Hunde, wollt ihr ewig leben?

Er bestaan verschillende varianten van, want het is een soort Belgenmop, maar ze komen allemaal op hetzelfde neer. Iemand moet het levensbericht schrijven van een bekende Belgische generaal die een schitterende carrière heeft gemaakt, maar helaas op de eerste dag van de oorlog door een onhandigheid krijgsgevangen is gemaakt, zodat aan deze fraaie loopbaan een abrupt en weinig glorievol einde is gekomen. De biograaf beschrijft zijn levensloop en vat het hele verhaal ten slotte samen in de volgende onvergetelijke woorden: ,,Bref une carrière militaire brillante, malheureusement interrompue par la guerre''.

Het zijn woorden waaraan je bij de laatste Balkanoorlog wel eens moest denken, want het leek wel alsof alles erop was gericht om te voorkomen dat geallieerde militaire carrières onverhoopt zouden worden afgebroken door de oorlog. En met succes, want er is aan NAVO-zijde niemand gesneuveld. Er wordt zelfs met enige nadruk op gewezen dat de paar doden die te betreuren vielen, zijn omgekomen als gevolg van een ongeluk en niet van een gevechtshandeling. Waarom dit zo'n bijzondere reden tot tevredenheid is, is overigens niet helemaal duidelijk. Om dit doel te bereiken was het nodig de oorlogvoering van NAVO-zijde te beperken tot luchtaanvallen. Over de juistheid van deze strategie bestond begrijpelijkerwijs nogal wat twijfel, want het stond bepaald niet vast dat deze succesvol zou zijn. Als Miloševic de gewetenloze schurk à la Hitler was waarvoor de NAVO-propaganda hem hield, dan zou hij zich immers net als Hitler (en Sadam Hoessein, die andere demon) van het lijden van zijn volk niets aantrekken, maar doorvechten tot het bittere einde. Soms werd ook wel opgemerkt dat de geschiedenis leert dat een oorlog nooit uitsluitend door luchtaanvallen kan worden gewonnen. Dat is niet juist. Om te beginnen is er op zijn minst één belangrijke uitzondering op deze regel, namelijk de Tweede Wereldoorlog in Azië. Die werd beslecht door twee atoombommen en volgens velen was dat er zelfs een teveel. Maar je kunt op dit gebied helemaal geen lessen ontlenen aan de geschiedenis, omdat deze oorlog een heel ander soort oorlog was dan de voorafgaande. Je kunt je zelfs afvragen of het eigenlijk wel een oorlog was. Er gebeurden in feite twee dingen. De Joegoslavische regering en haar troepen keerden zich met grof geweld tegen de Kosovaren die zij verjoegen, vervolgden en voor een deel vermoordden. Aangezien de Kosovaren ook inwoners van Joegoslavië zijn, was dat eigenlijk geen oorlog maar, naar goed Nederlands gebruik, een `politionele actie'. De Serviërs waren in dit conflict bijna onkwetsbaar en de Kosovaren vrijwel machteloos. Toen intervenieerde de NAVO en daarmee werden de rollen omgedraaid, want nu waren de Serviërs op hun beurt machteloos, terwijl de NAVO-landen ongestoord en onbereikbaar voor represailles duizend miljoen bommen en granaten op Joegoslavië gooiden. Duizenden Joegoslaven stierven, maar geen inwoner of soldaat van een NAVO-land werd gedood of gewond.

