Overpeinzingen bij het biljart

De wekelijkse biljartpartij in de soos werd niet alleen versjteerd omdat tijdens een feestje water op het laken terecht was gekomen maar ook omdat de deelneemsters, allen politiek angehaucht, met angst en beven het Kamerdebat over de aanleg van de Noord-Zuidlijn (ruim 2 miljard gulden) tegemoet zien – de metroverbinding tussen Amsterdam-Noord en het World Trade Centre in Amsterdam-Zuid. De biljartkeus werden opgeborgen en bij een glaasje aangelengde thee werden de bouwputten doorgenomen die als gevolg van de aanleg in de stad zullen verijzen. ,,Het Rokin zal bloeden.'' ,,Natuurlijk zullen woningen verzakken.'' ,,En wat te denken van de schade die wordt aangericht aan het Centraal Station.'' Na lezing van het artikel over de Noord-Zuidlijn in De Groene Amsterdammer rest de gedachte: hier wordt iets vreselijks verricht, vooral ook in financieel opzicht. Begin deze week werd bekend dat Amsterdam moet opdraaien voor alle extra kosten, wat nadelig zal uitpakken voor het vervoersnet boven de grond. De gemeente hanteert al jaren een politiek van voldongen feiten: ,,Inmiddels is immers aan voorbereiding van de Noord-Zuidlijn al een slordige 200 miljoen gulden uitgegeven. Met zo'n bedrag kun je gewoon niet meer terug, is de gedachte, de minister moet Amsterdam het geld wel geven.''

Een andere minister, die van Onderwijs, zou zijn licht eens moeten opsteken bij het hoofdstedelijke Montesssori-onderwijs. Het docentenkorps bijvoorbeeld blijkt ,,ten prooi te zijn gevallen aan een fundamentele crisis over aard en wezen van het Montessori-onderwijs'', meldt De Groene Amsterdammer. Verschil van mening over de manier waarop de kinderen tegemoet moesten worden getreden ,,leidde tot een grote ideologische scheuring'' die op haar beurt weer leidde ,,tot tafereeltjes die eigenlijk te gek voor woorden zijn.'' Welke die tafereeltjes waren, wordt helaas uit het verhaal niet duidelijk. Ook de uitspraak van voorzitter De Jongh van de Nederlandse Montessori Vereniging dat ,,in ons soort onderwijs toch speciale kwaliteiten zijn vereist'', vraagt om nadere uitleg. Hij pleit voor speciale commissies met speciale kwaliteiten die toezicht gaan houden op de Montessori-scholen. Dat is niet zonder risico want wanneer `eigen' mensen toezicht gaan houden blijft het toch een soort onderonsje. Voorbeelden daarvan geeft Elsevier in een artikel over bijklussende ambtenaren. Zo zit Ad Geelhoed, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Algemene Zaken, in het bestuur van Rand Europe, een stichting die als `onafhankelijk adviseur' betrokken was bij studies naar onder meer de Betuwelijn. ,,De positie van Geelhoed (...) bij Rand Europe levert de figuur op van iemand die zijn adviseurs adviseert. Wat is dan nog de waarde van de adviezen waarvoor de ministeries miljoenen guldens betaalden? Het riekt naar politieke incest'', aldus Elsevier.

Daarin komt ook oud-staatssecretaris J. Kohnstamm (D66) aan het woord. Hij doet uitspraken waar vroeger vooral het CDA patent op had. Kohnstamm is bijvoorbeeld ,,vreselijk tegen het raadplegend referendum maar ik weet ook dat er nooit nog een bestuurder zal zijn die het niet als bindend zal ervaren. We noemen het raadplegend maar natuurlijk is het bindend.'' En D66-stemmers nog maar steeds denken dat vertegenwoordigers van deze partij van een ander kaliber zijn dan – ja, dan wie eigenlijk? Hij wil erg graag burgemeester van Utrecht worden ,,omdat het de vierde stad van het land is en omdat D66 sinds dertig jaar de vierde partij van het land is.'' Wat een geluk voor Kohnstamm dat na de Nacht van Wiegel geen vervroegde verkiezingen zijn uitgeschreven, want dan zou D66 wellicht als vijfde partij, of erger, uit de bus gekomen zijn en hoe zou zijn motivering over het burgemeesterschap van Utrecht dan geluid heben? ,,Het is geen conditio sine qua non dat de grote partijen burgemeesters voor grote steden leveren. Het kan juist heel verfrissend zijn daar iemand van een kleine partij te benoemen omdat die ...''