Patriarch keert terug naar Kosovo

Patriarch Pavle, het hoofd van de Servisch-orthodoxe kerk, wil zich in de Kosovaarse stad Pec vestigen. Elders slaan monniken en priesters op de vlucht.

Patriarch Pavle (84) van de Servische orthodoxe kerk acht de tijd rijp voor een dramatisch gebaar. De kerkvorst zal zich komende week vestigen in de kloosterkerk van Pec, zo maakte hij gisteren bekend. Een ultieme poging om de Servische exodus uit Kosovo tot staan te brengen.

Bisschop Artemije Radosavljevic (64) ontvluchtte gisteren juist zijn stad Prizren, met meeneming van ikonen, relieken en gouden bekers. Artemije acht het risico van Albanese represailles te groot, zo liet hij weten, ondanks garanties van de lokale UÇK-commandant Drini. Dinsdag zouden al vijf Servische burgers en een monnik zijn ontvoerd. Albanese betogers kieperden gisteren al het standbeeld van legendarische Servische keizer Dušan omver. Veertig man Duitse troepen met tanks beschermden nu het naburige orthodoxe noodklooster tegen aanslagen.

De Servische orthodoxe kerk heeft in het Kosovo-conflict een wisselende rol gespeeld. Bisschop Artemije kreeg vorig jaar in het Westen een goed pers door zijn kritiek op het geweld van de Servische ordetroepen in Kosovo en zijn pleidooien voor democratie. Hij noemde het zelfs ,,immoreel'' om Miloševic als garantie voor vrede op de Balkan te zien. In april veroordeelde patriarch Pavle de NAVO-bombardementen en stelde hij dat Serviërs het recht hadden zich te verdedigen. Maar Pavle beklemtoonde ook dat Albanezen het recht hebben op vrede.

In het begin van de jaren negentig wekte de Servisch-orthodoxe kerk de indruk de Groot-Servische aanspraken in Bosnië en Kroatië blindelings te steunen: nationalistische leiders bekeerden zich tot trouwe kerkgangers. Dat patriarch Pavle later voorop liep in de straatprotesten van 1996/97 had te maken met afkeer van Miloševic, die als een atheïstische crypto-communist wordt gezien en de Serviërs in Bosnië en Kroatië in Dayton aan hun lot overliet. Na het nieuwe debacle in Kosovo eisten de kerk deze week onverbloemd het aftreden van Miloševic.

De Albanezen in Prizren hebben van hun kant alle reden om de orthodoxe aanwezigheid te wantrouwen. De kerk was en is in Kosovo een instrument van het Servische nationalisme. In 1871 gaf het Ottomaanse Rijk toestemmingt om een Servisch-orthodox seminarie in de stad te vestigen. Dat ontwikkelde zich tot een centrum van Servische agitiatie. Toen de Serviërs in 1912 Kosovo veroverden, was het herstel van het patriarchaat van Pec als hoofdzetel van de kerk een belangrijk symbolisch gebaar.

In de jaren tachtig was de benarde positie van priesters en nonnen een hoofdmotief in de Servische agitatie tegen de autonomie van Kosovo. Albanezen zouden het oude gasthuis van het patriarchaat van Pec in 1981 in brand hebben gestoken; nonnen zouden bedreigd en verkracht worden door Albanese politiemensen.

Toen Miloševic in 1989 Kosovo inlijfde, vond de Servische dominiantie in Prizren uitdrukking in restauraties van orthodoxe kerken en kloosters en (bij Prizren) in grandioze plannen voor de wederopbouw van het paleis en het klooster van keizer Dušan (1308-1355), onder wie het Servische rijk zijn grootste expansie beleefde.

De kloosters van Decani en Pec worden nu omsingeld door UÇK'ers, Servische gezinnen zoeken bescherming bij de monniken. Volgens Artemije zijn er nog 40 priesters, 100 monniken en 50 nonnen in Kosovo.