Opmerkelijker echter dan dit gebruik van geweld was nu juist de beperkte omvang ervan. De bombardementen werden immers zeer bewust tot bepaalde doelen beperkt (al ging hierbij wel eens iets mis). Dit is zo'n groot verschil met de Tweede Wereldoorlog dat iedere vergelijking zinloos is. Inderdaad capituleerde Hitler zelfs niet toen Hamburg en Dresden van de kaart waren geveegd, maar niemand zal toch geloven dat Miloševic ook zou hebben doorgezet als Belgrado was vernietigd. Het punt is nu juist dat dit helemaal niet is gebeurd of zelfs maar overwogen. Het parool was immers dat de burgerbevolking moest worden ontzien. Dit was een kwestie van humanitaire, maar vooral ook van politieke en propagandistische overwegingen. De redenering was dat de NAVO geen oorlog voerde tegen het Joegoslavische volk, maar tegen het regime van een misdadige dictator. Dit onderscheid werd in de Tweede Wereldoorlog ook wel gemaakt, maar er werden toen heel andere consequenties aan verbonden. Stel je voor dat de geallieerden zich in de Tweede Wereldoorlog ook hadden gehouden aan dit soort beperkingen en dat, als dertig Duitse professoren 's nachts ,,als menselijk schild'' op een brug in Berlijn of Keulen waren gaan zitten, die steden niet gebombardeerd mochten worden! Dan zou het een heel andere oorlog zijn geworden. Maar dat gebeurde niet. Daarom kan ook beslist niet van een `totale oorlog' worden gesproken, zoals het hoofdartikel van deze krant van 10 juni deed. De Tweede Wereldoorlog was een totale oorlog, deze oorlog was dat niet.

Vergeleken bij de Tweede Wereldoorlog is deze vorm van beperkte oorlogvoering een nieuw verschijnsel, maar op wat langere termijn gezien is hij dat niet. Het gaat eerder om een terugkeer naar vroeger tijden, toen het onderscheid tussen combattanten en non-combattanten nog van betekenis was. Zelfs tijdens de Eerste Wereldoorlog was dat nog het geval. Pas met Goebbels en de `totale Krieg' is dat onderscheid officieel afgeschaft.

Dit geldt ook voor het streven de eigen soldaten zo weinig mogelijk in levensgevaar te brengen. Dit heeft nogal wat aandacht getrokken en is vaak beschreven als een nieuw verschijnsel, dat een gevolg zou zijn van veranderingen in de samenleving (kleine gezinnen, het hedonisme van de welvaartsmaatschappij). Er klonk in deze observaties soms ook een zekere kritiek door. Het soldatenleven veronderstelt nu eenmaal dat het ooit (`malheureusement'!) kan worden onderbroken door oorlog en de soldaten moeten daarover niet zeuren. Dat deden hun collega's vroeger ook niet.

Het is de vraag of dat zo is. Het lijkt mij eerlijk gezegd niet erg waarschijnlijk dat soldaten vroeger met meer enthousiasme hun leven gaven. Het lijkt mij eerder aannemelijk dat de meesten er, net als Karel van het Reve, altijd ontzettend tegenop hebben gezien om te worden doodgeschoten. Over deze houding werd ook vroeger al geklaagd. Van Frederik de Grote is bekend dat hij zijn garde, toen die aarzelde in de slag bij Kolin, toesnauwde: ,,Hunde, wollt ihr ewig leben?''

Het gaat dan ook in feite om iets anders, niet om de bereidheid van soldaten om te sneuvelen, maar om de bereidheid van regeringen op grote schaal soldatenlevens op te offeren. Die bereidheid is pas ontstaan na de Franse Revolutie en de daarmee gepaard gaande invoering van de dienstplicht. Door de dienstplicht ontstonden de moderne massalegers. Paradoxaal genoeg waren het juist die medeburgers met wier levens de generaals zo zorgeloos plachten om te gaan. De Eerste Wereldoorlog is hiervan het beruchtste voorbeeld.

Vroeger ging het anders. Toen beschikten de regeringen uitsluitend over huurlegers. Oorlog voeren was een kwestie van geld. De bekende leuze: ,,Geen geld, geen Zwitsers'' herinnert nog hieraan. Soldaten waren een schaars goed waarmee zuinig moest worden omgesprongen. Nu is dat ook weer het geval en wordt er dus ook weer zuiniger met hun levens omgegaan. Dit lijkt mij eerder een positieve dan een negatieve ontwikkeling.