`Liever allemaal eigenaar dan partners en slaven'

Adviesbureau Berenschot heeft zijn aandelen verkocht aan de werknemers. Die hebben nu allemaal voordeel bij de groei van het bedrijf.

What's in it for me? Opties hebben de cultuur van bedrijven veranderd – ook die van bedrijven die niet aan de beurs zijn genoteerd. Vroeger zeldzaam, nu normaal: werknemers die zeggen dat de waardevermeerdering van de onderneming aan hén te danken is en zich afvragen wat zij er zelf beter van worden.

Adviesbureau Berenschot kreeg er ook mee te maken. Directievoorzitter René Kottman: ,,De mensen hier zijn bereid om heel hard te werken. Maar tot voor kort hadden we voor hen niet meer in de aanbieding dan leuke collega's en een fantastische sfeer.''

En dat is te weinig. De concurrentie op de arbeidsmarkt is zo groot dat Berenschot wat moest doen om aantrekkelijk te blijven voor de mensen die ook naar KPMG kunnen, of naar PriceWaterhouseCoopers. ,,En we groeien hard'', zegt Kottman. ,,Vorig jaar hadden we 150 nieuwe mensen nodig.''

Bij andere bureaus hebben werknemers het vooruitzicht om later, als ze goed zijn, partner te worden. Bij Berenschot is wat anders bedacht: een employee buy-out. Alle werknemers mochten tot een maximum van 15 procent van hun jaarsalaris aandelen kopen. En het management móest aandelen kopen, om betrokkenheid te tonen.

,,Betrokkenheid'', zegt directeur bedrijfsleven Chris van den Berg, ,,is één van onze belangrijkste kapitaalgoederen.''

Waarom koos Berenschot niet voor een partnerstructuur?

,,Strijdig met onze cultuur'', zegt Kottman. ,,Het past niet bij ons om partners te hebben die er bot gezegd met de winst vandoor gaan en de slaven onder zich het werk laten doen.''

Ander bezwaar: ,,Partners worden meestal niet gekozen omdat ze zo goed kunnen managen. Maar ze moeten het wel doen. En dan zit je met mensen die er niks van kunnen en toch de baas spelen.''

Een beursgang is geen oplossing voor een adviesbureau, want waarom zouden beleggers geld steken in een bedrijf dat niets maakt en niets tastbaars bezit. ,,De goodwill'', zegt Van den Berg, ,,loopt hier door de gang.''

Dus toen werd het dit. Het geld voor de investering konden de werknemers lenen bij ING. Het jaarlijkse dividend – is afgesproken – zal in principe hoog genoeg zijn om de rentelasten te dekken.

Zijn de werknemers van Berenschot nu allemaal de baas? Nee. De aandelen zijn gecertificeerd, de zeggenschap is ondergebracht bij de Stichting Berenschot Beheer. En zomaar kopen of verkopen mogen de werknemers ook niet. ,,Dat zou kunnen leiden tot al te calculerend meedeinen met de resultaten'', zegt Kottman. Verkopen kan twee keer per jaar, maximaal 20 procent van het pakket, tegen een waarde die gebaseerd is op het nettorendement van Berenschot over de laatste drie jaar. En niet aan buitenstaanders.

Wat is er nu veranderd bij Berenschot?

Van den Berg: ,,Als iemand iets nieuws wil ontwikkelen, dan vragen de anderen eerder of het rendement gaat opleveren.''

Kottman: ,,Toen de resultaten over het eerste kwartaal nog hoger bleken dan verwacht, ging er in de gangen gejuich op.''

En wordt er strenger gelet op de prestaties van het management? (Als zij miskleunen, kost het iedereen rechtstreeks geld.)

Kottman: ,,Er wordt meer op ons gelet, maar dat is helemaal niet erg. We moeten ons toch verantwoorden? We moeten het toch goed doen?''