`Ik vind het altijd jammer als ze gaan rennen'

Er werken dit seizoen meer illegale Polen dan ooit aan het binnenhalen van de aspergeoogst. De arbeidsinspectie haalt de Polen van de velden.

,,Ze staan al te steken. Het zijn er een kleine dertig.'' Inspecteur Jos Hermans van de arbeidsinspectie is voordat hij voor de briefing naar het politiebureau van Roermond ging, nog even stapvoets langs het aspergeveld gereden waar om zeven uur, tijdens de ochtendsteek, de actie plaats zal gaan vinden. Stil staan zou te opvallend zijn geweest. Dan zouden de dertig illegale Polen die op dat veld asperges staan te steken er misschien lucht van krijgen dat de arbeidsinspectie, de vreemdelingendienst en de politie ze korte tijd later van het veld zal halen.

De leider van `de controle', rechercheur Heinz Peuten van de vreemdelingendienst, neemt nog even het draaiboek van de actie door. Weken voorbereiding zijn er in gaan zitten en ruim twintig mensen zijn betrokken bij de actie. ,,We houden het in eerste instantie laagdrempelig, jongens'', zegt Peuten terwijl hij portofoons uitdeelt. Twee gewone auto's zullen van verschillende kanten het perceel oprijden en met de vier man die daarin met twee tolken zitten, wordt geprobeerd alle illegale werknemers op te vangen.

Eén personenauto zal op een brug gaan staan waar het hele aspergeveld en dus de bewegingen van de Polen kunnen worden overzien. ,,Ik verwacht dat ze wel in de richting van de bosschage in het midden van het veld zullen rennen en vandaar over een pad gaan naar de boerderij waar ze slapen'', legt Peuten uit. Twee auto's moeten zich daarom strategisch opstellen op de twee straten die langs het veld lopen om ,,weglopende illegalen de doorgang te beletten'', zoals het in het draaiboek staat.

Het is zeven uur en alles gaat precies zoals Peuten het een half uur eerder schetste: als de twee auto's het veld oprijden, laten de Polen op het veld hun zilverkleurige bakjes, half gevuld met asperges, uit de handen vallen en hollen naar het bosje. Tien jonge Polen zien dat rennen zinloos is en laten zich gedwee naar de weg dirigeren. Op hetzelfde moment komt daar een busje van de marechaussee aangereden en vijf minuten later is de eerste groep al onderweg naar het politiebureau. Hier en daar sprinten op dat moment nog illegale Polen kriskras tussen de aspergebedden. ,,Ik vind het altijd zo jammer als ze gaan rennen'', zegt Peuten. Het geeft zijn actie iets van een razzia, terwijl het juist de bedoeling is om rustig en met zo min mogelijk mensen de illegale werknemers op te pakken. Negentien Polen worden opgepakt – ,,een mooie score''.

In het politiebureau leidt een spoor van zand naar de kantine. Daar zitten de Polen lachend achter de koffie. Ze zijn tussen de achttien en vijfentwintig jaar. Eén vraagt zich af of hij nu tijdig in Polen terug kan zijn voordat de Paus daar vertrekt. Ze zijn inmiddels met z'n twintigen: om acht uur ging iemand van de vreemdelingendienst nog even in het bosje kijken en daar rende opeens een Pool uit.

Alle twintig hebben ze hun naam en hun adres in Polen op een briefje geschreven. José Seuren en Thijs van der Sterren van de vreemdelingendienst `kloppen' ze in in het VAS, het Vreemdelingen Administratie Systeem. Als de naam van de opgepakte Pool daar niet in voorkomt is het een `first offender' en krijgt hij een opvallende sticker in zijn paspoort. De vreemdeling wordt dringend verzocht het land binnen 24 uur te verlaten, maar de ervaring leert dat de meesten een dag later weer asperges staan te steken.

,,Bingo!'' zegt Seuren opeens. Ze heeft een recidivist te pakken. De man is bij een controle in mei 1996 bij dezelfde werkgever ook al opgepakt. Voor deze en andere `second offenders' heeft de vreemdelingendienst al een bus geregeld die ze dezelfde week nog naar Polen zal brengen.

Volgens hoofdinspecteur Jan Blok van de arbeidsinspectie is de situatie dit jaar uitzonderlijk slecht, reden waarom zijn dienst alarm heeft geslagen bij minister De Vries van Sociale Zaken. Niet alleen lijken er meer illegale Polen dan ooit te zijn, ook beperken de Polen zich niet langer tot acht weken aspergesteken. Sommigen werken van maart tot november in Nederland. Ze beginnen met het opbinden van fruitbomen en belanden via asperges, kersen, komkommers en tomaten als betonvlechters in de bouw.

Waar het de vreemdelingendienst vooral om de illegale werknemers is te doen, is de arbeidsinspectie eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in de werkgever. De meeste telers doen het volgens het boekje, maar er blijven er genoeg die aangepakt moeten worden. Zo ook de teler die vandaag zijn Polen is kwijt geraakt. In 1996 en 1997 was hij ook al in overtreding. Toen was de boete eerst 2.000 en later 4.000 gulden per Pool. Nu zal dat waarschijnlijk 5.000 zijn, totale boete dus één ton. Maar voordat hij dat geld betaalt, zal hij zich eerst proberen te verschuilen achter een papieren bedrijf dat foute telers tussen hen en hun werknemers hebben gezet. Die brievenbusfirma van een in Polen wonende Nederlander, heeft 1.200 Polen in dienst en `koopt' hele aspergeoogsten. Bij een inval schuift de werkgever dan de schuld op de onbereikbare Nederlander in Polen. Die levert hem bovendien snel nieuwe Polen.

Na de actie is elke dag gecontroleerd of er nog mensen op het aspergeveld stonden. Niemand: de teler lijkt de rest van zijn oogst te hebben afgeschreven. ,,Maar deze actie komt eigenlijk te laat voor deze werkgever'', zegt een inspecteur van de arbeidsinspectie, ,,want het aspergeseizoen is al bijna afgelopen.''