Schaubühne speelt Stella grimmig

Stella is jong maar heeft haar leven al geleefd. Treurig denkt zij terug aan `de gouden tijden van de jeugd en de liefde' en deze treurnis is het enige waar zij nog interesse, ja hartstocht voor opbrengt. Zo pendelt zij heen en weer tussen vermoeidheid en pathos en als alles haar te veel wordt valt ze stijlvol flauw. In de armen van Fernando bijvoorbeeld, die haar jaren geleden verliet en nu weer bij haar is. De weemoed om het verlies van hun prille geluk verbindt hen met elkaar en staat als een muur tussen hen in. Ze houden van wie ze waren en niet van wie ze zijn; ze zijn er en ze zijn er niet; het heden gaat aan hen voorbij.

De liefde in de Stella van regisseur Andrea Breth heeft iets ongeloofwaardigs en haar door Weltschmerz gemankeerde gelieven roepen wrevel op. Als Goethe dat eens had geweten! Goethe wilde juist sympathie voor zijn personages wekken. Voor Stella, dat fijnbesnaarde etherische wezen, en voor Fernando, vooral voor Fernando. Want Fernando met zijn verlangen naar vrijheid enerzijds en gebondenheid anderzijds leek sprekend op de auteur, die panisch was weggelopen van zijn verloofde. Om dat vluchtgedrag te rechtvaardigen maakte hij van Fernando een held vol Sturm und Drang, een dramatisch-verscheurde figuur.

De aarzeling tussen gaan of blijven breidde hij uit met de keuze tussen Stella of Cäcilie, Fernando's echtgenote. In een herberg ontmoeten de vrouwen elkaar. Daar ontwikkelen zij in plaats van jaloezie een zusterlijke solidariteit, want hun noodlot smeedt hen aaneen. En als de man die hen liet zitten dan eindelijk weer eens opduikt verwijten zij hem helemaal niks: ze prijzen hem samen de hemel in, wat Goethe moet hebben gestreeld. In Goethes eerste versie van Stella krijgt Fernando een magnifiek cadeau: hij mag béide vrouwen hebben.

Regisseurs houden zich doorgaans aan Goethes tweede versie, waarin de driehoeksverhouding leidt tot zelfmoord. Dat lijkt tragischer maar is het niet. In de zelfmoordversie zijn de problemen uiteindelijk opgelost terwijl ze in de doorleefversie waar Breth voor koos hoogstwaarschijnlijk zullen verergeren. Wie doorleeft zonder talent voor het leven stelt zijn zelfmoord alleen maar een tijdje uit.

Andrea Breth verpakt haar grimmige visie in haast zachtaardige beelden. Er is geen hectiek, geen herrie, geen bonje. Stil en ernstig bewegen Corinna Kirchoff (Stella), Michael König (Fernando) en Jutta Lampe (koninklijker dan de anderen en als Cäcilie ook iets krachtiger) over de bühne; hun gebaren zijn gracieus en vloeiend en tevens meestal traag en bedrukt, als die van slaapwandelaars gevangen in hun droom. Vage muziekjes, maanachtig licht en op de achtergrond een geheimzinnig landschap versterken dat surrealisme. Onmiskenbaar de stijl van de Berlijnse Schaubühne am Lehniner Platz. De stijl van Breths voorgangers Peter Stein en Luc Bondy: plechtig en delicaat, hogelijk esthetisch en niet van de straat. Naar binnen gekeerd toneel, vooral geïnteresseerd in de psyche.

Waarmee de Schaubühne zich van het woelige Berlijn heeft vervreemd. Het heden gaat een beetje aan de Schaubühne voorbij en zo bezien is Stella een gepaste afscheidsvoorstelling. Volgend seizoen nemen Thomas Ostermeier en Sacha Waltz de artistieke leiding van Andrea Breth over en een scheutje brutaliteit bij de inmiddels voorspelbaar-behoedzame vorm kan vast geen kwaad.

Holland Festival. Voorstelling: Stella, van J.W. von Goethe, door de Schaubühne am Lehniner Platz. Regie: Andrea Breth; decor: Arwed D. Gorella; muziek: André Werner. Gezien: 15/6 Stadsschouwburg, Amsterdam. Daar nog 17/6; Inl. (020) 530 71 11.