Fossielen op het droge

Geen gewoner gezicht dan schelpen op het strand. Maar de kenner ziet in de massa weekdierskeletjes welke van pas gestorven diertjes zijn en welke oud zijn. Echt oud: van 20.000 tot vijftig miljoen jaar.

Toen de laatste mammoeten door Nederland liepen, rustte ergens op de zeebodem de kleine schelp die nu naast mijn toetsenbord ligt en die twee uur geleden nog bij paal 96 was te vinden. Als leek denk je dat alle schelpen tussen Cadzand en Rottummerplaat herinneren aan recente sterfgevallen. Maar experts melden dat van de 850 soorten schelpen aan de Nederlandse kust er zeker 450 behoren tot soorten die zijn uitgestorven, dat schelpen van een paar miljoen jaar oud vooral in Zeeland voor het oprapen liggen, en dat de gemiddelde schelp ten noorden van Hoek van Holland toch gauw een paar duizend jaar oud is. Een van die experts is Freddy van Nieulande, die op 26 juni samen met Peter Moerdijk op Walcheren een eendagscursus zoeken en determineren zal geven. Zijn simpelste tip ter bepaling van de leeftijd is om de schelp voor een zaklantaarn te houden. ,,Als er licht door valt is hij hooguit een paar duizend jaar dood. Maar na tien- à twintigduizend jaar wordt de prismatische structuur van het materiaal omgezet in een lamellenstructuur, en daar komt geen licht door.'' (De regel gaat niet op bij pectinidae, zoals de wijde mantel en de bonte mantel, waar de lamellenstructuur pas na vijf miljoen jaar optreedt.) Twee schelphelften van nabij paal 97 die nog prachtig aan elkaar zitten en dus niet oud kunnen zijn, laten een lichtbundel inderdaad vrijwel ongehinderd passeren.

Dat de oudste schelpen van Zuid- en Noord-Holland hooguit 20.000 jaar oud zijn, komt volgens Van Nieulande door de afwezigheid van rivieren die oude zeebodemafzettingen open schuren, zoals de Schelde dat doet. ,,De meeste fossiele schelpen vind je nu bij Borssele, op een strandje dat de Kaloot heet, vlak bij een diepe geul. Maar dat duurt niet lang meer, daar komt waarschijnlijk een nieuwe containerhaven en dan spoelt er niets meer aan. Het kan ze niet schelen dat er een heel stuk natuurhistorie verloren gaat. Ook aan het Zwin is veel te vinden. Megacarditas van tussen de veertig en vijftig miljoen jaar, de oudste schelpen van onze kust, komen daar massaal voor.''

Anders dan je in deze vervuilde tijden zou verwachten, neemt het aantal soorten niet af, al zijn er twee uitzonderingen. De meeste schepen worden tegenwoordig ingesmeerd met giftige verf om aanhechting van zeedieren te verhinderen en daardoor sneller te kunnen varen zodat de economie beter functioneert. Gevolg is ook dat de mannetjeswulken en purperslakken abnormaal grote geslachtsdelen krijgen en zich niet meer kunnen voortplanten, nog los van het probleem dat het gros van de vrouwtjes ook penissen ontwikkelt. Beide soorten zijn verdwenen uit de Nederlandse wateren, al zullen hun schelpen nog tienduizenden jaren aanspoelen. Verder signaleert Van Nieulande een daling van de aantallen schelpen: ,,Dat komt door vervuiling en de overbevissing. Kotters gaan met lange kettingen over de zeebodem en die trekken alles kapot. De grote schelpen kunnen de dans nog wel ontspringen. Maar jong broed kan dat geweld niet hebben. Ze krijgen zoveel gewicht over zich heen dat de schelpjes verpulverd worden in de modder.''

Daar staat tegenover dat de vijf soorten scheermessen op onze kust rond 1978 gezelschap kregen van een Amerikaanse soort, vermoedelijk meegekomen met ballastwater, die nu superdominant is en vaak in enorme pakketten op het strand ligt. Dat meldt paleontoloog Frank Wesselingh van het museum Naturalis in Leiden. Beter nieuws is dat Naturalis plannen ontwikkelt voor cursussen schelpdeterminatie, en dat er nu al een collectie valt te raadplegen met zeker 95 procent van alle Nederlandse soorten. En ook zonder een flauw idee te hebben van de namen van gevonden schelpen, valt er veel van ze te leren. Wesselingh raadt aan onder meer te letten op de ronde gaatjes die boorsponzen en roofslakken maken om bij hun lunch te komen. ,,Veel schelpen vertonen sporen van braak en reparatie. Let ook op of er geknipte breuken zijn te zien, alsof een kind van drie met een schaar is bezig geweest. Dan weet je dat er krabben zitten.''