Altijd met één been in het thuisland

Koerden in Nederland willen hun identiteit zichtbaar maken. Mezopotamie TV speelt in op hun belevingswereld.

`KIJKERS, LAAT U niet misleiden: het proces tegen Abdullah Öcalan is een showproces. Het vonnis is reeds lang geveld.'' Tergend langzaam spreekt de mediagenieke Koerd Hikmet Salih deze woorden uit. Af en toe zoeken zijn ogen die van tv-regisseur Hussein op, die hem bemoedigend toeknikt. Na afloop duikt Hussein enkele beelden uit zijn archief op van het Koerdisch Nationaal Congres, dat vorige maand in Amsterdam werd opgericht; Hikmets commentaarstem `plakt' hij eronder. Als het item af is, trekt de regisseur van Mezopotamie TV een oude videoband uit de kast. ,,Wat zal het ditmaal worden'', vraagt hij besluiteloos. ,,Beelden van Iraakse Koerden in tentenkampen, of een Koerdisch feest in Amsterdam?'' Dan maar allebei.

Mezopotamie TV – niet te verwarren met de Koerdische satellietzender MED-TV die onlangs uit de lucht is gehaald – is een Amsterdamse onafhankelijke Koerdische televisiezender die in 1992 werd opgericht door een aantal Nederlandse Koerden. Twee keer per week verzorgt Hussein een uitzending in het Koerdisch of Nederlands – onbezoldigd, vooralsnog. De programma's zijn op donderdag en zaterdag te zien in Amsterdam en omstreken op Amsterdam 2, een van de twee open kanalen van de Stichting Lokale en Regionale Televisie en Radio Omroep (Salto, kanaal 4).

De – niet gesubsidieerde – programma's van Mezopotamie TV zijn naar zijn zeggen `puur informatief'. Er wordt wel verslag gedaan van de politieke situatie in Turkije, maar de nadruk ligt vooral op de belevingswereld van Koerden in Nederland: hoe vinden zij hun weg in hun nieuwe thuisland? Op welke manier dragen zij hun cultuur uit? Koerdische vrouwen hebben bij de makers van Mezopotamie TV een streepje voor, en ook onbekende Koerdische muziekgroepen krijgen van Hussein de mogelijkheid hun gaven te etaleren. ,,We willen de Koerdische identiteit zichtbaar maken.''

Hikmet en Hussein zijn niet de enige Koerden in Nederland die hun nationale bewustzijn uitdragen. Agit Helbest, oprichter van het Kurdistan Informatie Centrum in Amsterdam – een onofficiële Koerdische ambassade – vergelijkt zijn volksgenoten het liefst met `adoptiekinderen die naar hun roots op zoek gaan'. Toen Helbest zich vijftien jaar geleden in Nederland vestigde, voelde hij zich als een roepende in de woestijn; nu weet hij een groot deel van de Koerden achter zich. ,,Bij de laatste Newroz-viering (Koerdisch Nieuwjaar, red.) kwamen zo'n vijfduizend Koerden opdagen. Bij manifestaties ten minste het dubbele.'' Het aantal `weekend-Koerden', Koerden die af en toe hun hoofd laten zien bij verenigingen, neemt volgens Helbest steeds verder af. Hoe dat komt? Hij kijkt peinzend voor zich uit. ,,Ze hebben hun angst voor de lange arm van de Turkse staat eindelijk beteugeld.''

Het exacte aantal Koerden in Nederland is onbekend. Turkse Koerden worden in de statistieken van het CBS als `Turken' aangemerkt, Iraakse, Iraanse en Syrische Koerden als `Irakees', `Iraniër' en `Syriër'. De meeste schattingen gaan uit van 60.000 tot 70.000. Het merendeel – zo'n 45.000 – is afkomstig uit Turkije. Al dan niet uit het Koerdische deel. Circa 20.000 Koerden hebben een Iraaks of Iraans paspoort en een kleine minderheid is afkomstig uit Syrië.

Den Haag heeft de grootste Koerdische gemeenschap: zo'n 15.000 zielen, veelal gastarbeiders uit het grensgebied tussen Turkije en Koerdistan. Koerden uit het centraal gelegen Konya vestigden zich in de jaren zestig en zeventig in Amsterdam; Zaanstad telt veel Koerden uit de provincie Nigde. Ook Arnhem, Rotterdam, Deventer, Utrecht en Enschede tellen een relatief grote Koerdische gemeenschap. Turkse Koerden zoeken elkaar in de regel op; Iraakse, Iraanse en Syrische Koerden wonen meer verspreid over het land.

