Jorritsma wil proefboringen

Minister Jorritsma volgt met haar compromisnota over proefboringen naar gas in de Waddenzee het beleid van haar voorgangers. Maar ze houdt ook handig rekening met de uitspraken van de bestuursrechter in Leeuwarden.

Of minister Jorritsma haar voornemen om proefboringen naar aardgas in de Waddenzee toe te staan kan uitvoeren, blijft onder de huidige politieke verhoudingen ongewis.

De kwestie bezorgt Paars II hoofdpijn, want de minister van Economische Zaken staat voor de exploratie en exploitatie van een grote hoeveelheid gas die de staat ten minste tien miljard gulden aan inkomsten kan bezorgen. Maar een fors deel van het kabinet is tegen, evenals de coalitiepartijen PvdA en D66. Daar komt oppositiepartij CDA bij, die een ommezwaai van 180 graden heeft gemaakt.

Jorritsma volgt in grote lijnen het beleid van haar voorgangers Andriessen (kabinet Lubbers IV) en Wijers (Paars I), maar houdt ook handig rekening met de uitspraken van de bestuursrechter in Leeuwarden.

Die wil voorlopig één proefboring toestaan om de Nederlandse Aardolie Maatschappij in Assen de kans te geven te bewijzen dat er daardoor geen nadelige effecten voor de natuur en het milieu optreden. Uit een oogpunt van consistentie van beleid is dat ook voor de Tweede Kamer een factor van gewicht.

De NAM, een dochtermaatschappij van Shell en Esso die een concessie voor de winning van het Waddengas heeft, reageert verheugd op de berichten over een op handen zijnde kabinetsbeslissing om proefboringen toe te staan. ,,Als het waar is kunnen we daar verder mee'', aldus woordvoerder Frank Duut.

Maar voor de opvattingen van de dwarsliggende fracties in de Tweede Kamer heeft hij geen goed woord over. ,,Wij zijn verbijsterd en verrast over het zwart-wit-denken van de Kamerleden, na alle informatie die hierover, ook uit wetenschappelijke hoek, beschikbaar is gekomen. Als er ook maar uit één objectieve studie zou blijken dat er schade aan natuur en milieu zou optreden door de boringen en de gaswinning, dan zouden wij er niet aan beginnen, wij zijn ook Nederlandse burgers'', aldus Duut.

De Kamermeerderheid ,,verliest zich'' volgens de NAM ,,in dogmatische non-redenen om de boringen tegen te houden en lijkt ,,een unieke kans te missen om de belangen van natuur, milieu en economie te verenigen''.

In de concessies van de NAM voor Groningen en Noord-Friesland mag in de Waddenzee op zes plaatsen een (tijdelijke) proefboring worden verricht. Bij een uiteindelijke weigering door het kabinet zullen er zeker financiële claims volgen, zo heeft de NAM herhaaldelijk bevestigd.

In haar jongste ramingen gaat de NAM uit van een reserve van 70 tot 170 miljard kubieke meter aardgas onder de hele Waddenregio (inclusief de Noordzee-kustzone ten noorden van de Waddenzee). ,,Als we nu op een bescheiden gemiddelde van 100 miljard kuub gaan zitten, is dat een belangwekkende hoeveelheid waarmee we de Nederlandse gasstroom op gang houden. Dat volume is goed voor acht jaar huishoudelijk verbruik in Nederland. Het gaat dus om een groot maatschappelijk belang.''

Van de opbrengst gaat 80 tot 85 procent naar de schatkist, via het staatsaandeel in de gaswinning en belastingen. Dat komt neer op zo'n 10 miljard gulden. Voor de aandeelhouders van de NAM (Shell en Esso) blijven er ,,enkele miljarden'' over, schat de NAM.

Proefboringen veroorzaken geen bodemdaling, maar de winning van het aardgas kan dat wel veroorzaken zoals onder andere op het grote Slochterenveld in gebleken. Uitgangspunt voor de NAM is dat bodemdaling in de Waddenzee geen onomkeerbare schade mag veroorzaken. Onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek in opdracht van de maatschappij verricht, toont aan dat bodemdaling in de Waddenzee gecompenseerd wordt door de natuurlijke dynamiek van opslibbing en zandafzetting. Dat is bij de jarenlange gaswinning onder Ameland-Oost gebleken. Het onderzoek werd verricht door het Instituut voor Bos- en Natuurkundig onderzoek (Ibn), het Nederlands Instituut voor onderzoek der zee (Nios), Fryske Gea (de Friese natuurbeschermingsorganisatie op Ameland), de Rijksuniversiteit van Utrecht en het Waterloopkundig laboratorium. De conclusies zijn door een onafhankelijke groep van wetenschappers getoetst en juist bevonden. Die groep bestond uit prof. Verruijt van de Technische Universiteit Delft, prof. Roeleveld van de VU, prof. De Vriend van de TU Twente en prof. Wolff van de Rijksuniversiteit in Groningen.