Boren naar Waddengas levert niets op

Boringen naar aardgas in de Waddenzee zijn maatschappelijk onverantwoord. Ze leveren weinig geld op en zijn bovenal heel slecht voor het milieu, vinden Jeroom Remmers en Jaap Rodenburg. Het kabinet kan zich beter richten op gasboringen buiten het Waddengebied.

Het kabinet neemt morgen een besluit of de proefboringen van Shell en Esso (samenwerkend in de NAM) naar aardgas in de Waddenzee mogen doorgaan. Het kabinet is verdeeld. De VVD-ministers Jorritsma van Economische Zaken en Zalm van Financiën zijn voorstanders van de gaswinning. Minister Pronk van Milieu en wellicht de nieuwe minister van Landbouw Brinkhorst zijn tegenstanders. Zowel PvdA als D66 schreven in hun verkiezingsprogramma's tegen Waddenboringen te zijn.

Met de 70 à 170 miljard kubieke meter gas – goed voor 1 à 2 jaar binnenlands gebruik en export – kan volgens voorstanders bruto 10 tot 20 miljard gulden verdiend worden, in een periode van 25 à 35 jaar. Dat is per jaar maximaal 280 tot 800 miljoen gulden. De grote vraag is echter of het dit allemaal waard is, want volgens de tegenstanders zijn de kosten groter en de baten veel kleiner.

De Tweede Kamer twijfelt aan het nut van de boringen en zal de komende weken aandringen op het niet-afgeven van nieuwe proef- of boorvergunningen. Tijdens het zomerreces moet hierover een besluit vallen. Reden voor de Tweede Kamer om niet achteraf geconfronteerd te worden met onomkeerbare besluiten en nu al een duidelijke boodschap te geven.

PvdA, D66, GroenLinks, RPF/GPV/SGP en het CDA zijn tegen de boringen. Zij redeneren dat de Waddenzee het grootste aaneengesloten natuurgebied is van Europa dat niet door de boringen aangetast mag worden. Juridisch gezien is dit niet zo, want Nederland leeft de EU-richtlijnen over habitats en vogelbescherming niet goed na.

Ook een economische noodzaak van de boringen ontbreekt. Door het dure schuine boren, de hoge extra kosten voor zandsuppleties en extra natuurcompensatie leveren de boringen financieel gezien zelfs heel weinig op. De baten zijn eenmalig, maar de kosten – zoals het compenseren van kustafslag – zijn structureel. Gaswinning buiten de Waddenzee levert veel meer geld op.

De schade voor de natuur zal groot zijn. Een recent onderzoek van de NAM noemt het realistisch dat de stijging van de zeespiegel door het broeikaseffect drie keer zo sterk wordt in vergelijking met de afgelopen eeuwen (60 centimeter in plaats van 20 centimeter per eeuw). Als de zeespiegelstijging echter boven de verwachte 60 centimeter stijgt, en de bodem daalt dank zij de gasboringen, zullen wadplaten verdwijnen ten koste van de vogelstand, bodemdieren- en planten, kokkels en zeehonden.

Er zijn 6 boorlocaties gepland in de Waddenzee zelf, waarvan één op de zeer kwetsbare Simonsplaat. Andere boorlocaties bevinden zich aan land (in verband met het schuine boren). Zij nemen maximaal 300 hectare in beslag, waardoor er in de natuurgebieden tijdens de boringen minder ruimte is voor vogels.

Een meerderheid van de Tweede Kamer lijkt inmiddels te zijn overtuigd dat er geen maatschappelijke noodzaak is voor de boringen, bijvoorbeeld voor de energievoorzieningszekerheid. Er is nog veel gas voorradig, er kan nog gas bespaard worden, en Italië en Duitsland hebben mede dank zij de liberalisering van de gasmarkt de komende jaren minder behoefte aan Nederlands gas. Het gaat dus alleen om een relatief beperkt financieel belang voor de overheid. De directeur olie en gas van het ministerie van Economische Zaken formuleerde het in april in het maandblad Gas als volgt: ,,Het klinkt niet chic om het zo duidelijk te zeggen, maar de belangrijkste reden om het Waddengas te winnen is dat het geld oplevert.'' Verder gaat het om een bedrijfseconomisch belang voor Shell en Esso, die hun eeuwigdurende concessies te gelde willen maken.

