IRAN

In Iran wonen ongeveer acht miljoen Koerden, van wie het grootste deel in het noordwesten. In de chaos die op de Eerste Wereldoorlog volgde, grepen Koerdische stammen de kans zich autonoom te maken. De strijd kende een hoogtepunt, toen in 1926 een Perzische prins uit de afgezette Qajardynastie vanuit Irak een opstand ontketende in Iraans Koerdistan. Daaraan kwam een einde in 1926/1927 toen de nieuwe sterke man van Iran, Reza Pahlavi, met een modern nationaal leger de tribale strijdkrachten bedwong. De Koerdische nomaden werden gedwongen zich blijvend te vestigen in dorpen in een centraal deel van Iran.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Iran verdeeld in een Brits-Amerikaanse zone in het zuiden, een Sovjet-zone in het noorden en een centrale neutrale zone onder Teheraans gezag. In Koerdistan viel West-Azerbajdzjan onder Sovjet-gezag, Kermanshah onder Brits gezag en het deel rond Mahabad in de centrale zone.

In 1942 richtte een groep Koerden in Mahabad de Komalaye Jiani Kurdistan (Comité voor de Wedergeboorte van Koerdistan) op, met als voorman de religieuze leider Qazi Mohammed. De invloed van dit comité breidde zich (ondergronds) snel uit. In 1945 ging het op in een bredere Koerdische Democratische Partij. Op 22 januari 1946 werd Qazi Mohammed in Mahabad tot president van de eerste Koerdische republiek uitgeroepen. Hij eiste van de centrale regering in Teheran vergaande regionale autonomie. De Iraanse premier Qavam verklaarde dat dit alleen kon gebeuren na vrije verkiezingen onder leiding van Iraanse troepen. Onder dat voorwendsel trokken in december 1946 Iraanse troepen Koerdistan binnen. Qazi Mohammed werd ter dood veroordeeld en gebracht. Koerdistan bleef verdeeld over vier Iraanse provincies.

In 1961 brak in buurland Irak een opstand uit onder de Koerden, onder leiding van Mulla Mustafa Barzani. De Iraanse regering wist Barzani zover te krijgen zijn Iraanse bondgenoten tot rust te manen in ruil voor Irans steun aan het Koerdische verzet in Irak. Eind jaren zestig leefde echter in Iran de weerstand weer op tegen het regime. De KDPI kwam onder leiding van radicalen, die op congressen in 1971 en 1973 besloten tot gewapend verzet met Koerdische autonomie als doel.

Na de val van het sjah-regime in 1979 kon de KDPI openlijk als partij functioneren. Inmiddels was de Islamitische Revolutie in volle gang. Veel Koerden, van wie de meerderheid sunnieten zijn, verzetten zich tegen deze totalitaire shi'itische beweging, waarop de KDPI opnieuw werd verboden. In april 1980 kondigde de Iraanse regering een economische blokkade van de Koerdische gebieden af.

Toen in september 1980 de Iraans-Iraakse oorlog uitbrak, legerde Iran troepen in Koerdistan. De Koerden verzetten zich en het lukte de KDPI in de bergen enkele `bevrijde zones' in te stellen. Bagdad steunde de Iraanse Koerdische rebellen en de KDPI kon haar centrale hoofdkwartier dicht bij de grens in Irak vestigen. Teheran steunde daarentegen de Iraakse KDP. Het kwam verscheidene malen tot bloedige conflicten tussen deze aanvankelijk zo met elkaar verbonden groepen.

Na de dood van Khomeiny zocht KDPI–leider Ghassemlou contact met Teheran. Via bemiddeling van de Weense universitaire docent en Koerd dr. Rasoul kwam het tot een gesprek tussen Ghassemlou en twee Iraanse diplomaten. Tijdens deze ontmoeting op 13 juli 1989 werden Ghassemlou, een medewerker en bemiddelaar Rasoul doodgeschoten. In 1992 werd in Berlijn de opvolger van Ghassemlou tijdens een soortgelijke ontmoeting vermoord. De Iraanse regering ontkende elke betrokkenheid bij de aanslagen, die vrijwel zeker door de Iraanse geheime dienst werden uitgevoerd. Sindsdien is de KDPI verzwakt en de rust in Iraans Koerdistan weergekeerd.