Een dag te vroeg naar huis terug

Terwijl Servische troepen zich terugtrekken uit Kosovo, gaat het moorden door. Dinsdagochtend nog executeerden Servische soldaten Kadri Koliqi voor de ogen van zijn dertienjarige dochter Adile. Kadri Koliqi had met het Kosovaars Bevrijdingsleger een jaar lang gevochten voor onafhankelijkheid. Om het geweld te ontvluchten hadden Koliqi en zijn vijf kinderen zich vanaf 20 maart schuilgehouden in het Berisha gebergte.

Dinsdag maakte Koliqi de fout samen met zijn kinderen de schuilplaats te verlaten om terug te keren naar hun huis in het dorpje Obrinje. Hij verkeerde in de veronderstelling dat de aanwezigheid van NAVO-troepen een garantie vormde voor een veilige terugtocht. Met een geweer om zijn schouder en een pistool in zijn holster gingen Koliqi en zijn familie op pad.

Toen ze een schijnbaar leegstaand huis passeerden werd de groep in het Servisch aangesproken door militairen. Verstijfd van angst bleef de familie staan. Een kort intens gesprek tussen Koliqi en de soldaten volgde, waarop Adile's vader werd ontwapend. Adile kon niet verstaan wat haar vader besprak. Ze heeft nooit les gehad in de Servische taal omdat Kosovaarse Abanezen uit protest tegen de Servische onderdrukking zich in 1989 hebben teruggetrokken uit het openbaar onderwijs.

,,Mijn vader probeerde weg te komen omdat hij wist dat ze hem zouden gaan neerschieten'', zei Adile. Te laat. Hij werd beschoten, vanaf het balkon en vanaf de rand van de weg.

Later, toen de tranen langs haar wangen stroomden, vertelde Adile dat haar vaders bloed langs de weg naar beneden liep. De laatste woorden van Kadri Koliqi waren in het Servisch. Adile weet niet wat haar vader zei.

LAT-WP News Service