De boringen zijn vooral voor Shell heel risicovol. Nog maar twee jaar geleden kwam de bevolking massaal in opstand tegen de voorgenomen dumping van de Brent Spar in de Noordzee. Shell beloofde daarop maatschappelijk verantwoord te gaan ondernemen en in het vervolg met de milieubeweging te overleggen. De Waddenboringen passen totaal niet in die benadering, ze zijn maatschappelijk onverantwoord. Shell, dat al miljarden guldens aan Nederlands gas heeft verdiend, wil uitgerekend in het meest geliefde natuurgebied van Nederland boren.

Recreatie-organisaties op de Waddeneilanden vrezen tot 2025 (wanneer de laatste booractiviteiten worden beëindigd) visuele hinder voor recreanten. Uit onderzoek blijkt dat twee keer zoveel ruimte op het water in de beleving niet twee keer, maar tien keer zo waardevol is. Als de boortorens leiden tot 10 procent minder vakantieboekingen, is dat voor de recreatie een schadepost van zeker 50 miljoen gulden per jaar, ofwel 1,2 miljard gulden in totaal. Ook de beroeps- en sportvissers hebben bepaald geen baat bij boringen. Ten slotte hebben de jongerenorganisaties van CDA, PvdA, D66, GroenLinks, RPF en CNV de Staat der Nederlanden vorige maand voor de rechter gedaagd om te eisen dat er de komende jaren wegens het niet-duurzame aardgas- en energiebeleid veel minder gas gewonnen wordt, te beginnen bij de voorgenomen boringen in de Waddenzee. Als Shell toch mag boren, zullen zij direct naar de rechter gaan en om uitstel van de boorvergunningen vragen. Dit omdat eerst op de uitspraak in de bodemprocedure tegen de Staat moet worden gewacht.

Shell en Esso doen er verstandig aan hun vrijwillige moratorium op de boringen met 25 jaar te verlengen. Overleg over zo'n moratorium lukt goed in een groen poldermodel, met alle belanghebbenden. De in de jaren '50 en '60 verleende `eeuwigdurende' concessies zijn in een tijd afgegeven dat natuur- en milieubehoud in relatie tot economie nauwelijks of geen maatschappelijk draagvlak had. Zulke concessies zouden nu nooit voor de Waddenzee worden afgegeven. Oliemaatschappijen maken mede daarom nauwelijks kans op serieuze schadeclaims als kabinet en Tweede Kamer toch besluiten dat de Waddenzee een natuurgebied binnen de Ecologische Hoofdstructuur moet blijven. Bovendien zijn miljardenclaims onrealistisch.

Shell zou zich in Nederland moreel gezien onmogelijk maken door toch gas in de Waddenzee te winnen. Als wij tropische landen vragen hun regenwouden te laten staan, ook als dat economische offers vraagt, is het dan niet hypocriet als het zeer rijke Nederland zijn grootste natuurgebied opoffert aan een paar centen en het bedrijfsbelang van twee half-Nederlandse oliemaatschappijen?

Om de opwarming van de aarde en de zeespiegelstijging door CO2-emissies binnen de perken te houden, moeten wij wereldwijd 75 procent van de reserves aan fossiele brandstoffen niet winnen, maar binnen zo'n 35 jaar volledig overgaan op duurzame energiebronnen. Mag dan alsjeblieft tenminste 4 procent van onze fossiele voorraad, uitgerekend onder Nederlands kwetsbaarste natuurgebied, gewoon in de bodem blijven? Kunnen natuur, milieu, en de toekomstige generaties op Shell en Paars-II rekenen?

Jeroom Remmers en Jaap Rodenburg zijn respectievelijk oud-oprichter en voorzitter van de Jongerencoalitie van de Nationale Jongerenraad voor Milieu en Ontwikkeling NJMO.