,,De relatie tussen de Turkse en Koerdische gemeenschap in Nederland is tamelijk vredelievend'', stelt Zeki Arslan van het Instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum. Er waren in het verleden enkele rellen, zoals na de voetbalwedstrijd tussen Turkije en Nederland in april 1997. Ook de brand bij de Turkse familie Kösedag, waarbij vijf gezinsleden het leven lieten, veroorzaakte de nodige onrust tussen de beide bevolkingsgroepen.

Dat neemt volgens Arslan niet weg dat Turken en Koerden in Nederland nog altijd dezelfde koffiehuizen en moskeeën bezoeken. ,,De Nederlandse overheid staat welwillend tegenover de Koerden'', meent Arslan. ,,Anders dan in Duitsland is de Koerdische Arbeiderspartij PKK hier legaal. Koerden kregen toestemming om een Koerdisch parlement in ballingschap en een Koerdisch Nationaal Congres op te richten. Ook hebben zij sinds de nieuwe regeling Onderwijs in Allochtone Levende Talen (OALT, augustus 1998, red.) recht op onderwijs in de eigen taal. Zo'n politiek klimaat sluit confrontaties uit.''

Helemaal gelijk heeft Arslan niet. Begin dit jaar werd een groepje Koerdische studenten van de Rotterdamse Erasmus Universiteit bedreigd toen het handtekeningen verzamelde voor een vreedzame oplossing van de Koerdenkwestie in Turkije. ,,Pas op, morgen staan hier tweehonderd Turkse studenten op de stoep'', zou een Turkse student de standhouders hebben toegebeten. Uit veiligheidsoverwegingen trok het College van Bestuur de toestemming voor de handtekeningenactie in.

Dergelijke confrontaties blijken Koerdische studenten niet af te schrikken. Integendeel: het aantal Koerdische concerten, lezingen, poëzieavonden en manifestaties neemt ieder jaar verder toe. De Koerdische Studentenvereniging Nederland telt momenteel 70 leden en heeft drie afdelingen: in Rotterdam, Nijmegen en Amsterdam. ,,Het is aan onze generatie om de Koerdische kwestie op de politieke agenda te zetten'', vindt econometriestudent Hakan Sahin, die vanaf zijn elfde in Nederland woont. ,,Wij zijn hier opgegroeid, beter geïntegreerd dan onze ouders.'' De 34-jarige oprichtster van de Koerdische Studentenvereniging, die liever anoniem wil blijven, is het daar roerend mee eens. ,,Deze generatie Koerdische Nederlanders gaat het maken'', voorspelt ze.

De groeiende bewustwording onder Nederlandse Koerden is deels te danken aan het grote aantal Koerdische organisaties en verenigingen in ons land. Naast de Koerdische Informatiecentra die gelden als spreekbuis voor de PKK, telt Nederland zo'n twintig Koerdische culturele verenigingen. Grootste is de in 1984 opgerichte Koerdische Culturele Vereniging, met afdelingen in Deventer, Eindhoven, Amsterdam, Zaandam, Rotterdam en Middelburg. Voornaamste doelstelling, blijkens een brochure: `het creëren van een herkenbare, vertrouwde en veilige omgeving voor Koerden in Nederland'. In de praktijk is het volgens een bestuurslid vooral `een plek om te eten, discussiëren en naar de Koerdische satelliettelevisie te kijken'.

Toch zegt een bloeiend verenigingsleven niet alles, vindt Zeki Arslan van Forum. Nederlandse Koerden claimen weliswaar steeds meer hun nationale identiteit, maar hebben nog altijd geen spreekbuis of voorman. Koerden schitteren door afwezigheid bij politieke debatten; ze draaien nauwelijks mee in het massamediale gebeuren. Ook maken ze slechts mondjesmaat gebruik van subsidiemogelijkheden; het aantal aanvragen voor onderwijs in de eigen taal is op één hand te tellen. ,,De interesse van Koerden gaat voornamelijk uit naar de situatie in het thuisland – daardoor laten zij veel kansen in Nederland liggen.''

De oprichtster van de Koerdische Studentenvereniging kan zich wel vinden in Arslans visie. ,,Maar'', zegt de ex-studente, ,,laten wij niet vergeten waar de Koerden vandaan komen. In Koerdistan hadden zij nauwelijks rechten, in Nederland heeft iedere migrant een vinger in de pap. Naarmate dat besef meer doordringt, verdwijnt de angst. Het wachten is op de eerste Koerdische auteurs, politici, en kunstenaars in Nederland. Geef ons nog een paar jaar. Dan kunnen we de vruchten plukken van ons werk.''

IN NEDERLAND