Ilja Leonard Pfeijffer wint C.Buddingh'-prijs op Poetry

Poëzie is geen wedstrijd, meende Adriaan Roland Holst. De Prins der Dichters zou zich in zijn graf omdraaien als hij hoorde van het woensdagavondprogramma van Poetry International. In de Kleine Zaal van de Rotterdamse Stadsschouwburg versloeg Ilja Leonard Pfeijffer drie concurrenten in de strijd om de C.Buddingh'-prijs voor Nieuwe Nederlandstalige Poëzie; waarna in een belendend café vijf jonge dichters deelnamen aan een `poetry slam', compleet met quizmaster en publieksjurering.

De traditioneel op Poetry uitgereikte Buddingh'-prijs was dit jaar een partijtje Holland-België. Twee Vlamingen, Paul Demets en Jan Lauwereyns, en twee Leidenaars, Paul Marijnis en Ilja Pfeijffer, lazen om beurten voor uit hun debuten, en kregen daarna door Willem Jan Otten onder andere de `narcosevraag' voorgelegd (`van welke dichter ligt het werk je op de lippen als je ontwaakt'). Bij Lauwereyns, die in zijn Nagelaten sonnetten experimenteert met `gedichten die niet snel van toepassing willen zijn', gebeurde dat per telefoon, omdat hij in het dagelijks leven als apenhersenonderzoeker werkt in Tokio.

De verschillen tussen de dichters werden al gauw duidelijk: Lauwereyns en Demets (De papegaaienziekte) schrijven ingetogen poëzie die zich moeilijk oraal laat toedienen. Marijnis, die Otten ervan verzekerde dat hij in zijn bundel Gillette ,,geen abstracta als liefde en eeuwigheid'' gebruikt, speelde op het publiek met komische gedichten over paddestoelen en een buldog. En de rondborstige Pfeijffer hield ongeveer het midden door een `Korinthische ode' met veel verwijzingen naar de Bijbel af te wisselen met een cabareteske monoloog van een yup uit de jaren negentig. Hij kreeg de prijs (2500 gulden plus een Parker-`millenniumpen') voor zijn bundel Van de vierkante man en werd geprezen om zijn `verve, lef en sprezzatura'.

Met 31 jaar is Pfeijffer de jongste van de debutanten die de afgelopen elf jaar de Buddingh'-prijs hebben gewonnen. De echte jonkies waren even later te zien op de Poetry Slam in Café Floor. Onder leiding van een Amerikaanse ceremoniemeester traden de Nederlandse dichters Hagar Peeters en Ruben van Gogh aan tegen drie Duitse collega's. De slam is ooit begonnen als een door dj's verlevendigde afvalrace in meerdere ronden, maar kwam in Rotterdam neer op een klassiek avondje performance-poëzie in de traditie van de Beat Poets en de punkdichters. Het enige verschil was de rol van zes geselecteerde toeschouwers, die na afloop van elk optreden bordjes met cijfers mochten ophouden.

Ze deden hun best, Hagar Peeters (die onder meer het titelgedicht van haar debuut Genoeg gedicht over de liefde vandaag rapte) en Ruben van Gogh (,,weer gedichten zonder seks, maar let u vooral op de vrouwelijke rijmvormen''). Maar met een 7 en een 6,5 gemiddeld legden ze het af tegen de klank- en ritmegedichten van de veel ervarener Duitsers (7,5; 7,8; 8,3). Anders dan Holland-België eindigde Nederland-Duitsland in een afgetekende nederlaag.

Vanavond in de Grote Zaal van de Rotterdamse schouwburg een programma met IJslandse dichters.