbers bestaande balachtige structuur. Volgens de bijsluiter geschikt om in te knijpen, mee te gooien en op te slaan. Het ding blijft drijven ,,en de hond is er ook dol op'. Op collega's maakt de squidgie ook grote indruk. Na een honend uitgesproken ,,Wat is dit nu weer?' verdwijnt het flubberding in de lucht. Er wordt mee gegooid en tegenaan geschopt en steeds weer blijken de koffiebekertjes die op de redactieburelen in de weg staan leeg.

De dyna-band, geen familie van de dynabee, kent ze. Ooit knipte ze voor de revaliderende patiënten in haar praktijk meters dyna-band van een rol. Wat is de dyna-band? Een kritische omstander noemt het `een lapje om aan te trekken'. Ja, zo is de bergklimmer-putty gewoon klei en kun je in plaats van ying en yang ballen ook grote knikkers kopen. Maar het is waar dat de dyna-band een langwerpige rubberlap is waaraan je kunt trekken. Bijvoorbeeld – goede oefening – met twee handen gestrekt achter je rug omlaag gaan en dan weer naar boven en over het hoofd naar beneden. Vervolgens een micropauze nemen om de bril te zoeken die door de dyna-band van het hoofd is gerukt.

Terwijl de fysiotherapeut aan de squidgie plukt, doceert ze. We moeten goed begrijpen dat al deze apparaten misschien wel aardig zijn, maar dan toch meer als smoesjes om de hand even iets anders te laten doen dan typen en muizen. Het zijn, zegt de fysiotherapeut, vooral de fanatieke werkers die rsi krijgen; de mensen die aan het scherm gekluisterd vol stress en spanning van de ene deadline naar de volgende pezen. Met een paar handoefeningen ben je er niet. Het gaat uiteindelijk om de beweging van het hele lijf. Wij, kantoortijgers en typegeiten, zouden vaker van onze plek moeten opstaan en bewegen. En actief zitten. Actief zitten? Zo rolt de `zitbal' het gesprek in. Inderdaad een bal om op te zitten en te koop in winkels voor ergonomische producten. Eigenlijk zouden we niet met de hand alleen moeten knijpen en kneden, maar met het hele `bewegingsapparaat'.

Aan de gekromde ruggen, hoge schouders en gespannen nekken van mijn collega's tijdens spitsuur te zien, is er nog een lange weg te gaan. Ontmoedigd doe ik balletjes, knijpveren en flubberdingen in de la. Straks krijg ik geen rsi en dan weet iedereen dat dat komt doordat ik geen fanatieke werker ben, maar iemand met bewegingsdrift die graag met van alles en nog wat speelt.